Het klinkt misschien vreemd: je komt als fietser ten val, er is geen aanrijding, maar toch besluit de rechter dat iemand anders jouw schade moet vergoeden. Toch is dat precies wat er gebeurde in een zaak bij de rechtbank Midden-Nederland op 21 mei 2025. Een vrouw viel van haar fiets doordat ze schrok van een plots opduikende elektrische step. Door de val ontstond er letselschade bij de fietser. De bestuurder van die step moest de ontstane schade vergoeden.
Deze uitspraak laat zien dat aansprakelijkheid in het verkeer niet altijd draait om botsingen. Ook gedrag dat gevaar oplevert, zonder direct contact, kan genoeg zijn om iemand verantwoordelijk te houden voor letselschade.
Op een herfstige dag in oktober 2021 fietst een vrouw over een woonerf in Utrecht. Ze nadert een onoverzichtelijke kruising als ineens een elektrische step opduikt. De step rijdt met behoorlijke snelheid over het smalle pad. De vrouw schrikt hevig, verliest haar evenwicht en valt. Ze loopt daarbij letsel op. De bestuurder van de step blijft ongedeerd, maar de gevolgen voor de vrouw zijn ingrijpend.
De vrouw, het slachtoffer, stelt de bestuurder van de step aansprakelijk voor de val en de daardoor ontstane letselschade. De stepbestuurder is het daar niet mee eens: hij stelt dat hij haar niet heeft geraakt en zich aan de regels hield. Volgens hem is hij dus niet aansprakelijk voor de val.
Daarop begint het slachtoffer een procedure bij de rechtbank.
Voordat de rechtbank kan oordelen over de vraag of de stepbestuurder aansprakelijk is, kijkt zij naar het type voertuig. De elektrische step waar de stepbestuurder op reed, wordt volgens de wet, zoals die ten tijde van het ongeval gold, gezien als een motorvoertuig. Het ging om een niet goedgekeurde step, waardoor de step niet in een uitzonderingscategorie viel. Doordat met de step 25 km/u kon rijden en een motorvermogen heeft van 350 Watt, kwalificeert de step als een bromfiets.
Hoewel er in deze zaak geen sprake was van een botsing, zijn er wél twee belangrijke elementen die maken dat art. 185 van de Wegenverkeerswet 1994 van toepassing is: een motorvoertuig (de elektrische step) en een ongemotoriseerde verkeersdeelnemer (de fietser). Dit artikel biedt bescherming aan kwetsbare verkeersdeelnemers, zoals fietsers en voetgangers, in situaties waarbij zij betrokken raken bij een verkeersongeval met een motorvoertuig. Voor toepasselijkheid van art. 185 WvW is voldoende dat een motorvoertuig ‘betrokken’ is, een botsing is niet vereist.
Op grond van art. 185 Wegenverkeerswet 1994 rust de aansprakelijkheid in beginsel op de bestuurder van het motorvoertuig. Alleen als die bestuurder kan aantonen dat sprake was van overmacht, of dat het slachtoffer een ernstige verkeersfout maakte, kan (een deel van) de schade voor rekening van het slachtoffer komen. In alle andere gevallen geldt een ruime bescherming van de zwakkere verkeersdeelnemer — óók als er geen botsing is geweest.
Nadat de rechtbank vaststelt dat de elektrische step als motorvoertuig kwalificeert en art. 185 van de Wegenverkeerswet 1994 van toepassing is, onderzoekt zij of sprake is van overmacht aan de zijde van de stepbestuurder. Overmacht betekent dat een bestuurder geen enkel verwijt kan worden gemaakt en dat het ongeval volledig te wijten is aan een onverwachte fout van een ander, waar de bestuurder geen rekening mee hoefde te houden.
De stepbestuurder stelde dat hij de fietser niet had geraakt, niet te hard reed en haar niet had zien aankomen. De rechter vond dit echter onvoldoende. Uit verklaringen van getuigen bleek dat de step te hard reed voor de situatie op het smalle, onoverzichtelijke pad. Juist op zo’n plek wordt van een bestuurder verwacht dat hij extra voorzichtig is en zijn snelheid aanpast. Omdat de bestuurder dat niet deed en er geen feiten waren die wijzen op een onverwachte fout van de fietser, concludeerde de rechtbank dat er geen sprake was van overmacht. De volledige schadevergoedingsplicht bleef daarom bij de stepbestuurder.
In sommige gevallen kan de schade (deels) voor rekening van het slachtoffer komen. Dit kan het geval zijn wanneer het slachtoffer zelf een fout heeft gemaakt of onvoldoende oplettend was, wat heeft bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval. Dit volgt uit art. 6:101 van het Burgerlijk Wetboek.
Daarom keek de rechter naar het gedrag van de fietser. In dit geval reed de vrouw rustig en normaal over het pad. Ze had de step niet kunnen zien aankomen en deed niets onverwachts. Haar gedrag gaf daarom geen reden om haar (deels) eigen schade toe te rekenen. Door de bestuurder van de step was het eigen schuldverweer ook niet goed uitgewerkt. Hij stelde slechts dat het slachtoffer een kwetsbare weggebruiker is, omdat zij haar fiets niet stabiel beheerst en zij fietsen spannend vindt. Dat is, naar het oordeel van de rechter, onvoldoende. Daardoor wordt de schadevergoedingsplicht van de bestuurder van de elektrische step niet verminderd. Hij dient dan ook de letselschade van het slachtoffer volledig te vergoeden.
Deze uitspraak is interessant omdat die duidelijk laat zien dat het gebruikmaken van een niet goedgekeurde step ertoe kan leiden dat een step juridisch een bromfiets blijkt te zijn. Daardoor ben je als bestuurder van een step eerder aansprakelijk voor schade toegebracht aan andere (niet gemotoriseerde) verkeersdeelnemers.
Voor fietsers en voetgangers is het geruststellend dat de wet hen beschermd. Word je verrast of schrik je door het gedrag van een ander en val je daardoor? Dan kun je onder omstandigheden je letselschade verhalen, zelfs als er geen botsing is geweest.
Heeft u vragen over aansprakelijkheid bij een verkeersongeval? Of twijfelt u of u uw letselschade kunt verhalen? Neem gerust contact met ons op — we helpen u graag verder.