Onlangs oordeelde de rechter in een opvallende zaak over een ernstig ongeval in een tram van HTM in Den Haag. Een man raakte bekneld tussen de deuren, werd meegesleurd en liep daarbij letsel op. De vervoerder erkende geen schuld. Maar wat zegt de rechter? En wat betekent dit voor slachtoffers van een tramongeval? Overigens schreef collega Chanou Timmer in september 2023 ook al een blog over de aansprakelijkheid van de HTM naar aanleiding van een ander ongeval.
In de nacht van 15 op 16 januari 2024 probeerde een man nog snel in te stappen in een tram bij station Hollands Spoor. Hij stak zijn voet tussen de sluitende achterdeuren. Die sloten zich, waarna de tram vertrok. De man werd ruim honderd meter meegesleurd en raakte gewond aan rug, been en arm. De HTM weigerde aansprakelijkheid te erkennen.
Daarop startte de man een deelgeschil. De man vroeg daarin om een voorschot op de schade van € 15.000 en vergoeding van de kosten van zijn jurist. Opvallend genoeg vroeg zijn jurist níet expliciet aan de rechter om een verklaring voor recht dat HTM aansprakelijk was. Dat is onhandig, want zonder zo’n verzoek kan de rechter formeel niet verder. De kantonrechter legde het verzoek gelukkig ruimhartig uit en nam toch de vraag naar de aansprakelijkheid mee. Dat kon de rechter doen, omdat ook HTM het verzoek ook in die zin had opgevat.
Ook de onderbouwing van de schade liet te wensen over. De man stelde dat hij medische kosten en inkomensverlies had geleden, maar hij leverde daarvan weinig bewijs. Er zat zelfs in medisch stuk bij het verzoek dat dateerde van vóór het ongeval en dus niet relevant was. Daardoor wees de rechter het voorschot op de schade af.
HTM vond dat de passagier zelf schuld had aan het ongeval. Hij had zijn voet niet tussen de deuren van de tram moeten steken. Volgens HTM werkte het veiligheidssysteem goed en had de bestuurder van de tram terecht mogen vertrouwen op het vertreksein. HTM vond dat de bestuurder van de tram niets fout had gedaan en ontkende elke aansprakelijkheid.
De rechter stelde vast dat het ongeval gebeurde tijdens het instappen van de tram. Daarom was er sprake van vervoerdersaansprakelijkheid, zoals bedoeld in artikel 8:105 BW. Art. 8:102 BW bepaalt immers dat het vervoer van personen uitsluitend de tijd dat de reiziger aan boord van het vervoermiddel is omvat, daarin instapt of daaruit uitstapt. Op grond van art. 8:105 BW is de vervoerder in principe aansprakelijk voor letsel dat ontstaat tijdens het vervoer, dus ook bij het in- of uitstappen. De vervoerder kan alleen aan aansprakelijkheid ontsnappen als het ongeval is ontstaan door iets wat een zorgvuldig vervoerder niet had kunnen voorkomen én waarvan hij de gevolgen ook niet had kunnen tegenhouden.
HTM kreeg géén gelijk. De rechter vond dat het veiligheidssysteem van de tram tekortschiet en dat de trambestuurder onvoldoende controleerde of veilig vertrekken mogelijk was. HTM had, mede op basis van eerdere soortgelijke incidenten, extra veiligheidsmaatregelen moeten treffen.
Toch trof ook het slachtoffer blaam: hij had zijn voet bewust tussen sluitende deuren van de tram gestoken, zonder eerst op de knop te drukken of zich ervan te vergewissen dat instappen nog veilig was. De rechter oordeelde dat dit onvoorzichtig gedrag was. Hij verdeelde op grond van art. 6:101 BW de schuld: 50% voor HTM, 50% voor het slachtoffer.
De jurist van de man had bovendien gevraagd om een billijkheidscorrectie, om het percentage eigen schuld te verlagen. Maar ook dat mislukte. De rechter vond dat onvoldoende was onderbouwd dat het letsel zo ernstig of blijvend was dat een correctie gerechtvaardigd zou zijn. Daarom bleef het bij 50% eigen schuld. Dat betekent dat het slachtoffer maar 50% van zijn schade vergoed krijgt. De andere 50% van de schade kan hij niet verhalen en moet hij zelf dragen.
Deze zaak laat goed zien dat wie letsel oploopt bij een ongeval in de tram, niet altijd zelf verantwoordelijk is. Vervoerders moeten zorgen voor veilige instapomstandigheden. Doen ze dat niet, dan kunnen ze aansprakelijk zijn.
Tegelijk blijkt hoe belangrijk het is om een schadeclaim goed en onderbouwd in te dienen. De rechter kan pas echt iets toewijzen als de schade goed is onderbouwd én als de juiste juridische vragen zijn voorgelegd. In deze zaak werd het voorschot op de schadevergoeding afgewezen vooral doordat er niet handig is geprocedeerd.
Is u iets soortgelijks overkomen in de tram, bus of trein? En vraagt u zich af of u recht heeft op schadevergoeding? Laat u dan bijstaan door een advocaat die weet hoe hij moet procederen. Het indienen van een letselschadeclaim is werk voor een specialist. Wij helpen u om uw schade volledig en op de juiste manier vergoed te krijgen.
Bel ons op 0174-444 880 of stuur een bericht via het contactformulier. Wij staan voor u klaar.