Letsel: Gebonden aan een deskundigenrapport, of toch niet?

Geplaatst op 24 juni 2026 door mr. E.W. (Edwin) Bosch

Stel, u loopt ernstig letsel op bij een verkeersongeval. De aansprakelijkheid staat voor een deel vast, maar over de omvang van uw letselschade bestaat nog een flinke discussie. Om die discussie te beslechten, schakelen u en de verzekeraar gezamenlijk een onafhankelijke deskundige in. Die schrijft een rapport. En dan zegt de verzekeraar: wij geloven er niks van. Dit was precies de situatie in een recente uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 7 mei 2026. De uitkomst is leerzaam — zowel voor slachtoffers van letselschade als voor verzekeraars.

Wat speelde er?

Op 22 juni 2019 werd een motorrijder aangereden door een automobilist. Het letsel was ernstig. Jaren eerder, in 2011, was diezelfde man ook al betrokken bij een verkeersongeval. Ook toen was er sprake van letselschade. Voor dat eerdere ongeluk ontving hij in 2018 een slotuitkering van € 300.000 van verzekeraar Reaal.

Het hof Den Haag stelde in 2023 vast dat de aansprakelijkheid voor het ongeval van 2019 gelijk verdeeld was: 50% lag bij de veroorzaker (en dus bij diens verzekeraar Achmea), en 50% bij het slachtoffer zelf, wegens eigen schuld. Eigen schuld betekent dat het slachtoffer zelf ook iets fout heeft gedaan, waardoor het ongeluk kon gebeuren of de gevolgen daarvan erger werden. Achmea was daarom gehouden om 50% van de letselschade die het slachtoffer door de botsing leed te vergoeden.

Om de letselschade vast te stellen, spraken partijen af om een gezamenlijk neurologisch onderzoek te laten uitvoeren. Dat wil zeggen: een onafhankelijk neuroloog, aangewezen door beide partijen, onderzoekt het slachtoffer en schrijft een medisch rapport. Dit is een gebruikelijke manier om in letselschadezaken medische discussies te beslechten. De neuroloog bracht zijn rapport uit in maart 2025. Hij stelde vast dat het slachtoffer leed aan een licht traumatisch hoofd-/hersenletsel met posttraumatische hoofdpijn en pijnklachten aan de tussenribzenuwen rechts, intercostaal neuralgie genaamd. Het functieverlies door die tussenribpijn stelde hij vast op maar liefst 40%. Helaas bracht het onderzoek niet de gewenste duidelijkheid. Er ontstond een discussie over de (bewijs)waarde van het deskundigenrapport.

Wat vond het slachtoffer?

Het slachtoffer verzocht in de deelgeschilprocedure — een speciale, snelle procedure om een onderdeel van een letselschadezaak aan de rechter voor te leggen — twee dingen. Ten eerste vroeg hij de rechter vast te stellen dat het neurologisch rapport als basis moet dienen voor de verdere afwikkeling van zijn letselschade. Ten tweede vroeg hij de rechter te bepalen dat Achmea de schadevergoeding die hij in 2018 van Reaal had ontvangen niet mag verrekenen.

Zijn redenering: partijen hebben de neuroloog samen ingeschakeld, en zijn dus ook samen gebonden aan wat die neuroloog heeft geconcludeerd. Er zijn geen goede redenen om dat rapport terzijde te schuiven .

Wat was het verweer van Achmea?

Achmea voerde verweer. De verzekeraar stelde dat er zwaarwegende en steekhoudende bezwaren bestonden tegen het rapport van de neuroloog. Enerzijds omdat de neuroloog zijn onderzoek zou hebben uitgevoerd zonder te beschikken over alle relevante medische informatie. Anderzijds omdat het rapport inhoudelijk niet zou voldoen aan de kwaliteitseisen. De neuroloog had inconsistenties in het verhaal van het slachtoffer onvoldoende onderzocht en de aanvullende vragen van Achmea onvoldoende adequaat beantwoord. Om haar bezwaren kracht bij te zetten, legde Achmea het rapport van de gezamenlijk benoemde neuroloog eenzijdig voor aan een eigen externe neuroloog. Die eenzijdig benoemde neuroloog leverde, net als de eigen medisch adviseur van Achmea, de nodige kritiek op het rapport.

Bovendien stelde Achmea zich op het standpunt dat zij sowieso niet hoefde te betalen voor de schade door het verlies aan verdienvermogen. Haar redenering: de uitkering van € 300.000 die het slachtoffer in 2018 van Reaal had ontvangen voor de toenmalige letselschade, had al betrekking op de schade door het verlies aan verdienvermogen. Dat deel van de letselschade was dus al vergoed.

Hoe oordeelde de rechter?

Het deskundigenoordeel

De rechtbank stelde voorop: wie samen een deskundige inschakelt, is in beginsel ook samen gebonden aan diens rapport. Dat is alleen anders bij zwaarwegende en steekhoudende bezwaren.

