Een zelfstandig ondernemer die door een ongeval letselschade oploopt, kan veel inkomen mislopen. Zeker wanneer het letsel ervoor zorgt dat hij zijn eigen werk niet meer kan uitvoeren. Dan ontstaat schade door het verlies van verdienvermogen. Daarmee bedoelen we het inkomen dat de zelfstandig ondernemer door het ongeval niet meer kan verdienen.
Bij het berekenen van deze schade speelt een belangrijke vraag: hoe lang zou de zelfstandig ondernemer zonder het ongeval zijn blijven werken? Dat maakt veel uit. Iemand die zonder ongeval tot zijn 62e zou werken, lijdt immers minder inkomensschade dan iemand die tot zijn 70e zou doorgaan.
De Rechtbank Gelderland moest onlangs precies deze vraag beantwoorden. Het ging om een zelfstandig ondernemer in de bouw. Hij stelde dat hij zonder het ongeval tot zijn 70e zou hebben gewerkt. Verzekeraar Achmea, de verzekeraar van zijn wederpartij, ging juist uit van maximaal 62 jaar.
De rechtbank koos uiteindelijk voor een leeftijd die daar tussenin ligt: de AOW-leeftijd van 67,5 jaar.
De man werkte als zelfstandig ondernemer in de bouw. Hij had al een medische voorgeschiedenis. Door een eerder ongeval in 1996 had hij letsel aan zijn voeten en enkels opgelopen. Toch kon hij vanaf 2005 weer in zijn eigen onderneming werken. Dat deed hij ongeveer acht jaar.
In 2013 kreeg hij opnieuw een ongeval. Door de gevolgen daarvan ontstond schade door het verlies van verdienvermogen.
Om deze inkomensschade te berekenen, moet je twee situaties vergelijken. Aan de ene kant staat de feitelijke situatie mét het ongeval. Hoeveel kan de ondernemer nu nog verdienen? Daartegenover staat de hypothetische situatie zonder het ongeval. Hoe zou zijn loopbaan zich hebben ontwikkeld als het ongeval nooit was gebeurd?
Juist die tweede situatie zorgt vaak voor discussie. Niemand kan immers met zekerheid voorspellen hoe iemands carrière zonder een ongeval zou zijn verlopen.
In deze zaak spitste de discussie zich toe op één belangrijk onderdeel: tot welke leeftijd zou deze zelfstandig ondernemer zijn blijven werken?
De zelfstandig ondernemer vond dat zijn inkomensschade moest worden berekend tot zijn 70e verjaardag. Hij wees daarbij op onderzoek naar de pensioenleeftijd van zelfstandigen in de bouw.
De rechtbank had hiervoor een deskundige benoemd. Deze onderzocht onder meer op welke leeftijd zelfstandigen in de bouw gemiddeld stoppen met werken. Uit dat onderzoek bleek dat zelfstandigen gemiddeld langer doorwerken dan werknemers. In 2021 lag de gemiddelde pensioenleeftijd van zelfstandigen in de bouw op 68,1 jaar. Bovendien werkt een aanzienlijk deel (53%) van de zelfstandigen ook na het bereiken van de AOW-leeftijd nog door. Ook bleek dat de pensioenleeftijd van zelfstandigen in de afgelopen jaren flink is gestegen. Tussen 2002 en 2022 nam deze gemiddeld toe van 64,6 naar 68,1 jaar. Een eenvoudige doorrekening van die ontwikkeling kwam voor deze ondernemer uit op 70,2 jaar.
Volgens de ondernemer ondersteunden deze cijfers zijn standpunt. Daarnaast stelde hij dat hij slechts een beperkt aanvullend pensioen had. Hij had naar eigen zeggen dus ook een financiële reden om lang door te werken.
Achmea kwam tot een heel andere conclusie. Volgens de verzekeraar moest de rechtbank ervan uitgaan dat de zelfstandig ondernemer uiterlijk op zijn 62e zou zijn gestopt.
