Dringende reden? Wacht niet!

Geplaatst op 29 juli 2026 door mr. A. (Amanda) Cremer

Een werkgever ontdekt fraude door een werknemer. Toch laat hij de werknemer nog doorwerken voordat hij overgaat tot ontslag. Kan dat zomaar? Nee, zo blijkt uit een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 mei 2026. Het ontslag op staande voet hield geen stand, ondanks een ernstige dringende reden.

De casus

De werknemer werkte sinds 2021 bij de werkgever. Tussen april en november 2023 maakte hij veelvuldig bedragen over van de zakelijke rekeningen naar zichzelf. Als omschrijving gebruikte hij steeds ‘Tijdelijke lening’. Een deel stortte hij terug, maar eind 2023 stond nog € 59.900 open. Op 23 juli 2024 vertelde de werkgever de werknemer over de nijpende financiële situatie van de onderneming. Toch maakte de werknemer daarna nog tweemaal geld over: € 5.000 en € 725. Op vrijdag 24 januari 2025 wees de accountant de werkgever op de overboekingen door de werknemer. De werkgever verzocht de werknemer maandag bijeen te komen. Daarnaast vroeg hij hem nog de facturatie te verrichten en zaken te regelen voor het komende bedrijfsuitje. Maandag had werknemer nog een sollicitatie te staan was werkgever bekend. Na deze werkzaamheden ontsloeg de werkgever die maandag de werknemer op staande voet.

De reden voor ontslag

De werkgever stelde dat de werknemer zonder recht of titel geld had onttrokken aan de onderneming. Bovendien had hij dit gedaan terwijl hij wist dat overboekingen niet waren toegestaan. De werknemer had in een eerder gesprek zelfs erkend: “Heb ik jou beloofd, okay, we gaan dit niet meer doen.”. Hij was immers op de eerdere overboekingen aangesproken.  Het overboeken van gelden zonder toestemming is in beginsel een objectieve dringende reden voor ontslag op staande voet.

 Geen rechtsgeldig ontslag op staande voet

Het hof beoordeelde niet alleen of er een objectieve dringende reden bestond. Het keek ook of de werkgever die reden subjectief als dringend ervaarde. Dat bleek niet het geval. Nadat de directeur-eigenaar op vrijdagmiddag wist van de fraude, liet hij de werknemer gewoon doorwerken. Tevens schreef de directeur-eigenaar dat hij “zo snel mogelijk aan tafel” wilde, zodat “de accountant en wij weer verder kunnen”. Uit dit gedrag leidde het hof af dat de werkgever de situatie niet beschouwde als zodanig dat voortzetting van het dienstverband geen moment langer kon worden gevergd. Daarmee ontbrak de subjectieve dringende reden. Het ontslag op staande voet was daarom niet rechtsgeldig.

Gevolgen voor werkgever en werknemer

Doordat het ontslag niet rechtsgeldig was, had de werknemer recht op de gefixeerde schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging. Ook ontving hij de transitievergoeding. Toch kwam de werknemer er niet geheel mee weg. De billijke vergoeding stelde het hof op nihil, vanwege het ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer zelf. Bovendien moest de werknemer het onrechtmatig overgeboekte bedrag van in totaal € 65.625 terugbetalen, alsmede een schadevergoeding van € 24.263,95, vermeerderd met rentes.

 Conclusie

Deze uitspraak is een duidelijke waarschuwing voor werkgevers. Wie een dringende reden ontdekt, moet daar direct naar handelen. Stel de werknemer op non-actief en neem andere maatregelen. Laat hem in elk geval geen nieuwe werkzaamheden verrichten. Wie dat nalaat, laat zien dat de situatie toch niet zo dringend was. Het ontslag kan dan worden aangevochten, ook als de fraude overduidelijk is. Zelfs bij een werknemer die zichzelf duizenden euro’s heeft toegeëigend. Snel handelen is vereist!

Heeft u vragen over de blog of andere arbeidsrechtelijke vragen? Dan kunt u altijd contact opnemen met onze arbeidsrechtspecialisten

Amanda Cremer
Gepubliceerd op 29 juli 2026 door: mr. A. (Amanda) Cremer