Een werknemer in de jeugdzorg kijkt zonder zakelijke reden in een dossier. De regels zijn helder. Dat mag niet. Maar rechtvaardigt dat direct ontslag op staande voet? De Rechtbank Rotterdam gaf op 11 februari 2026 een genuanceerd antwoord op die vraag.
De werkneemster was al jarenlang werkzaam in de jeugdzorg. Zij had een goede staat van dienst. In 2025 keek zij meerdere keren in het digitale dossiers van jongeren die niet tot haar kernteam behoorden. Zij gaf daar bovendien een onjuiste reden voor op. Voor die inzage bestond geen zakelijke noodzaak.
Dat was in strijd met de interne regels. De werkgever nam dat hoog op. Zeker omdat de werkneemster een persoonlijke link had met twee van de jongeren. Haar zoon was betrokken geraakt bij (vuurwapen)incidenten met hen. Daar had zij het emotioneel zwaar mee. Daarom wilde zij in de dossiers lezen of een van deze jongeren in de buurt verbleef.
De werkgever stelde dat het vertrouwen onherstelbaar was geschaad en ontsloeg haar op staande voet. De werkneemster berustte uiteindelijk in het einde van het dienstverband, maar vorderde wel de transitievergoeding, een billijke vergoeding en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging.
De kantonrechter stelde voorop dat zonder zakelijke reden dossiers inzien niet is toegestaan. De werkneemster wist dat. Zij had verkeerde keuzes gemaakt. Maar de rechter keek verder dan alleen de normschending.
De werkneemster en haar zoon waren eerder bedreigd met een vuurwapen door een van de jongeren uit een dossier. Later volgde opnieuw een conflict. Zij kampte met angst- en traumaklachten, maar bleef doorwerken. Zij had bovendien intern hulp gezocht.
Volgens de rechtbank had de werkgever te eenzijdig naar de regels gekeken en te snel gegrepen naar het zwaarste middel. Ontslag op staande voet is een ultimum remedium. Daarvoor moet vaststaan dat voortzetting van het dienstverband echt onmogelijk is.
Verder was geen sprake van het delen van vertrouwelijke informatie met derden. Ook van concrete schade was niet gebleken. Tot slot had de werkneemster een lange staat van dienst. De conclusie was duidelijk: het ontslag op staande voet was disproportioneel.
De werkgever moest in totaal € 27.083,16 bruto betalen aan vergoedingen, exclusief rente en proceskosten.
Deze uitspraak onderstreept dat een overtreding van interne regels niet automatisch leidt tot een rechtsgeldig ontslag op staande voet. De rechter weegt alle omstandigheden mee. Proportionaliteit is doorslaggevend.
Daarom doen werkgevers er verstandig aan om zorgvuldig onderzoek te verrichten, hoor en wederhoor toe te passen en alternatieven te overwegen. Wie te snel handelt, loopt het risico dat de rechter corrigeert. Met financiële gevolgen.
Ongeoorloofde dossierinzage is ernstig. Maar ook dan geldt: het zwaarste middel vraagt om de zwaarste motivering.
Vogelaar Bosch Spijer Advocaten adviseert en procedeert waar nodig. Strategisch, scherp en met oog voor risico’s. U kunt altijd contact opnemen met ons kantoor voor eventuele vragen.