Achmea wees vooral op zijn medische voorgeschiedenis. Werken in de bouw is fysiek zwaar. De ondernemer had al vóór het ongeval van 2013 lichamelijke problemen aan zijn voeten en enkels. Volgens Achmea zouden deze klachten het moeilijk hebben gemaakt om zijn werkzaamheden nog jarenlang vol te houden. Daarnaast vond Achmea dat de rechtbank rekening moest houden met zijn pensioenvoorzieningen. Ook had de ondernemer eerder € 85.000 van Centramed ontvangen vanwege een medische fout. Volgens Achmea bood ook dat bedrag financiële ruimte om eerder te stoppen.
De standpunten lagen dus ver uit elkaar. De zelfstandig ondernemer wilde zijn schade door het verlies van verdienvermogen tot zijn 70e berekenen. Achmea ging uit van maximaal 62 jaar. Een verschil van acht jaar kan bij een zelfstandig ondernemer grote gevolgen hebben voor de totale omvang van de letselschade.
De rechtbank volgde geen van beide partijen volledig.
Allereerst vond zij het niet aannemelijk dat de zelfstandig ondernemer al op zijn 62e zou zijn gestopt. Zijn eerdere letsel bood daarvoor onvoldoende aanknopingspunten. Ondanks dat letsel had hij vanaf 2005 ongeveer acht jaar in zijn onderneming gewerkt. Daarmee had hij ook daadwerkelijk inkomen verdiend.
Bovendien bleek niet dat hij voldoende pensioen had opgebouwd om al op zijn 62e te stoppen. Ook de eerdere vergoeding van € 85.000 overtuigde de rechtbank niet. Dat bedrag vormde een vergoeding voor de gevolgen van een medische fout en omvatte ook smartengeld. Daaruit kon de rechtbank niet afleiden dat de ondernemer voldoende vermogen had om jaren eerder met werken te stoppen.
Daarmee viel de door Achmea voorgestelde leeftijd van 62 jaar af.
Maar ook de leeftijd van 70 jaar vond de rechtbank uiteindelijk te hoog. Daarbij keek zij naar de persoonlijke omstandigheden van deze zelfstandig ondernemer. Hij had al vóór het ongeval lichamelijk letsel. Bovendien bestond de mogelijkheid dat aanwezige artrose in de toekomst tot meer klachten zou leiden. Dat zou het fysiek zware werk in de bouw moeilijker kunnen maken.
De rechtbank koos daarom voor de AOW-leeftijd als eindpunt. Volgens de uitgangspunten in het vonnis bereikt de ondernemer die op 30 maart 2034. Hij is dan 67,5 jaar. Tot die datum moet zijn schade door het verlies van verdienvermogen worden berekend.
De rechtbank heeft nog niet vastgesteld hoeveel inkomensschade de zelfstandig ondernemer precies krijgt vergoed. Het gaat om een tussenvonnis. Wel staat nu een belangrijk uitgangspunt vast. Bij het berekenen van de schade door het verlies van verdienvermogen moeten partijen rekenen tot 30 maart 2034. De rechtbank geeft partijen eerst de gelegenheid om samen tot een berekening te komen. Lukt dat niet, dan kan zij een deskundige benoemen om de schade door het verlies van verdienvermogen te berekenen.
Deze uitspraak laat allereerst goed zien hoe een rechter schade door het verlies van verdienvermogen berekent. Hij vergelijkt de feitelijke situatie mét het ongeval met de hypothetische situatie zonder ongeval.
Over die hypothetische toekomst bestaat nooit volledige zekerheid. Een rechter mag daarom een redelijke inschatting maken door de goede en kwade kansen tegen elkaar af te wegen. Vaak wordt door de rechter dan toch gekeken naar gemiddelden en hetgeen gebruikelijk is.
