Een woning uit de nalatenschap. Een broer die er al jaren met zijn gezin woont. Een zus die verdeling en verkoop wil. En een verstekvonnis dat ontruiming voorschrijft. Wat gebeurt er dan als de bewoner in kort geding probeert die ontruiming te stoppen?
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag gaf op 12 januari 2026 een helder en leerzaam antwoord in een executiegeschil over een onverdeelde nalatenschap.
In deze zaak woonde de eiser al vóór het overlijden van zijn moeder in de woning die tot haar nalatenschap behoort. Na haar overlijden bleef de nalatenschap onverdeeld. De zus startte een kort geding, de broer verscheen niet, en bij verstek werd hij veroordeeld tot ontruiming van de woning en medewerking aan verkoop aan een derde.
De broer probeerde de executie van dat verstekvonnis vervolgens te laten schorsen. Zijn belangrijkste argumenten. Het ging om de gezinswoning, er waren twee minderjarige kinderen, en ontruiming zou onomkeerbare gevolgen hebben. Bovendien stelde hij dat hij de woning zelf wilde overnemen en zijn zussen wilde uitkopen.
De voorzieningenrechter past het vaste executiekader toe. Uitgangspunt is dat een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis ook mag worden geëxecuteerd, ook als daartegen nog een rechtsmiddel openstaat. Alleen als het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand zwaarder weegt dan het belang van de wederpartij bij executie, kan ingrijpen volgen.
Dat gebeurde hier niet.
Een cruciale rol speelde het feit dat de broer eigenaar was van een leegstaand appartement op korte afstand van de woning. Daarmee was geen sprake van een noodsituatie of dakloosheid. Daarnaast woog zwaar dat al lange tijd duidelijk was dat hij zijn zussen zou moeten uitkopen om in de woning te kunnen blijven. Concrete financiële onderbouwing dat dit op korte termijn ook echt mogelijk was, ontbrak. Een voornemen, een makelaarsafspraak en hoop op overwaarde bleken onvoldoende.
De belangen van de zus bij ontruiming en verkoop wogen zwaarder dan het belang van de broer bij uitstel. De schorsing werd afgewezen. Wel besloot de rechter dat iedere partij de eigen proceskosten draagt, passend bij de familierechtelijke context.
Deze uitspraak laat zien hoe strikt rechters omgaan met executiegeschillen, ook als het om familie, kinderen en een woning gaat. Wie in een nalatenschap in de woning blijft wonen, kan daar niet zonder meer rechten aan ontlenen. En wie een verstek laat vallen, loopt het risico dat de executie hard uitpakt.
Herkenbaar vraagstuk in een nalatenschap of verdeling? Wij denken graag mee. U kunt altijd contact opnemen met ons kantoor voor vragen en/of advies omtrent erfrechtelijke kwesties.