Een schilder die tijdens zijn werk wordt mishandeld door een bewoonster. Het klinkt uitzonderlijk, maar het gebeurde echt. In juni 2023 liep een zelfstandige schilder letselschade op toen hij in een nieuwbouwwoning werd aangevallen. De rechtbank Oost-Brabant oordeelde in september 2025 dat niet alleen de bewoonster, maar ook de bedrijven die de zzp-er de opdracht gaven aansprakelijk zijn.
Deze uitspraak laat zien dat letselschade na een ongeval op het werk soms meer partijen raakt dan alleen de directe veroorzaker.
De schilder werkte als zzp’er voor een schildersbedrijf. Dat bedrijf was door de hoofdaannemer ingehuurd voor schilderwerk bij een nieuwbouwproject. Hij kreeg de opdracht om enkele kozijnen bij te werken in een woning waarvan de bewoners ontevreden waren over de oplevering.
Wat de schilder niet wist: de bewoners hadden al vaker conflicten gehad met vaklieden. Eerdere schilders waren zelfs weggestuurd. Bij zijn komst liep de spanning direct hoog op. De vrouwelijke bewoonster duwde hem, sprong op zijn rug en gooide met zand en steentjes. De schilder raakte gewond en kreeg later ook psychische klachten. Hierdoor was er sprake van letselschade.
De schilder stelde dat hij onvoorbereid in een gevaarlijke situatie terechtkwam. Zijn opdrachtgever en de hoofdaannemer hadden hem moeten waarschuwen voor de gespannen voorgeschiedenis. Ook hadden ze ervoor moeten zorgen dat hij samen met de uitvoerder naar binnen zou gaan. Omdat dat niet gebeurde, liep hij letselschade op.
Daarom stelde hij niet alleen de bewoonster aansprakelijk, maar ook de betrokken bedrijven.
De bewoonster erkende dat ze de schilder had geduwd, maar ontkende de gestelde mishandeling. Volgens haar was er hooguit sprake van een duw om hem van het erf te krijgen.
De bedrijven voerden aan dat schilderwerk normaal gesproken geen gevaar oplevert. Dat de schilder letselschade opliep door een aanval van een bewoner, kon volgens hen niet worden voorzien. Zij vonden dat alleen de bewoonster verantwoordelijk was voor de ontstane letselschade. De hoofdaannemer stelde bovendien dat schilderwerk niet tot haar eigen bedrijfsvoering behoorde, omdat dit altijd werd uitbesteed. Daarom zou zij als hoofdaannemer niet aansprakelijk gehouden kunnen worden.
De rechtbank keek eerst of de werkgeversaansprakelijkheid van artikel 7:658 lid 4 BW ook gold voor deze zzp’er. Dat was het geval. Hij werkte onder verantwoordelijkheid van de aannemer en het schildersbedrijf en was afhankelijk van hun informatie en hun begeleiding.
De rechtbank keek in haar beschikking vervolgens scherp naar het handelen van de aannemer en het schildersbedrijf. Daar vielen meerdere dingen op.
De bewoners verwachtten de schilder om acht uur ’s ochtends. De schilder zelf werd pas rond negen uur gebeld door zijn opdrachtgever, met de mededeling dat hij die dag nog een paar kozijnen moest schilderen. Hij verscheen dus later dan de bewoners hadden gedacht. Zij waren daarover boos en het zorgde direct voor spanning. De bedrijven wisten van de afspraak om acht uur, maar gaven dat cruciale detail niet door. Daarmee stuurden ze hun schilder nietsvermoedend een conflictsituatie in.
De aannemer en het schildersbedrijf waren op de hoogte van de moeilijke relatie met de bewoners. Andere vaklieden waren er al weggelopen na verbaal agressief gedrag. Installateurs wilden alleen nog met twee man tegelijk naar binnen. Dat waren duidelijke signalen dat de situatie bij deze woning gespannen was. Toch vertelde niemand dit aan de schilder. Hij kwam dus totaal onvoorbereid bij een adres waar de gemoederen al langer hoog opliepen.