Daarbij kan ook letsel dat al vóór het ongeval bestond een rol spelen. Hetzelfde geldt voor een zogenoemde predispositie. Daarmee bedoelen juristen een persoonlijke kwetsbaarheid of aanleg waardoor iemand mogelijk ook zonder het ongeval op enig moment klachten zou hebben gekregen. Maar een rechter mag zo’n predispositie niet zonder meer gebruiken om de schadevergoeding te verlagen. De Hoge Raad heeft daarover in het Jerrycan-arrest van 27 november 2015 belangrijke uitgangspunten gegeven. Voor het meewegen van zo’n toekomstige ontwikkeling moeten voldoende concrete aanwijzingen bestaan die betrekking hebben op het specifieke slachtoffer. Juist op dit punt is het oordeel van de Rechtbank Gelderland interessant. De statistische gegevens boden steun voor de gedachte dat deze zelfstandig ondernemer lang zou doorwerken. Toch koos de rechtbank niet voor 69 of 70 jaar, maar voor zijn AOW-leeftijd van 67,5 jaar. Daarbij speelde onder meer het bestaande letsel een rol. Opvallend is echter dat de medisch deskundige die eerder rapporteerde in deze zaak volgens de rechtbank:
“…geen uitsluitsel [heeft] kunnen geven over de vraag op welke termijn en in welke omvang de klachten en beperkingen van de eiser, die veroorzaakt zijn door het ongeval in 1996, zich zonder het ongeval van 2013 zouden hebben kunnen ontwikkelen.”
Het is de vraag of de rechtbank hier voldoende acht op heeft geslagen, nu de deskundige onvoldoende concrete aanwijzingen heeft kunnen geven, maar de rechter de mogelijke ontwikkeling van het bestaande letsel hier wel als argument gebruikt om niet tot 69 of 70 jaar door te rekenen.
Juist daarom is deze uitspraak interessant voor de letselschadepraktijk. Zij laat zien hoe belangrijk de onderbouwing van de hypothetische situatie zonder ongeval is. Dat geldt zeker voor een zelfstandig ondernemer, omdat zijn loopbaan vaak minder voorspelbaar verloopt dan die van een werknemer.
Bij een zelfstandig ondernemer kan de eindleeftijd een groot verschil maken voor de inkomensschade. Maar ook andere factoren spelen een rol. Denk aan de ontwikkeling van de onderneming, eerdere omzetcijfers, de mogelijkheid om personeel in te schakelen en de gezondheid vóór het ongeval.
Statistische gegevens kunnen helpen om de hypothetische situatie zonder ongeval te onderbouwen. Ze vormen echter niet automatisch het antwoord. De rechter kijkt ook naar de specifieke omstandigheden van de ondernemer.
Hetzelfde geldt voor eerder letsel. Een verzekeraar kan niet volstaan met de stelling dat een zelfstandig ondernemer vanwege bestaande klachten waarschijnlijk eerder zou zijn gestopt. Daarvoor moeten voldoende concrete aanknopingspunten bestaan.
Deze uitspraak laat zien hoe complex de berekening van inkomensschade bij een zelfstandig ondernemer kan zijn. Vooral de hypothetische toekomst zonder ongeval kan veel discussie opleveren.
De rechter moet inschatten hoe lang iemand zonder het ongeval zou hebben gewerkt. Daarbij kunnen statistieken, het arbeidsverleden en de persoonlijke omstandigheden een rol spelen. Ook eerder letsel kan van belang zijn. Een mogelijke toekomstige verslechtering mag echter niet zomaar worden aangenomen. Voor een zelfstandig ondernemer met letselschade is een goede onderbouwing daarom essentieel. Niet alleen het huidige inkomensverlies telt. Ook de ontwikkeling van de onderneming en de verwachte duur van het werkzame leven kunnen grote invloed hebben op de schade door het verlies van verdienvermogen.
Bent u zelfstandig ondernemer en heeft u door een ongeval letselschade en inkomensschade opgelopen? Of wilt u weten hoe uw schade door het verlies van verdienvermogen moet worden berekend? Neem dan geheel vrijblijvend contact met ons op. Wij beoordelen uw situatie zorgvuldig en helpen u bij het verhalen van uw schade.