Bakfietser versus snorscooter: recht op 100% schadevergoeding?

Geplaatst op 3 maart 2026 door mr. C.E.M. (Chanou) Timmer

Een verkeersongeval tussen een snorscooter en een elektrische bakfiets leidt tot letsel. De verzekeraar van de snorcooter erkende aansprakelijkheid voor het ongeval. Toch ontstond discussie over de omvang van de schadevergoedingsplicht.

Had het slachtoffer recht op volledige vergoeding van haar schade, of bleef het bij 50%? In een recente uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland gaf de rechtbank een antwoord op die vraag.

Wat gebeurde er?

Op 5 april 2023 botsten een snorscooter en een elektrische bakfiets op een kruispunt. Een zwangere vrouw fietste met haar kind voorin de bakfiets. Door de botsing liep zij letsel op.

Na het ongeval hield zij klachten, waaronder hoofdpijn, duizeligheid en concentratieproblemen. Zij stelde dat zij hierdoor beperkt werd in haar werk als zelfstandig ondernemer. Volgens haar liep zij door het ongeval aanzienlijke inkomsten mis. Ook zou een geplande uitbreiding van haar onderneming niet zijn doorgegaan.

De vrouw stelde de verzekeraar van de snorscooter aansprakelijk. Deze erkende aansprakelijkheid. Wel stelde de verzekeraar dat er sprake was van eigen schuld en dat slechts 50% van de door de vrouw geleden schade hoefde te worden vergoed.

Wat wilden beide partijen?

De vrouw stelt dat zij recht heeft op een volledige vergoeding van haar schade. Nu de verzekeraar van de snorscooter hier niet in meeging, startte zij een deelgeschilprocedure.

Volgens de vrouw lag de fout volledig bij de snorscooterbestuurder. Daarom moest de verzekeraar 100% van haar schade vergoeden. Daarnaast deed zij een beroep op de zogenoemde billijkheidscorrectie, dit voor het geval de rechtbank wel enige eigen schuld zou aannemen. Zij vond dat de ernst van haar letsel een hogere vergoeding rechtvaardigde.

De verzekeraar volhardde in het standpunt dat de schade voor de helft werd vergoed. Volgens de verzekeraar had de vrouw zelf ook een verkeersfout gemaakt. Daardoor moest de schade worden verdeeld.

Hoe oordeelt de rechter?

Uitgangspunt: bescherming van de fietser

De rechtbank stelt allereerst vast dat het gaat om een botsing tussen een fietser en een gemotoriseerd voertuig. Daarom is artikel 185 van de Wegenverkeerswet van toepassing. Dit artikel beschermt niet-gemotoriseerde verkeersdeelnemers, zoals (elektrische) fietsers.

Een snorscooter geldt als gemotoriseerd voertuig. De bestuurder daarvan is in beginsel aansprakelijk voor schade van een fietser.

Dat betekent echter niet dat altijd 100% van de schade moet worden vergoed. Als de fietser zelf een fout maakt, kan de rechter de schade tussen beiden verdelen. In dit geval had de fietser volgens de verzekeraar eigen schuld aan het ontstaan van het ongeval, waardoor zij niet de volledige schade hoeft te vergoeden. Dit volgt uit artikel 6:101 Burgerlijk Wetboek.

Oordeelt de rechtbank dat een partij eigen schuld heeft, dan kan de schadevergoeding met maximaal 50% worden verminderd. Bij een botsing met een gemotoriseerd voertuig behoudt een fietser namelijk altijd recht op minimaal 50% van de schade. Dit volgt uit uitspraken van de Hoge Raad.

Causale verdeling: wie droeg bij aan het ongeval?

Om te beoordelen of de fietser recht heeft op een hoger vergoedingspercentage dan 50%, kijkt de rechtbank naar de zogeheten causale verdeling. Hierbij wordt gekeken naar de mate waarin de verkeersgedragingen over en weer hebben bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval.

Volgens de verzekeraar van de snorscooter verleende de vrouw geen voorrang. De vrouw daarentegen meent dat zij geen verkeersfout maakte. Had zij dit wel gemaakt, dan zouden deze verkeersfouten niet hebben bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval.

De rechtbank oordeelt op basis van rapporten dat de vrouw voorrang had moeten verlenen aan de snorscooter en dit niet deed. Zij heeft voor een aanzienlijk deel bijgedragen aan het ontstaan van het verkeersongeval.

Tegelijkertijd oordeelt de rechtbank dat ook de snorscooterbestuurder een verwijt treft. De snorscooterbestuurder had kunnen anticiperen op de verkeersfout van de vrouw, maar heeft dit volgens de rechtbank onvoldoende gedaan.

De rechtbank weegt ieders aandeel in het ongeval. Daarbij komt zij uit op een verdeling waarbij de vrouw in overwegende mate (voor 75%) heeft bijgedragen aan de botsing. De gedragingen van de snorscooterbestuurder hebben voor 25% bijgedragen aan de botsing.

Geen billijkheidscorrectie

Na de causaliteitsafweging gaat de rechtbank na of er aanleiding is voor een billijkheidscorrectie. De billijkheidscorrectie geeft rechters de mogelijkheid om de verdeling van de aansprakelijkheid aan te passen op basis van redelijkheid en billijkheid. Daarbij spelen verschillende factoren een rol, zoals de ernst van de fouten, de verwijtbaarheid, het letsel en de verzekeringspositie van partijen. De rechtbank woog de volgende omstandigheden mee:

De rechtbank concludeert dat het letsel van de vrouw op dit moment onvoldoende aanleiding geeft voor een billijkheidscorrectie. Dat betekent dat de vrouw 75% eigen schuld draagt. Door de zogenoemde ‘50%-regel’, dient de (verzekeraar van de) gemotoriseerde verkeersdeelnemer ten minste 50% van de schade te vergoeden. De rechtbank sluit niet uit dat dit later kan veranderen, bijvoorbeeld na nader medisch onderzoek, maar zelfs dan is onzeker of een correctie boven de 50% uitkomt.

Waarom is deze uitspraak relevant?

Deze uitspraak laat zien dat artikel 185 WVW fietsers beschermt, maar geen garantie biedt op volledige schadevergoeding. Ook een fietser kan een groot aandeel hebben in het ontstaan van een ongeval. In dat geval blijft de schadevergoeding vaak beperkt tot 50%.

Een billijkheidscorrectie is geen vanzelfsprekendheid. Of deze wordt toegepast, hangt af van verschillende factoren, zoals het eigen verkeersgedrag en de ernst van het letsel.

Voor slachtoffers betekent dit dat zowel het eigen gedrag als de gevolgen van het ongeval doorslaggevend zijn voor de uiteindelijke schadevergoedingsplicht. Het is daarom van belang om al deze factoren goed in beeld te brengen en in een procedure aan te voeren.

Twijfelt u of u recht heeft op volledige schadevergoeding na een verkeersongeval? Neem dan gerust contact met ons op voor advies.

Chanou Timmer
Gepubliceerd op 3 maart 2026 door: mr. C.E.M. (Chanou) Timmer