Arbeidsrecht april 2020

Geplaatst op 9 april 2020 door mr. G.L. (Gerard) Gijsberts

Er gebeurt veel om ons heen: Iedereen wordt geconfronteerd met de gevolgen van het Coronavirus, met alle arbeidsrechtelijke vragen die dat voor werknemers en werkgevers oproept van dien. Op 6 april jl. opende het UWV het NOW-loket. Werkgevers kunnen een tegemoetkoming in de loonkosten aanvragen in geval van een fors omzetverlies.

Compensatieregeling transitievergoeding

Wat met alle Coronaperikelen mogelijk aan de aandacht is ontsnapt, is dat werkgevers vanaf 1 april jl. compensatie kunnen aanvragen voor de betaalde transitievergoeding. Werkgevers kunnen de arbeidsovereenkomst met een werknemer beëindigen als deze meer dan twee jaar ziek is. De werknemer heeft in dat geval recht op een transitievergoeding. Als de werkgever de transitievergoeding aan de werknemer betaalde, compenseert het UWV deze aan de werkgever.

Iets totaal anders…

We zouden bijna vergeten dat het “gewone arbeidsrecht” ook nog doorgaat. Geregeld doen rechters uitspraken die eigenlijk te “leuk” zijn om niet te delen. Daarom bespreek ik in dit blog een drietal uitspraken die deze keer onze wenkbrauwen deden fronsen, niet omdat de uitspraken nu zo juridisch spannend zijn, maar gewoon omdat de feiten niet alledaags zijn.

1. De saboterende trambestuurder

Een opvallende uitspraak betrof de zaak van een HTM-trambestuurder in Den Haag die moedwillig stenen tegen een wissel plaatste. Dit leverde naar het oordeel van de kantonrechter ernstig verwijtbaar handelen op en daarmee verspeelde de betreffende werknemer zijn recht op een transitievergoeding. Wat was er aan de hand?

De wissel…

In de avond van 23 oktober 2019 voert de trambestuurder een tramrit uit. Op een zeker moment komt de tram tot stilstand bij een wissel. De trambestuurder stapt uit de tram en vervolgens loopt hij, zoals later blijkt uit camerabeelden en foto’s, richting het naastgelegen spoor en maakt hij een bukkende beweging. Daarna vervolgt de trambestuurder zijn rit. Even later ontvangt de HTM bericht dat de wissel niet zou functioneren. Een storingsploeg van de HTM komt ter plaatse en treft stenen tussen de wissel aan. Enkele dagen erna vindt een gesprek plaats met de trambestuurder die vertelde dat hij een egel op het spoor zag en dat hij deze wilde redden. Toen hij dichterbij kwam bleek het volgens de trambestuurder echter te gaan om een blikje.

Op 31 oktober stelt de HTM de trambestuurder schriftelijk in kennis van het feit dat hij op 23 oktober 2019 stenen op de rails heeft gelegd en dat dit gedrag ernstig verwijtbaar is. HTM wendt zich vervolgens tot de kantonrechter met het verzoek de arbeidsovereenkomst te ontbinden onder meer vanwege dit ernstig verwijtbaar handelen.

Het oordeel van de rechter

De kantonrechter verwerpt in zijn vonnis van 11 maart 2020 het verweer van de trambestuurder dat hij was gestopt omdat hij een egel zag lopen, terwijl dat volgens de trambestuurder in werkelijkheid een blikje bleek te zijn. De kantonrechter acht het onaannemelijk dat de trambestuurder in het donker in een relatief snel rijdende tram op een afstand van circa 50 meter op een naastgelegen spoor een egel of een blikje heeft kunnen zien.  Het kon volgens de kantonrechter niet anders dan dat de trambestuurder de stenen doelbewust op de wissel heeft gelegd. Wat voor de kantonrechter ook nog meewoog is dat de trambestuurder het blikje dat hij zou hebben aangetroffen niet heeft verwijderd van de wissel, al was het maar om een soortgelijk incident voor collega’s te voorkomen.