Voor de situatie ná het ongeval veegt de rechtbank de bezwaren van Achmea van tafel. De neuroloog had zijn rapport deugdelijk opgesteld, zijn standpunt logisch onderbouwd en afdoende gereageerd op de aanvullende vragen die Achmea had gesteld. Het enkele feit dat een door de verzekeraar zelf eenzijdig ingeschakelde deskundige tot een andere conclusie komt, is niet genoeg om een gezamenlijk rapport opzij te schuiven. Het rapport geldt dus als basis voor de regeling van de letselschade, voor zover het gaat om de toestand van het slachtoffer ná het ongeluk.

Voor de situatie vóór het ongeval lag dat anders. De neuroloog had in zijn rapport opgenomen dat het slachtoffer verklaarde vóór het ongeluk van 2019 geen klachten meer te hebben van het eerdere ongeluk in 2011 en weer fulltime te werken. Maar zijn eigen belangenbehartiger had in het rapport juist aangevuld dat dit niet klopte: er was slechts sprake van een voornemen om te gaan werken, wat door het ongeluk van 2019 werd doorkruist. De neuroloog had deze tegenstrijdigheid wel gesignaleerd, maar er vervolgens niet op doorgevraagd of nader onderzoek daarnaar gedaan. Bovendien was relevante medische informatie over de periode vóór het ongeluk nooit aan de neuroloog verstrekt. Dat betekent dat voor de pre-existente situatie nader onderzoek nodig is.

De verrekeningsvraag

Gelet daarop kon de rechtbank de vraag over de verrekening met de uitkering van Reaal uit 2018 nog niet beantwoorden. De kern van het probleem was dit. Als uit nader onderzoek zou blijken dat het slachtoffer vóór het ongeval van 2019 al klachten en beperkingen had en dus geen of verminderd reëel arbeidsvermogen meer had, dan is aannemelijk dat hij dit ook niet door het nieuwe ongeval is kwijtgeraakt. In dat geval is er mogelijk geen nieuwe schade wegens verlies aan verdienvermogen, of is er sprake van zogenoemde mengschade: schade die zijn oorzaak vindt in beide ongevallen. Als echter, zoals het slachtoffer zelf stelde, vóór het ongeval van 2019 geen sprake meer was van klachten en er wel degelijk een reëel arbeidsvermogen bestond, dan kan hij dat door het nieuwe ongeval zijn kwijtgeraakt. In dat geval zou de in 2018 door Reaal betaalde schadevergoeding daar niet zonder meer aan afdoen, omdat een eventueel herstel nadien een nieuwe schade oplevert die voor vergoeding in aanmerking kan komen.

Waarom is deze uitspraak bijzonder?

Deze uitspraak laat twee dingen heel goed zien. Het eerste is de kracht van het gezamenlijk deskundigenrapport. Wie samen een onafhankelijke deskundige inschakelt, zit in principe vast aan de bevindingen en het oordeel van deze deskundige. Een verzekeraar kan niet achteraf een eigen neuroloog inschakelen, die tot een andere conclusie laten komen en dan zeggen: zie je wel, het rapport van de gezamenlijk benoemde deskundige deugt niet. Daar gaat de rechter in een letselschadezaak niet zomaar in mee. Dat is logisch. Anders zou elke verzekeraar een haar onwelgevallig rapport eenvoudig terzijde kunnen schuiven door er snel een eigen specialist tegenover te zetten. Toch gebeurt het in de praktijk geregeld dat verzekeraars dit proberen.

Het tweede is dat zo’n rapport niet heilig is als de basis ervan niet klopt. Als er onvoldoende medische informatie beschikbaar was over de situatie vóór het ongeluk, of als de deskundige een duidelijke tegenstrijdigheid in de anamnese onbesproken laat, dan kan het rapport voor dat onderdeel niet als definitief gelden. De waarde van een medisch rapport staat of valt met de kwaliteit van de informatie waarop het is gebaseerd.

Voor slachtoffers van letselschade is de boodschap helder: zorg dat alle relevante medische informatie tijdig en volledig beschikbaar is voordat een deskundige zijn onderzoek doet. En wees transparant, ook als eerdere klachten of beperkingen een rol speelden. Een slachtoffer dat dat niet doet, loopt het risico dat de schaderegeling voor een cruciaal onderdeel terugvalt op nader onderzoek, met alle vertraging en onzekerheid van dien. Maar ook voor verzekeraars is de boodschap duidelijk: wie samen een onafhankelijke deskundige inschakelt, zit in principe vast aan de bevindingen en het oordeel van deze deskundige. Een eigen deskundige iets anders laten verklaren, zet het gezamenlijk aangevraagde rapport niet zomaar opzij.

Hulp nodig na een ongeval?

Heeft u een verkeersongeval meegemaakt en wilt u weten waar u staat bij de afwikkeling van uw letselschade? Of vraagt u zich af of een deskundigenrapport in uw zaak wel of niet bindend is? Neem gerust vrijblijvend contact met ons op. Wij denken graag met u mee en kijken samen wat uw mogelijkheden zijn.

Edwin Bosch
Gepubliceerd op 24 juni 2026 door: mr. E.W. (Edwin) Bosch