Meerdere cliënten wezen mij op een mooie uitspraak van het gerechtshof Arnhem Leeuwarden van 28 augustus 2025. Het gerechtshof Arnhem Leeuwarden oordeelt in hoger beroep over een gezags- en omgangskwestie tussen ouders van twee minderjarige kinderen. In deze zaak is sprake van huiselijk geweld door de vader tegen de moeder.
Het gerechtshof past in deze uitspraak het Verdrag van Istanbul expliciet toe. Hiermee onderstreept het gerechtshof dat bescherming tegen huiselijk geweld zwaarder weegt dan het behoud van gezamenlijk gezag of een gedeelde zorgregeling. In deze blog bespreek ik de uitspraak en de toepassing van het Verdrag van Istanbul.
Op 1 maart 2016 trad in Nederland het Verdrag van Istanbul in werking. Dit verdrag van de Raad van Europa richt zich op het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. Het is een mensenrechtenverdrag dat de overheid verplicht om geweld tegen vrouwen actief te voorkomen en slachtoffers te beschermen. Ook bevat het bepalingen over opvang, hulpverlening en bescherming van slachtoffers.
Op grond van het Verdrag van Istanbul moet de rechter huiselijk geweld expliciet meewegen bij beslissingen over gezag en omgang. De veiligheid van de ouder en het kind moet centraal staan. Onveiligheid is reden om af te wijken van het uitgangspunt van gezamenlijk gezag of een ruime omgangsregeling.
In de Nederlandse wetgeving over gezag en omgang wordt (huiselijk) geweld niet expliciet genoemd als factor van belang. Toch is het voor het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vanzelfsprekend dat rechters dit wél (expliciet) in hun overwegingen moeten betrekken.
De rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen stelde in maart 2024 een zorgregeling vast. De kinderen verblijven middels een zogeheten week-op-week-af bij beide ouders. De rechtbank heeft het verzoek van de moeder om te worden belast met het eenhoofdig gezag afgewezen.
Het gerechtshof stelt vast dat ouders na de breuk naar gezamenlijke hulpverlening zijn verwezen. Hierdoor is niet ingezet op sturing en begrenzing van het schadelijke gedrag van de vader. Gaandeweg is in de procedure ingezet op co-ouderschap en gedeeld ouderlijk gezag, zonder dat expliciet acht is geslagen op het huiselijk geweld.
Vaststaat dat de vader de moeder in het bijzijn van de kinderen heeft mishandeld. Het gerechtshof houdt bij de te nemen beslissing dan ook nadrukkelijk rekening met de rechten en veiligheid van de moeder en de kinderen. Deze staan voorop en moeten gewaarborgd zijn.
Het gerechtshof past het Verdrag van Istanbul expliciet toe. Daarmee onderstreept het gerechtshof dat bescherming tegen huiselijk geweld zwaarder weegt dan het behoud van gezamenlijk gezag of een uitgebreide zorgregeling. De moeder wordt belast met het eenhoofdig gezag en de zorgregeling wordt beperkt tot eens per twee weken een weekend bij de vader.
Het gerechtshof bekritiseert de eerdere hulpverlening. Op veel plaatsen in de rapportages wordt huiselijk geweld van de vader richting de moeder en de kinderen niet expliciet omschreven. In plaats daarvan spreken hulpverleners over ‘huiselijk geweld tussen ouders’ of ‘strijd als ex-partners’. Ook ligt de focus, bizar genoeg, op het verbeteren van de onderlinge communicatie.
Het gerechtshof concludeert dat de betrokken hulpverlening onvoldoende oog had voor de veiligheid van de moeder en de kinderen. Pas in een laat stadium wordt een veiligheidstaxatie uitgevoerd, die vervolgens wijst op acute kindonveiligheid. Het gerechtshof oordeelt dat de wijze waarop hulpverlening is vormgegeven onvoldoende recht doet aan de bescherming van de moeder en de kinderen. In de bestreden beschikking van de rechtbank is hiermee onvoldoende rekening gehouden. Het hof komt om deze reden tot een ander oordeel dan de rechtbank.
Hebt u vragen over dit onderwerp, neem dan vrijblijvend contact op met een van onze familierechtadvocaten.