Onlangs gaf het Gerechtshof Amsterdam daarop een helder antwoord. De overlevende ouder mag in zo’n situatie zelfstandig kiezen voor een dubbele achternaam, ook als het ouderschap van de overleden ouder pas later door de rechter is vastgesteld.
In deze zaak ging het om twee jonge kinderen. Hun vader overleed in 2024. Zijn ouderschap was juridisch nog niet geregeld. De moeder startte daarom een procedure bij de rechtbank Noord-Holland. De rechtbank stelde bij beschikking van 1 augustus 2025 het ouderschap van de vader vast. De kinderen kwamen daardoor officieel in familierechtelijke betrekking tot hem te staan. De rechtbank bepaalde tegelijk dat zij voortaan zijn achternaam zouden dragen. De moeder had dat zelf gevraagd. Zij wilde de band met de overleden vader ook in de naam van de kinderen tot uitdrukking brengen.
Na deze beslissing veranderde de situatie ingrijpend. Er kwam een strafzaak aan het licht over de moord op de vader. De zaak kreeg aandacht. De moeder maakte zich zorgen over de veiligheid van haar kinderen. Zij vreesde dat zij door het voeren van alleen de achternaam van de vader makkelijker herkenbaar zouden zijn. Daarom ging zij in hoger beroep bij het hof. Zij vroeg om een dubbele achternaam. Eerst haar eigen achternaam, daarna die van de vader. Als dat niet mogelijk was, wilde zij dat de kinderen haar achternaam behielden.
Het hof keek eerst naar de hoofdregel. Artikel 1:5 lid 2 BW bepaalt dat een kind bij gerechtelijke vaststelling van ouderschap zijn achternaam in principe niet verandert. Het kind behoudt de achternaam van de moeder. Beide ouders kunnen samen een verklaring afleggen als zij een andere keuze willen. Dan kan het kind de achternaam van de vader krijgen of een dubbele achternaam. In deze zaak was dat samen kiezen niet meer mogelijk. De vader was al overleden toen het ouderschap werd vastgesteld.
Daarom paste het hof een speciale regel toe: artikel 1:5 lid 9 BW. Dat artikel regelt wat er gebeurt als één ouder overlijdt voordat de termijn voor naamskeuze verstrijkt. De overlevende ouder mag dan alleen een verklaring afleggen over de achternaam van het kind. Een gezamenlijke verklaring is niet nodig. Het hof oordeelde dat deze bepaling hier van toepassing was. De moeder was dus bevoegd om zelfstandig te beslissen over de naamskeuze.
De moeder koos in haar verklaring voor een dubbele achternaam. De naam moest bestaan uit haar achternaam, gevolgd door die van de vader. Zij gebruikte daarbij een koppelteken. De wet kent echter geen dubbele achternaam met een tussenstreepje. Het hof loste dit op door haar verzoek praktisch te lezen. De kinderen dragen beide namen direct achter elkaar, zonder koppelteken. Zo blijft duidelijk dat het gaat om één achternaam die uit twee delen bestaat.
Omdat de moeder krachtens de wet zelfstandig een rechtsgeldige naamskeuze kon doen, vernietigde het hof de beschikking van de rechtbank voor zover die over de achternaam ging. In plaats daarvan stelde het hof vast dat de kinderen voortaan een dubbele achternaam dragen. Eerst de achternaam van de moeder, daarna die van de vader. Het hof maakte daarmee ruimte voor zowel de emotionele band met de overleden vader als voor de veiligheidszorgen van de moeder.
Deze uitspraak laat zien dat de wet een duidelijke oplossing biedt als één ouder overlijdt voordat een gezamenlijke naamskeuze mogelijk is. De overlevende ouder mag dan alleen beslissen, ook als het ouderschap van de overleden ouder pas later door de rechter wordt vastgesteld. De rechter kan bij die keuze rekening houden met nieuwe omstandigheden, zoals veiligheid, media-aandacht of een strafzaak.
Twijfelt u over de mogelijkheden rond de achternaam van uw kinderen na scheiding, overlijden of vaststelling van ouderschap? Bespreek uw situatie tijdig. U kunt vrijblijvend contact opnemen met een van onze (vFAS-)advocaat-scheidingsmediators.