De kantonrechter oordeelde onder meer dat de trambestuurder zijn verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst grovelijk heeft geschonden en ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en wees de door de HTM verzochte ontbinding van de arbeidsovereenkomst toe. De omstandigheden dat de werknemer altijd goed had gefunctioneerd, weinig kans had op een vergelijkbare baan, een dochtertje heeft en aan psychische klachten lijdt, maakten niet dat de werknemer recht had op een transitievergoeding.

2. De schreeuwende tandartsassistente

tandarts-assistente

© wavebreakmedia via Shutterstock

Een tandartsassistente maakte het wel heel bont. Er volgde een ontslag op staande voet, nadat zij haar stem had verheven tegen de praktijkmanager, ook nog is gaan schreeuwen tegen de praktijkmanager en dreigend is gaan staan in het bijzijn van andere collega’s en ook nog eens op gehoorafstand van patiënten. De praktijkmanager ontsloeg haar vervolgens op staande voet. De tandartsassistente was het daar niet mee eens en stapte naar de rechter. Ze vorderde onder meer vernietiging van de opzegging en wedertewerkstelling. De kantonrechter maakte hier korte metten mee. De kantonrechter te Utrecht oordeelde op 4 februari 2020 dat de tandartsassistente zich ernstig had misdragen tegenover de praktijkmanager. De beschreven feiten leverden een dringende reden op voor het aan haar gegeven ontslag op staande voet. Van belang was ook nog dat zij al eerder was gewaarschuwd wegens incidenten met collega’s en leidinggevenden.

3. De dealende hotelmedewerker

Op 10 maart jl. wees het Gerechtshof arrest in de zaak van een medewerker van een 5-sterrenhotel in Amsterdam. Het hotel schakelde in maart 2018 de politie in omdat er geruchten de ronde deden dat medewerkers van het hotel drugs aan hotelgasten zouden verkopen. Uit politieonderzoek bleek dat drie pseudokopen, gericht op het aankopen van verdovende middelen, bij personeelsleden hadden plaatsgevonden. Op 20 juli 2018 vond een aankoop bij de werknemer in kwestie plaats. Op 16 oktober 2018 informeerde het hotel deze werknemer over de onderzoeksbevindingen van de politie. De werknemer ontkende de bewuste levering. Dezelfde dag is de werknemer op staande voet ontslagen. De kantonrechter liet het ontslag in stand.

Het hoger beroep

In hoger beroep erkende de werknemer de levering en voerde onder meer aan dat aan de wensen van de hotelgasten op basis van de Whatever/Whenever-filosofie in vergaande tegemoet moest worden gekomen. Dat verweer mocht werknemer niet baten, ook al omdat hij op de zitting bij het gerechtshof erkende dat de afdeling personeelszaken van het hotel aan hem heeft uitgelegd dat “we alles doen voor de gasten” maar dat daarbij ook is gezegd: ”geen drugs”.

Omdat werknemer al eerder bij de politie verklaarde ervan op de hoogte te zijn dat het strafbaar is om cocaïne te verkopen, concludeerde het gerechtshof op 10 maart 2020 dat werknemer ervan op de hoogte was of moest zijn dat hij met het verkopen van cocaïne aan twee zich als hotelgasten voordoende undercoveragenten, de regels van het hotel overtrad.  Ook in hoger beroep stond werknemer met lege handen. Omdat zijn gedrag ernstig verwijtbaar was, kwam de werknemer evenmin een transitievergoeding toe.

Hebt u, als werkgever of als werknemer, vragen over het arbeidsrecht neem dan contact op met één van onze gespecialiseerde arbeidsrecht advocaten!

Gerard Gijsberts
Gepubliceerd op 9 april 2020 door: mr. G.L. (Gerard) Gijsberts