De uitspraak van het gerechtshof in ’s Hertogenbosch van november 2025 laat zien hoe het recht omgaat met conflicten over de bestemming van de as wanneer nabestaanden andere verwachtingen hebben. De situatie bestaat uit drie elementen die vaak samen voorkomen. Een testament waarin de partner een centrale plek krijgt. Een relatie die volgens één van beiden net is beëindigd. En een ouder die de uitvaart regelt en denkt dat zij daarmee ook de zeggenschap over de as krijgt.
De Wet op de lijkbezorging bepaalt dat de crematoriumbeheerder de asbus afgeeft aan degene die de crematie heeft geregeld. In deze zaak is dat de moeder. Dat betekent echter niet dat zij zelfstandig over de as mag beslissen. De wet schrijft voor dat de bestemming van de as moet aansluiten bij de wens van de overledene. Als die wens niet duidelijk is, moet worden vastgesteld wat hij vermoedelijk wilde. De rechter beoordeelt daarvoor alle relevante omstandigheden. Ook het testament speelt daarbij een rol.
Het testament van de overledene wijst de partner aan als enig erfgenaam en belast hem met de uitvaart. De vraag is of deze aanwijzing nog geldt nu de partner kort voor het overlijden heeft gezegd dat de relatie voorbij was. De moeder stelt dat de partner daardoor geen partner meer is in de zin van het testament. Volgens haar vervalt daarmee de aanwijzing.
Het hof begint bij de hoofdregel dat de bedoeling van de erflater centraal staat. Artikel 4:46 BW verplicht de rechter om te kijken naar de verhoudingen die de erflater wilde regelen en de omstandigheden waarin hij het testament opstelde. De Hoge Raad heeft bevestigd dat latere feiten ook meetellen wanneer zij helpen om die bedoeling te begrijpen.
In deze zaak stond de relatie duidelijk centraal toen de overledene het testament maakte. De periode tussen de gestelde beëindiging en het overlijden was zeer kort. Uit berichten van de overledene blijkt dat hij de relatie niet als definitief beëindigd zag. Er was geen feitelijke ontvlechting en geen enkele aanwijzing dat hij zijn testament wilde aanpassen.
Het hof concludeert dat de termen mijn partner en de bijbehorende aanwijzing geldig blijven. De partner behoudt de rol die de erflater hem gaf. Daardoor is de partner degene die volgens de vermoedelijke wens van de overledene over de asbestemming mag beslissen. De moeder ontvangt de asbus wel op grond van de wet, maar zij mag die niet houden. Zij moet de asbus afgeven aan de partner.
De uitspraak laat zien dat de formele afgifte van de asbus slechts een beperkte waarde heeft. De werkelijke zeggenschap volgt uit de persoonlijke wens van de overledene. Een testament kan daarin bepalend zijn. De rechter gebruikt het civiele recht om die wens uit te voeren, ook als dat betekent dat een ouder de as moet afstaan.
De zaak maakt duidelijk dat een helder testament veel onzekerheid voorkomt. Wie wil dat een bepaalde persoon beslist over de uitvaart of de asbestemming kan dat het beste expliciet vastleggen. Voor situaties met relatiebreuken of veranderende familieverhoudingen zorgt duidelijke vooraf gemaakte keuze voor rust na het overlijden.
Heeft u vragen naar aanleiding van de blog of andere erfrechtelijke vragen? Dan kunt u altijd contact opnemen met ons kantoor.