Bij een scheiding met co-ouderschap ontstaat vroeg of laat bijna altijd dezelfde discussie: bij welke ouder ligt de hoofdverblijfplaats van het kind?
Voor veel ouders gaat het daarbij niet alleen om regels of administratie. Het raakt vooral het gevoel. De hoofdverblijfplaats voelt vaak als erkenning van de eigen rol als ouder. Niemand wil het idee krijgen dat hij of zij “de tweede ouder” is. Juist daarom lopen de emoties hierover regelmatig hoog op. Dat gebeurt zelfs wanneer ouders de zorg vrijwel gelijk verdelen.
De Rechtbank Rotterdam zette in april 2026 een opvallende stap. De rechtbank bepaalde dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij beide ouders hebben. De kinderen bleven wel op één adres ingeschreven in de Basisregistratie Personen. Daarmee maakte de rechtbank een duidelijk onderscheid tussen de juridische hoofdverblijfplaats en de administratieve inschrijving.
Een maand later volgde het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Ook het hof koos voor een hoofdverblijfplaats bij beide ouders. Volgens het hof sluit dat beter aan bij de feitelijke situatie én bij gelijkwaardig ouderschap.
Hetzelfde hof kwam op 12 mei 2026 in een andere zaak tot dezelfde conclusie. Daar speelde mee dat de ouders dicht bij elkaar woonden en het co-ouderschap goed uitvoerbaar was.
De ontwikkeling is nog niet uitgekristalliseerd.
Slechts één week eerder wees hetzelfde hof in een vergelijkbare zaak juist één hoofdverblijfplaats aan. Dat gebeurde ondanks een vrijwel gelijkwaardige zorgregeling. Het hof koos toen voor de moeder.
Dat laat zien dat rechters nog zoeken naar de juiste balans.
Misschien verdwijnt hiermee wel één van de grootste discussiepunten na een scheiding.
Als beide ouders juridisch als hoofdverblijfouder gelden, voelen zij zich mogelijk ook meer gelijkwaardig. Dat kan conflicten verminderen. Uiteindelijk profiteren kinderen daar waarschijnlijk het meest van.
Deze ontwikkeling roept tegelijkertijd nieuwe vragen op.
Wat gebeurt er als één van de ouders wil verhuizen?
Welke gemeente moet de jeugdhulp regelen?
Hoe zit het met de BRP-inschrijving, de kinderbijslag, het kindgebonden budget, de schoolinschrijving en de kinderalimentatie?
De rechtspraak lijkt hiervoor een praktische oplossing te zoeken. Rechters maken namelijk steeds vaker onderscheid tussen de juridische hoofdverblijfplaats en de administratieve inschrijving.
De Hoge Raad heeft zich hierover nog niet uitgesproken.
Persoonlijk vind ik deze ontwikkeling mooi. Niet alleen juridisch, maar vooral ook menselijk. Als beide ouders zich erkend voelen in hun rol, levert dat uiteindelijk misschien wel de grootste winst op voor het kind.
Wat vindt u? Zou een kind bij een echte 50/50-zorgregeling standaard twee hoofdverblijfplaatsen moeten kunnen hebben?
Voor vragen en/of opmerkingen over dit onderwerp of andere familierechtelijke vragen, dan kunt u altijd contact opnemen met onze familierechtadvocaten.