De bedrijven hadden afgesproken dat de schilder samen met de uitvoerder naar binnen zou gaan. Zo konden de herstelpunten ter plekke worden besproken en kon escalatie worden voorkomen. In de praktijk stond de schilder er echter alleen voor. De uitvoerder was niet aanwezig toen hij arriveerde. Ook daar ging het mis.
Volgens de schilder kreeg hij telefonisch te horen dat hij alleen een paar kozijnen moest bijwerken. De bewoners verwachtten echter dat hij veel meer zou doen, namelijk het volledige schilderwerk binnen en buiten. Dat verschil in verwachting zorgde opnieuw voor frustratie. Het was de taak van de bedrijven om helder te communiceren wat er precies gedaan zou worden. Dat deden ze niet, en daardoor liep de spanning nog verder op.
Zowel de aannemer als het schildersbedrijf waren aldus de nodige verwijten te maken. De rechter paste daarna de Kelderluikcriteria toe. Die gaan over de kans dat een ongeval gebeurt, de ernst van de gevolgen en hoe eenvoudig veiligheidsmaatregelen zijn. Het risico was voorzienbaar: er waren al meerdere problemen geweest. De gevolgen van een geweldsincident zijn ernstig. En maatregelen, zoals goede communicatie, begeleiding door de uitvoerder en duidelijke afspraken met bewoners, waren eenvoudig te nemen.
Omdat de bedrijven dat niet deden, schonden zij hun zorgplicht. Zij zijn dus aansprakelijk voor de letselschade.
De bewoonster zelf werd ook aansprakelijk gehouden. Getuigen bevestigden dat er meer was gebeurd dan een simpele duw. Haar gedrag was daarom onrechtmatig en leidde rechtstreeks tot het ongeval.
Deze uitspraak is bijzonder omdat geweld door bewoners geen standaard risico is bij schilderwerk. Toch kunnen opdrachtgevers en aannemers aansprakelijk zijn als ze weten dat er spanningen zijn en een schilder daar onvoorbereid op afsturen.
De rechter maakte duidelijk dat ook zelfstandigen bescherming hebben. Artikel 7:658 lid 4 BW zorgt ervoor dat een zzp’er die letselschade oploopt tijdens zijn werk, onder bepaalde omstandigheden dezelfde bescherming krijgt als een werknemer.
De zaak benadrukt bovendien hoe belangrijk communicatie is. Een verkeerd tijdstip, onduidelijke opdrachten en het achterhouden van informatie over eerdere problemen bleken directe oorzaken van het ongeval. Met simpele maatregelen hadden de bedrijven dit kunnen voorkomen.
Daarnaast laat de zaak zien dat de Kelderluikcriteria breed toepasbaar zijn. Als een ongeval voorzienbaar is en de gevolgen ernstig kunnen zijn (er is een kans op het ontstaan van letselschade), dan moet een bedrijf ingrijpen.
Opvallend is ook dat niet alleen de bewoonster, maar ook de bedrijven hoofdelijk aansprakelijk zijn. Dat geeft slachtoffers van letselschade meer zekerheid dat hun schade daadwerkelijk wordt vergoed.
De rechtbank oordeelde dat de bewoonster, de aannemer en het schildersbedrijf aansprakelijk zijn voor de letselschade van de schilder. Het ging hier niet om domme pech, maar om een reeks fouten in de communicatie en de begeleiding. Voor slachtoffers is dit een belangrijk signaal: ook bij onverwachte ongevallen tijdens het werk kan er recht bestaan op schadevergoeding.
Heeft u letselschade opgelopen door een ongeval tijdens uw werk of door geweld van een klant of bewoner? Neem vrijblijvend contact met ons op. Wij helpen u bij het verhalen van uw schade.