Geen transitievergoeding voor burgemeester

Geplaatst op 19 augustus 2026 door mr. E. (Elkan) Spijer

Een werknemer geniet al jarenlang politiek verlof en werkt inmiddels fulltime als burgemeester. Wanneer zijn werkgever ontbinding van de arbeidsovereenkomst vraagt, krijgt hij geen transitievergoeding. Volgens de kantonrechter dienen de omstandigheden van dit geval de doelen van de transitievergoeding niet. Dat oordeelde de Rechtbank Noord-Nederland op 9 juli 2026.

Van wethouder naar burgemeester

De werknemer trad in 2016 in dienst bij de gemeente Berkelland. Vanaf juni 2018 genoot hij politiek verlof omdat hij wethouder werd in een andere gemeente. Na zijn herbenoeming verlengde Berkelland dat verlof in 2022.

In 2025 volgde zijn benoeming tot burgemeester van weer een andere gemeente. De werknemer vroeg opnieuw om politiek verlof, maar Berkelland weigerde dat. Volgens de gemeente had de arbeidsovereenkomst inmiddels feitelijk geen inhoud meer. Zij vroeg de kantonrechter daarom de arbeidsovereenkomst op de h-grond te ontbinden.

De kantonrechter ging daarin mee. De werknemer had minder dan twee jaar daadwerkelijk voor Berkelland gewerkt en daarna ongeveer zeven jaar politiek verlof genoten. Vanwege zijn burgemeesterschap kon hij ook de komende tijd niet terugkeren. Herplaatsing lag daarom niet voor de hand.

Geen transitievergoeding

Opvallender is het oordeel over de transitievergoeding. Bij ontbinding op verzoek van de werkgever heeft een werknemer daar in beginsel recht op. Een belangrijke uitzondering geldt wanneer de werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld of nagelaten. Daarvan was hier geen sprake. Berkelland had dat ook niet gesteld.

Toch kende de kantonrechter geen transitievergoeding toe. De rechter keek daarbij naar de twee doelen die volgens de wetsgeschiedenis aan deze vergoeding ten grondslag liggen: de gevolgen van het ontslag verzachten en de overstap naar ander werk vergemakkelijken.

Geen van beide doelen speelde volgens de kantonrechter hier nog een rol. De werknemer ontving sinds 2018 geen loon meer van Berkelland en werkte inmiddels elders fulltime als burgemeester. Daarom hoefde Berkelland geen transitievergoeding te betalen.

Een bijzondere uitkomst

De kantonrechter kijkt dus niet alleen naar de wettelijke voorwaarden voor de transitievergoeding, maar ook naar het doel daarvan.

Die benadering valt vanuit de feiten te begrijpen. De werknemer ontving al jarenlang geen inkomsten meer uit zijn arbeidsovereenkomst met Berkelland en hoefde na de ontbinding niet op zoek naar ander werk. Hij had immers al een voltijdfunctie als burgemeester.

Toch roept het oordeel vragen op. Artikel 7:673 BW kent geen algemene uitzondering voor een werknemer die al ander werk heeft of nauwelijks financiële gevolgen van het ontslag ondervindt. De kantonrechter laat de bijzondere omstandigheden van deze zaak dus een belangrijke rol spelen bij de vraag of de werkgever de vergoeding moet betalen.

Houdt dit oordeel stand?

Voor werkgevers biedt de uitspraak een interessant argument in uitzonderlijke gevallen waarin een arbeidsovereenkomst feitelijk al jarenlang geen betekenis meer heeft en de werknemer elders volledig werkzaam is.

Het is echter nog maar de vraag of het oordeel in hoger beroep standhoudt. De wet kent immers geen algemene uitzondering op het recht op transitievergoeding wanneer het doel van die vergoeding in het individuele geval niet of nauwelijks wordt gediend.

Voorlopig past daarom enige voorzichtigheid. Uit deze uitspraak volgt niet dat een werkgever de transitievergoeding zonder meer achterwege kan laten zodra een werknemer al ander werk heeft. Daarvoor waren de omstandigheden in deze zaak te uitzonderlijk.

Heeft u vragen over de blog of andere arbeidsrechtelijke vragen? Dan kunt u altijd contact opnemen met onze arbeidsrechtspecialisten.

Elkan Spijer
Gepubliceerd op 19 augustus 2026 door: mr. E. (Elkan) Spijer