Letselschade en verlies aan inkomen: wat krijgt u vergoed?

Geplaatst op 22 april 2026 door mr. E.W. (Edwin) Bosch

Een ongeval kan uw loopbaan hard raken. Wie door letsel niet meer terug kan in het eigen werk, moet vaak iets anders gaan doen. Soms is daarvoor zelfs een volledige omscholing nodig. Twee vragen worden dan belangrijk. Moet de verzekeraar de opleidingskosten betalen? En hoe wordt berekend wat u blijvend misloopt als u noodgedwongen een ander, vaak minder goed betaald vak instapt? De Rechtbank Rotterdam liet zich hier op 18 maart 2026 over uit. De uitspraak biedt concrete handvatten voor slachtoffers bij de begroting van de schade door het verlies van arbeidsvermogen.

Wat speelde er?

Op 9 juni 2015 overkwam een vrouw een ongeval. Verzekeraar Allianz werd aangesproken tot vergoeding van de letselschade. De gevolgen van het ongeval waren blijvend. In haar oude werk kon zij niet meer volledig terugkeren. Een arbeidsdeskundige (een specialist die adviseert over passende arbeidsmogelijkheden) onderzocht wat zij nog wel kon. Zijn conclusie: de functie van tolk is voor haar passend. Simultaan tolken was weliswaar mentaal te belastend en werk bij politie of IND niet geschikt, maar voor andere tolkopdrachten zag de arbeidsdeskundige voldoende mogelijkheden.

Om die stap te kunnen zetten, moest de vrouw eerst een opleiding tot tolk volgen. In een tussenvonnis van 18 maart 2026 (een tussentijdse uitspraak die nog niet het einde van de zaak vormt) boog de rechtbank zich over de opleidingskosten en de uitgangspunten voor de berekening van de schade van het verlies aan verdienvermogen. Die laatste term staat voor het verschil tussen wat u zonder ongeval had kunnen verdienen en wat u nu nog kunt verdienen.

Wat vond het slachtoffer over haar schade door verlies van verdienvermogen?

Voor de opleidingskosten vorderde de vrouw € 5.041,75. Dat bedrag omvatte onder meer cursusgeld, lesmateriaal en een startfase voor oriëntatie (voorlichting, hoorcolleges, het bekijken van een demotoets en het doornemen van studiegids en lesboek). Logisch, vond zij, want zonder opleiding kan zij de stap naar het nieuwe vak niet zetten.

Voor het salaris dat zij in de toekomst als tolk zou kunnen verdienen, wilde zij uitgaan van de ondergrens van loonwijzer.nl: een startsalaris van € 1.869 bruto per maand en een eindsalaris van € 2.788,46. Haar redenering: haar arbeidsmarktpositie is zwak en niet alle soorten tolkwerk zijn voor haar haalbaar. Met een lager fictief salaris valt het verschil met haar oude verdiencapaciteit, en dus de schade door verlies van verdienvermogen, hoger uit.

Het slachtoffer heeft aangevoerd dat het, gezien de stijgende pensioenleeftijd, redelijk is om uit te gaan van een pensioenleeftijd van 68 jaar.

Wat was het verweer van Allianz ten aanzien van de schade door verlies van verdienvermogen?

Allianz toonde zich bereid de opleidingskosten te dragen, maar niet volledig. De verzekeraar streepte € 242 aan oriëntatiekosten weg. Volgens Allianz waren die kosten niet nodig, omdat de arbeidsdeskundige al had vastgesteld dat tolkwerk passend was. Waarom dan nog een oriëntatiefase?

Bij de begroting van de schade door verlies van verdienvermogen koos Allianz ook voor andere uitgangspunten ten aanzien van het salaris in de situatie met ongeval. De verzekeraar verwees niet naar de ondergrens, maar naar de gemiddelden uit diezelfde loonwijzer.nl: € 2.850 bruto voor een tolk met 1 tot 4 jaar ervaring, € 3.304 tussen 5 en 9 jaar en € 3.719 vanaf 10 jaar ervaring. Bovendien suggereerde Allianz dat de vrouw als zelfstandige een jaaromzet van € 49.621 zou kunnen halen met 21 uur werken per week. Met die hogere cijfers zou haar schade door verlies van verdienvermogen flink lager uitvallen.

Allianz heeft aangevoerd dat de pensioenleeftijd 67 jaar en 9 maanden moet zijn.

Hoe oordeelde de rechter?

