Eerst de thuiszorg, toen de trouwring… maar toch geen erfenis

Geplaatst op 22 juli 2026 door mr. N.T. (Michiel) Vogelaar

Een vrouw verzorgde een oudere man, kreeg later een relatie met hem, ging met hem samenwonen en trouwde uiteindelijk met hem. Toch oordeelde de Hoge Raad dat zij geen voordeel mocht trekken uit de erfstelling in zijn testament.

De uitspraak van de Hoge Raad is gepubliceerd onder ECLI:NL:HR:2026:62. De uitgebreide conclusie van de advocaat-generaal is te vinden onder ECLI:NL:PHR:2025:515.

Van zorgverlener naar levenspartner

De vrouw werkte bij thuiszorgorganisatie Icare en verzorgde de man beroepsmatig. Tijdens die zorgrelatie ontstond tussen hen een affectieve relatie.

Nadat Icare haar had ontslagen, bleef zij de man verzorgen. De man betaalde haar zorg vervolgens vanuit een persoonsgebonden budget.

Op 17 december 2015 stelde de man een testament op. Op 28 juli 2016 liet hij een aanvullend testament maken. Daarin liet hij het eerdere testament in stand en benoemde hij de vrouw ook tot afwikkelingsbewindvoerder.

Op 9 september 2016 trouwden zij.

Volgens het testament erfgenaam, maar toch uitgesloten

Na het overlijden van de man ontstond discussie over de uitleg van het testament. De rechtbank en het gerechtshof concludeerden dat de vrouw samen met de kinderen erfgenaam was.

De kinderen deden vervolgens een beroep op artikel 4:59 BW. Dit artikel bepaalt kort gezegd dat een beroepsmatige zorgverlener onder bepaalde omstandigheden geen voordeel mag trekken uit een testament dat tijdens de zorgrelatie in zijn of haar voordeel is gemaakt.

De kinderen hoefden daarbij niet te bewijzen dat de vrouw de man daadwerkelijk had beïnvloed. De regeling beschermt kwetsbare erflaters tegen het risico van beïnvloeding door hun zorgverlener.

Het huwelijk kwam juridisch te laat

De vrouw was op het moment van overlijden met de man getrouwd. De wet kent bovendien een uitzondering voor echtgenoten.

Toch hielp die uitzondering haar niet.

Volgens de Hoge Raad moet de rechter kijken naar het moment waarop de erflater de testamentaire beschikking maakte. Toen de man het testament op 17 december 2015 opstelde, waren zij nog niet getrouwd.

Ook het notariële samenlevingscontract bood geen oplossing. Voor de toepassing van artikel 4:59 BW stond de vrouw daarmee niet gelijk aan een echtgenote.

Het huwelijk kwam juridisch te laat

De vrouw was bij het overlijden met de man getrouwd. De wet kent bovendien een uitzondering voor een echtgenoot.

De Hoge Raad oordeelde echter dat moet worden gekeken naar het moment waarop de testamentaire beschikking werd gemaakt. Toen het testament op 17 december 2015 werd opgesteld, waren zij nog niet getrouwd.

Ook het feit dat zij samenwoonden op basis van een notarieel samenlevingscontract maakte haar voor deze regeling niet gelijk aan een echtgenote.

Geen BIG-registratie nodig

De vrouw stond niet ingeschreven in het BIG-register. Toch viel zij volgens de Hoge Raad onder artikel 4:59 BW.

De Hoge Raad vond vooral van belang dat zij beroepsmatig in de thuiszorg had gewerkt. Zij verzorgde de man eerst via Icare, zette die zorg daarna voort en ontving daarvoor een vergoeding vanuit een persoonsgebonden budget.

De rechter zag haar zorg daarom niet als uitsluitend particuliere mantelzorg.

Wat waren de gevolgen?

Volgens de uitleg van het testament was de vrouw mede-erfgenaam. Toch mocht zij uit die erfstelling geen voordeel trekken.

Daardoor bleven uiteindelijk de kinderen als erfgenamen over.

De procedure ging vooral over haar positie als erfgenaam. Volgens de conclusie van de advocaat-generaal bleef haar benoeming als executeur mogelijk wel in stand.

Wat leert deze uitspraak?

Deze uitspraak laat zien dat niet alleen de bedoeling van de erflater telt. Ook de precieze juridische positie van de begunstigde op het moment waarop de erflater het testament maakt, kan beslissend zijn.

Een later huwelijk herstelt een verboden testamentaire bevoordeling dus niet automatisch.

Bij testamenten waarin een zorgverlener wordt bevoordeeld, is het daarom verstandig om vooraf zorgvuldig te beoordelen of artikel 4:59 BW van toepassing kan zijn.

Heeft u vragen over een testament, nalatenschap of uw positie als erfgenaam? Neem dan gerust contact op met ons kantoor.

Michiel Vogelaar
Gepubliceerd op 22 juli 2026 door: mr. N.T. (Michiel) Vogelaar