Bloeddonatie eindigt in een dwarslaesie: Sanquin aansprakelijk?

Geplaatst op 15 juli 2026 door mr. E.W. (Edwin) Bosch

Bloeddonatie is een daad van solidariteit. Je geeft iets van jezelf om iemand anders te helpen. Maar wat als jij degene bent die na de donatie gewond raakt en een incomplete dwarslaesie oploopt? Is de organisatie die jouw bloed heeft afgenomen daarvoor aansprakelijk? Een recente uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland van 7 juli 2026 laat zien dat bloedbank Sanquin haar zorgplicht schond jegens een donor die na haar bloeddonatie een incomplete dwarslaesie opliep. Hieronder lees je wat er precies speelde, wat partijen vonden en waarom dit oordeel zo bijzonder is.

Wat speelde er?

Op 14 december 2021 doneerde een vrouw voor de eerste keer bloed bij Sanquin. Na de donatie liep zij naar het donorcafé om bij te komen. Dat café was een koffiehoek, vlak naast de bloedafnameruimte, maar gescheiden door een houten wand. De enige andere aanwezige in het donorcafé was een vrijwilligster van Sanquin, belast met het serveren van eten en drinken aan de donoren.

De vrijwilligster stond op dat moment met haar rug naar de vrouw toe, bezig met het koffieapparaat. De vrouw, die zich steeds minder lekker voelde, pakte zelf een reep chocolade uit haar tas en ging voorover op tafel liggen. Zij is nooit door de vrijwilligster aangesproken of gewaarschuwd. Even later viel zij met stoel en al om. De vrijwilligster was te laat om de val te voorkomen en riep pas om hulp nadat de vrouw al op de grond lag. Het gevolg was dramatisch: de donor liep een incomplete dwarslaesie op.

Wat vond het slachtoffer?

De vrouw stelde Sanquin aansprakelijk voor haar letselschade. Zij stelde dat Sanquin haar zorgplicht had geschonden, waardoor zij een incomplete dwarslaesie opliep. De vrijwilligster had haar niet in de gaten gehouden, terwijl dat nu juist haar taak was. Bovendien was haar voorafgaand aan de donatie geen drinken aangeboden, terwijl Sanquin zelf op haar website aangeeft dat voldoende drinken flauwvallen helpt voorkomen. De vrouw wees er ook op dat zij als vrouw die voor het eerst doneerde tot een risicocategorie behoort, met een verhoogde kans op flauwvallen. De stoelen in het donorcafé waren bovendien zo instabiel dat ze bij een val eenvoudig konden omvallen. Omdat er buiten rechte een impasse was ontstaan, legde zij de aansprakelijkheidsvraag voor aan de rechter via een deelgeschilprocedure. Dat is een snelle juridische procedure, bedoeld om een vastgelopen schadezaak vlot te trekken.

Wat was het verweer van Sanquin?

Sanquin stelde dat het om een ongelukkige samenloop van omstandigheden ging. Volgens Sanquin had de vrijwilligster de donor wél in de gaten gehouden en was zij direct in actie gekomen toen ze een zucht hoorde. Sanquin vond dat het vrijwilligersprofiel voldeed aan de geldende eisen en dat alle procedures correct waren gevolgd. De vrouw behoorde volgens Sanquin bovendien niet tot een bijzondere risicogroep en de vrijwilligster stond met haar rug naar haar toe omdat zij op dat moment bezig was met het bereiden van een drankje voor haar.

Hoe oordeelde de rechter?

De rechtbank volgt het verweer van Sanquin niet. Het oordeel is helder: Sanquin heeft onvoldoende (na)zorg geboden aan de donor en is daardoor aansprakelijk.

De rechter stelde vast dat de vrijwilligster niet actief had opgelet. De vrouw was niet aan de vrijwilligster geïntroduceerd, zodat zij niet wist wie die persoon was en wat zij van haar kon verwachten. Er was geen contact geweest. De vrijwilligster had niet gezien dat de vrouw een reep chocolade pakte of van houding veranderde. En zij riep pas om hulp nádat de val al had plaatsgevonden en de een incomplete dwarslaesie aldus was ontstaan.

De rechter verwierp ook het argument dat de vrijwilligster niet anders kon dan met haar rug naar de donor staan. Sanquin had de ruimte anders kunnen inrichten, bijvoorbeeld door thermosfkannen met koffie en thee op tafel te zetten. Bovendien had Sanquin de vrijwilligster veel duidelijker moeten instrueren: het profiel voor vrijwilligers beschreef slechts dat zij een medewerker moest inschakelen als een donor al onwel was geworden. Nergens stond dat zij actief moest letten op vroege tekenen van onwelwording.

Het verweer dat Sanquin aan alle wet- en regelgeving had voldaan, leverde haar evenmin een vrijbrief op. De rechtbank overwoog dat die naleving Sanquin niet ontslaat van de plicht om voldoende nazorg te bieden. De aansprakelijkheid werd aangenomen op grond van artikel 6:74 BW, de wettelijke bepaling die aansprakelijkheid regelt bij een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van een verbintenis (een ‘wanprestatie’). De rechter koos bewust voor dit artikel en niet voor het medisch aansprakelijkheidsartikel, omdat bloeddonatie juridisch gezien geen behandelrelatie is.

Waarom is deze uitspraak bijzonder?

Deze uitspraak is om meerdere redenen interessant. Ten eerste maakt de rechtbank duidelijk dat het naleven van protocollen en procedures niet voldoende is als de feitelijke zorgverlening tekortschiet. Sanquin deed alles “volgens het boekje”, maar de concrete bescherming van de donor in de praktijk was onvoldoende. Het naleven van protocollen en procedures is daarmee een ondergrens, maar daaraan voldaan hebben geen vrijbrief. Dat is een stevige boodschap aan iedere organisatie die mensen begeleid bij een medische handeling.

Ten tweede is de juridische grondslag interessant. De rechter koos terecht voor artikel 6:74 BW (toerekenbare tekortkoming), omdat er geen sprake was van een geneeskundige behandelingsovereenkomst. Dat betekent dat de bescherming van de wet ook geldt buiten de klassieke arts-patiënt relatie, zoals bij een bloeddonatieorganisatie. De Wet inzake bloedvoorziening brengt mee dat Sanquin als enige organisatie bevoegd is bloed in te zamelen, wat ook een bijbehorende verantwoordelijkheid inhoudt jegens de donor.

Ten derde laat de zaak zien dat een organisatie verantwoordelijk is voor het handelen van haar vrijwilligers. De vrijwilligster was de enige die zicht had op de donor nadat zij de bloedafnameruimte had verlaten. Dan moet zij ook adequaat zijn geïnstrueerd en uitgerust om die taak daadwerkelijk te vervullen.

Tot slot is dit een voorbeeld van het belang van de deelgeschilprocedure als breekijzer om een impasse in het minnelijke traject te doorbreken. Via deze route kon de vrouw snel duidelijkheid krijgen over de aansprakelijkheidsvraag, zonder dat een langdurige bodemprocedure nodig was. Dat maakt de weg vrij om de omvang van haar letselschade door de incomplete dwarslaesie buiten rechte verder te regelen.

Heeft u letsel opgelopen als gevolg van een fout van een organisatie, instelling of zorgverlener? Of wilt u weten of u recht heeft op schadevergoeding? Neem dan geheel vrijblijvend contact met ons op. Wij denken graag met u mee over uw mogelijkheden.

Edwin Bosch
Gepubliceerd op 15 juli 2026 door: mr. E.W. (Edwin) Bosch