In een recente uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant staat de vraag centraal hoe moet worden omgegaan met kinderalimentatie wanneer een ouder financieel klem zit. Het gaat om twee ouders die uit elkaar zijn gegaan en hun minderjarige dochter, die bij de moeder woont, terwijl de vader probeert zijn rol opnieuw vorm te geven.
De financiële situatie van de vader is zwaar. Hij heeft schulden van ongeveer € 190.000 en staat onder bewind. Hij leeft van circa € 300 per week. Tegelijk vraagt de moeder een bijdrage van € 842 per maand. Dat bedrag past bij de behoefte van het kind en wordt in veel zaken als uitgangspunt genomen. In deze zaak ligt dat anders.
De rechtbank kijkt niet alleen naar oude cijfers, maar vooral naar de huidige situatie. In eerdere jaren had de vader als ondernemer een redelijk inkomen. Die cijfers geven nu echter geen betrouwbaar beeld. De beschikbare gegevens zijn beperkt en geven onvoldoende inzicht in zijn huidige inkomen.
Wat wel vaststaat, is de druk op zijn financiën. De schulden zijn hoog en het bewind beperkt zijn ruimte. Het leefgeld is laag en laat weinig over. De rechtbank kijkt daarom naar wat de vader feitelijk kan betalen, niet naar wat theoretisch mogelijk lijkt.
De rechtbank komt tot een duidelijke conclusie. Er is op dit moment geen draagkracht en de vader kan geen bijdrage betalen. Het verzoek van de moeder wordt daarom afgewezen. De rechtbank volgt hiermee de lijn van de Hoge Raad, waarin is bepaald dat schulden meetellen bij de beoordeling van draagkracht en dat de rechter de feitelijke situatie zwaar mag laten wegen.
Naast geld speelt ook het contact met het kind. De vader wil zijn dochter vaker zien en de band versterken. De moeder wil het contact juist rustig opbouwen, omdat het vertrouwen nog kwetsbaar is.
De rechtbank luistert naar het kind en neemt haar wens serieus. Zij wil haar vader blijven zien, maar in een rustig tempo. De rechtbank volgt deze lijn en kiest voor een beperkte regeling. Eens per twee weken is er contact voor enkele uren. De rechtbank laat ruimte voor uitbreiding, maar alleen als dat goed gaat en het kind daaraan toe is.
De uitspraak vormt geen definitief oordeel voor de toekomst. De rechtbank kijkt naar de situatie van dit moment en houdt rekening met mogelijke verandering. De vader moet zijn financiële situatie verbeteren en nieuwe schulden voorkomen. Dat vraagt tijd en inzet.
Als zijn situatie verbetert, kan opnieuw naar alimentatie worden gekeken. De verantwoordelijkheid blijft bestaan, maar de invulling kan verschuiven. De beslissing is daarmee een tussenstand en geen eindpunt.
Deze uitspraak laat zien dat draagkracht geen rekensom is. Inkomen speelt een rol, maar de werkelijkheid weegt zwaarder. Schulden en bewind kunnen de financiële ruimte sterk beperken en maken maatwerk noodzakelijk.
Tegelijk blijft het uitgangspunt dat ouders verantwoordelijk zijn voor hun kinderen overeind. Die verantwoordelijkheid kan tijdelijk anders worden ingevuld. Het recht houdt ruimte voor die nuance en sluit aan bij wat in de praktijk haalbaar is.
Heeft u vragen over de blog of andere familierechtelijke vragen? Dan kunt u altijd contact opnemen met onze familierechtadvocaten.