De mobiele telefoon van een kind na scheiding

Geplaatst op 20 mei 2026 door mr. J. (Jorika) Todorov

Na een scheiding moeten ouders samen beslissingen blijven nemen over hun kinderen. Dat klinkt eenvoudiger dan het in de praktijk is. Zeker wanneer de communicatie moeizaam verloopt, kunnen zelfs kleine kwesties uitgroeien tot serieuze geschillen. Een recent voorbeeld is een uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland van 17 maart 2026. De rechter sprak zich uit over iets wat in veel gescheiden gezinnen speelt: de mobiele telefoon van de kinderen.

De situatie

De ouders zijn in 2024 gescheiden. Ze hebben samen twee kinderen. De kinderen verblijven ongeveer de helft van de tijd bij iedere ouder. De communicatie tussen de ouders verloopt zo moeizaam dat de moeder de vader heeft geblokkeerd op haar telefoon, op advies van de hulpverlening. De vader kan haar daarom alleen bereiken via de noodnummers van haar ouders of per e-mail.

In deze context vroeg de moeder de rechtbank onder meer te bepalen dat de kinderen vanaf groep 7 de beschikking krijgen over één eigen mobiele telefoon, die meegaat naar beide ouders. Zij stelde daarbij een aantal voorwaarden: de telefoon moet door het kind gebruikt kunnen worden om contact te hebben met de andere ouder en diens familieleden, ouders mogen de andere ouder en diens familieleden niet blokkeren op die telefoon, de telefoon is uitsluitend voor het kind bedoeld en mag niet door een ouder worden gebruikt om de andere ouder te bereiken, en de telefoon mag niet van het kind worden afgenomen.

Valt dit onder het ouderlijk gezag?

Voordat de rechter inhoudelijk op het verzoek kon ingaan, moest eerst een voorvraag worden beantwoord. Valt dit überhaupt onder de geschillenregeling? Op grond van de wet kan de rechter op verzoek van een ouder een regeling vaststellen over de uitoefening van het ouderlijk gezag. De rechtbank oordeelt dat daarvoor wel sprake moet zijn van een geschil dat de dagelijkse, directe verzorging overstijgt.

Het gebruik van een mobiele telefoon als communicatiemiddel beschouwt de rechtbank op zichzelf als een gezagsbeslissing. Maar het geschil gaat hier niet zozeer over de vraag óf de kinderen een telefoon mogen hebben. Het gaat over de praktische invulling. Het kind heeft bij beide ouders al een telefoon, maar die gaan niet mee naar de andere ouder. Het kind wil graag één telefoon. Twee nummers, afhankelijk van waar je verblijft, is nu eenmaal onhandig.

Een gedetailleerde regeling over hoe ouders de telefoon van hun kind wel of niet mogen gebruiken, valt in beginsel buiten de reikwijdte van de geschillenregeling. Dat is iets wat ouders samen moeten afspreken, of anders moeten leren verdragen dat dit bij de één anders gaat dan bij de ander. De rechtbank maakt echter een uitzondering wanneer het belang van het kind een dergelijke regeling vereist.

Het belang van de kinderen staat voorop

De rechtbank wijst het verzoek van de moeder grotendeels toe. De redenering is helder. Als de verzoeken worden afgewezen, is het in deze situatie hoogst onwaarschijnlijk dat de ouders er samen uitkomen. Dan blijven de kinderen zitten met het probleem van twee telefoons en twee nummers. Bovendien wil de rechtbank nieuwe gerechtelijke procedures over dit onderwerp voorkomen, want ook die zijn niet in het belang van de kinderen.

De voorwaarden die de moeder stelt, acht de rechtbank niet onredelijk gelet op de complexe scheidingssituatie. Eén uitzondering: het verbod om de telefoon van het kind af te nemen wijst de rechtbank af. Het valt onder de opvoedkundige vrijheid van ouders om een telefoon tijdelijk in te nemen, bijvoorbeeld als een kind te veel op zijn telefoon zit terwijl hij huiswerk moet maken of moet slapen. De rechtbank gaat er daarbij vanuit dat ouders hier terughoudend mee zullen zijn, omdat het voor de kinderen niet prettig is.

Wat betekent dit in de praktijk?

Deze uitspraak laat zien dat de rechter bereid is om ook over praktische, alledaagse kwesties te beslissen als het belang van de kinderen dat vereist en ouders er aantoonbaar niet samen uitkomen. Tegelijkertijd trekt de rechtbank een duidelijke grens. De geschillenregeling is geen instrument om elk detail van de opvoeding bij de andere ouder te reguleren. Opvoedkundige vrijheid blijft bestaan, ook als ouders het niet met elkaar eens zijn.

Wat ook opvalt in deze uitspraak is de nadruk op de schade die voortdurend conflict toebrengt aan de kinderen. De Raad voor de Kinderbescherming waarschuwt expliciet voor ernstige loyaliteitsproblemen als de ouders op de huidige voet verdergaan, met als uiterste consequentie een wijziging van de zorgverdeling. De rechtbank benadrukt dat de ouders nú nog de kans hebben dat scenario te voorkomen, door deel te nemen aan het traject parallel ouderschap.

Tot slot

Bent u verwikkeld in een conflict met uw ex-partner over de opvoeding van uw kinderen? Of vraagt u zich af welke beslissingen u samen moet nemen en welke u zelf kunt nemen? Onze advocaten in het familierecht denken graag met u mee. Neem gerust contact met ons op voor een gesprek.

Jorika Todorov
Gepubliceerd op 20 mei 2026 door: mr. J. (Jorika) Todorov