Voor de opleidingskosten koos de rechtbank de kant van de vrouw. De oriëntatiefase is nu eenmaal onderdeel van de opleiding. Voor voorlichting, hoorcolleges, demotoetsen en het doornemen van lesboeken is lesmateriaal nodig. Dat dit geld kost, is aannemelijk. Dat de arbeidsdeskundige al had geoordeeld dat tolkwerk passend is, doet daar niets aan af. De volledige € 5.041,75 komt dus voor rekening van Allianz. Wel plakte de rechter er een voorwaarde aan vast: de vrouw moet de opleiding ook echt gaan volgen.

Bij de begroting van de schade door verlies van verdienvermogen viel de beslissing over het salaris de andere kant op. De rechtbank nam de cijfers van Allianz over. De arbeidsdeskundige had immers aangegeven dat er, buiten de niet-passende niches, voldoende mogelijkheden zijn om als tolk aan de slag te gaan. Dat is voldoende reden om niet uit te gaan van de ondergrens. Ook kiest de rechter voor de cijfers uit 2025 in plaats van 2024. De inkomsten als tolk tellen pas vanaf 22 augustus 2025 mee, dus het ligt voor de hand om bij de begroting van de schade door verlies van verdienvermogen gegevens te gebruiken die zo dicht mogelijk bij dat moment liggen.

De suggestie van Allianz dat de vrouw als zelfstandig ondernemer aan de slag zou kunnen, schoof de rechter terzijde. Dat was te speculatief.

De rechter overweegt ten aanzien van de pensioenleeftijd dat het slachtoffer haar standpunt niet nader onderbouwd had, dat terwijl Allianz ter onderbouwing van haar standpunt een berekening van de website van de Sociale Verzekeringsbank heeft overgelegd. De rechtbank neemt dat onderbouwde standpunt over en gaat daarom uit van 67 jaar en 9 maanden.

Nadat de rechter in dit tussenvonnis de uitgangspunten voor de schadebegroting bepaalde, benoemt de rechtbank in dit vonnis vervolgens een deskundige van het Nederlands Rekencentrum Letselschade om deze uitgangspunten door te rekenen.

Waarom is deze uitspraak bijzonder?

De uitspraak biedt twee heldere handvatten voor de praktijk. In de eerste plaats: opleidingskosten komen volledig voor rekening van de aansprakelijke partij, mits ze nodig zijn om weer aan het werk te komen. Ook de zachtere randfasen, zoals een oriëntatieperiode, tellen mee. Verzekeraars proberen soms op deze randkosten te knabbelen. Deze uitspraak laat zien dat dit niet (altijd) lukt. Wie zijn verdiencapaciteit wil behouden of herstellen, mag daarvoor redelijke kosten maken die de aansprakelijke moet vergoeden.

In de tweede plaats laat de rechtbank zien hoe belangrijk de onderbouwing is van de schade door het verlies van verdienvermogen. Een verschil tussen de ondergrens en het gemiddelde kan over de hele looptijd zomaar tienduizenden euro’s of meer uitmaken. Wie voor een lager fictief salaris pleit, moet dat concreet onderbouwen. Een algemene verwijzing naar een zwakke arbeidsmarktpositie is niet genoeg, zeker niet wanneer de arbeidsdeskundige juist aangeeft dat er voldoende mogelijkheden zijn. Omgekeerd geldt dat ook voor de verzekeraar. De poging van Allianz om de vrouw als zelfstandig ondernemer weg te zetten, met een veel hogere omzet, sneuvelde omdat die aanname te ver van de werkelijkheid afstond. Het verschil ten aanzien van de pensioenleeftijd van het slachtoffer is in deze zaak niet zo heel groot.

De uitspraak maakt ook duidelijk waarom de arbeidsdeskundige in dit soort zaken een sleutelrol speelt. Zijn oordeel over wat nog passend is, werkt door in de aanvaardbaarheid van de opleidingskosten en in de hoogte van het nieuwe salaris. Goede afstemming met een ervaren arbeidsdeskundige is dan ook geen formaliteit, maar een belangrijk onderdeel van de strategie in een letselschadedossier.

Kunt u na een ongeval niet meer terug in uw werk?

Laat u dan goed adviseren. Omscholingskosten, een passend nieuw beroep, het verlies van verdienvermogen en de pensioenschade hangen allemaal samen. Kleine verschillen in uitgangspunten kunnen zomaar duizenden euro’s of meer uitmaken. Wilt u weten waar u recht op hebt? Neem geheel vrijblijvend contact met ons op. In een kosteloos kennismakingsgesprek bespreken wij uw situatie en de mogelijkheden om uw schade volledig te verhalen.

Edwin Bosch
Gepubliceerd op 22 april 2026 door: mr. E.W. (Edwin) Bosch