Aangereden door motoragent: wie betaalt de letselschade?

Geplaatst op 3 juni 2026 door mr. T.H. (Timothy) Boerendonk

Op 1 januari 2025, vlak na middernacht, zet een motoragent de achtervolging in op een scooter. Tijdens de achtervolging botst de motoragent op een voetganger, die daarbij ernstig letsel oploopt. Het slachtoffer start vervolgens een procedure tegen de aansprakelijkheidsverzekeraar van de motoragent, om de door hem geleden letselschade te verhalen. In deze blog bespreek ik de relevante punten uit de beschikking van de Rechtbank Amsterdam.

Wat gebeurde er?

In de nacht van 31 december 2024 op 1 januari 2025 zet een politiemotor de achtervolging in op de bestuurder van een scooter, die zonder helm of kenteken rijdt en geen verlichting voert. De motoragent zet met zwaailicht en sirene de achtervolging in. Tijdens de achtervolging maakt de scooterrijder in een stadswijk een noodstop en komt hij ten val. De motoragent rijdt door, keert om en rijdt terug. Op dat moment staan meerdere mensen op straat bij de gevallen scooter, terwijl de bestuurder wegrent. De motoragent probeert de achtervolging te hervatten, maar komt in botsing met een van de voetgangers. De voetganger loopt daarbij traumatisch hersenletsel op. Hij houdt daar langdurige klachten aan over, zoals concentratieproblemen, stemmingswisselingen, migraineaanvallen, overgevoeligheid voor licht en geluid en vergeetachtigheid. Daarnaast is sprake van knie- en rugklachten.

De standpunten van partijen

Omdat de verzekeraar van de motoragent de aansprakelijkheid afwijst, verzoekt het slachtoffer de rechter in een deelgeschilprocedure om de aansprakelijkheid op grond van artikel 185 WVW 1994 vast te stellen. De verzekeraar van de motoragent voert in de procedure vier verweren.

Zij stelt allereerst dat sprake is van overmacht bij de motoragent en dat hij daardoor géén schuld heeft aan het ongeval. Volgens de verzekeraar zou de voetganger zich doelbewust voor de motor hebben begeven om de achtervolging te blokkeren. Dit gedrag was zo onwaarschijnlijk dat de motoragent daar geen rekening mee hoefde te houden, aldus de verzekeraar.

Ten tweede voert de verzekeraar aan dat sprake is van opzet of daaraan grenzende roekeloosheid van het slachtoffer, doordat hij zich doelbewust op de rijbaan begaf en een zeer aanzienlijk risico nam op het ontstaan van het ongeval.

Ten derde stelt de verzekeraar dat, mocht de aansprakelijkheid toch worden aangenomen, de vergoedingsplicht maximaal 50% bedraagt, wegens de billijkheidscorrectie. Volgens de verzekeraar is het ongeval in overwegende mate veroorzaakt door het gedrag van het slachtoffer.

Tot slot voert de verzekeraar aan dat de zaak zich niet leent voor een deelgeschilprocedure, omdat partijen fundamenteel van mening verschillen over de toedracht van het ongeval en nadere bewijsvoering nodig zou zijn. In dat geval is een deelgeschilprocedure niet passend.

Hoe oordeelde de rechter?

De rechtbank stelt vast dat de zaak zich wel degelijk leent voor een deelgeschil, nu de discussie voornamelijk over de aansprakelijkheid gaat. Ook blijkt uit de beschikbare bewijsstukken dat het slachtoffer zich niet heeft gedragen zoals de verzekeraar stelt. Hoewel uit de videobeelden wel blijkt dat de doorgang van de motoragent actief werd belemmerd door personen, blijkt ook dat het niet het slachtoffer was die de doorgang van de agent blokkeerde. Het slachtoffer is dus niet opzettelijk voor de motoragent gaan staan, aldus de rechtbank.

Het beroep op overmacht faalt

Ook het beroep op overmacht faalt volgens de rechtbank. De rechtbank legt uit dat overmacht alleen slaagt als aan de bestuurder van het motorvoertuig rechtens geen enkel verwijt kan worden gemaakt. Daarbij moet de bestuurder ook voorbereid zijn op onvoorzichtig gedrag van andere verkeersdeelnemers en daar een passende reactie op geven. En juist tijdens oudjaarsnacht had de motoragent er rekening mee moeten houden dat voetgangers zich op de rijbaan bevonden, aldus de rechtbank. Daarmee is niet voldaan aan de vereisten voor overmacht in de zin van artikel 185 WVW en oordeelt de rechtbank dat de verzekeraar aansprakelijk is voor de letselschade van het slachtoffer.

De voetganger heeft eigen schuld

Daarmee is de kous echter nog niet af. De rechter oordeelt namelijk dat de voetganger 40% eigen schuld heeft. Bij de beoordeling van de eigen schuld kijkt de rechter eerst naar de causaliteit: in welke mate hebben het gedrag van het slachtoffer enerzijds en dat van de motoragent anderzijds bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval? De mate van verwijtbaarheid speelt in dit stadium nog geen rol. Die komt pas aan de orde bij de billijkheidscorrectie. De rechtbank weegt vervolgens dat het slachtoffer zich tijdens een achtervolging met zwaailicht en sirene op de rijbaan bevond en daarmee heeft bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval. Dat terwijl de motoragent zijn rijgedrag onvoldoende heeft aangepast aan de onoverzichtelijke oudjaarsnacht. Dat leidt volgens de rechtbank tot een verdeling van 60% en 40%. De rechtbank ziet vervolgens geen reden om de billijkheidscorrectie toe te passen.

Dat betekent dat de rechtbank voor recht verklaart dat de verzekeraar 60% van de schade van de voetganger moet vergoeden.

Waarom is deze uitspraak interessant?

Deze zaak is op een aantal punten interessant. Allereerst wordt opnieuw duidelijk dat een deelgeschilprocedure uitermate geschikt is om de aansprakelijkheid vast te laten stellen als daar discussie over bestaat. Nu de aansprakelijkheid vaststaat, kunnen partijen buiten rechte de schade verder in kaart brengen. Ook wordt door de rechter in de beschikking begrijpelijk uitgelegd hoe de artikelen 185 WVW en 6:101 BW (eigen schuld) moeten worden toegepast. Daarnaast blijkt opnieuw dat de lat hoog ligt, wil een beroep op overmacht aan de zijde van de gemotoriseerde slagen. De lat is bewust hoog gelegd, om voetgangers en fietsers te beschermen.

Nadat de aansprakelijkheid op grond van artikel 185 WVW vaststaat, wordt gekeken naar de eigen schuld. Daarvoor is eerst de causaliteitsverdeling van belang: in welke mate heeft het wederzijds gedrag bijgedragen aan het ongeval? Vervolgens komen pas op grond van art. 6:101 BW de mate van verwijtbaarheid en de billijkheidscorrectie aan de orde.

Ook blijkt dat de betrokkenheid van een motoragent géén uitzondering oplevert. Ook als de politie betrokken is, gelden de gewone aansprakelijkheidsregels en maakt het de agent niet immuun voor aansprakelijkheid.

Hulp nodig na een ongeval?

Bent u als voetganger aangereden door een motorvoertuig en wijst de verzekeraar aansprakelijkheid af? Of twijfelt u of u recht heeft op schadevergoeding? Ons kantoor helpt u graag verder!

Neem vrijblijvend contact op via ons contactformulier of bel ons rechtstreeks.

Timothy Boerendonk
Gepubliceerd op 3 juni 2026 door: mr. T.H. (Timothy) Boerendonk