Letselschade tijdens klimcursus: klimhal aansprakelijk voor letselschade

Geplaatst op 10 september 2025 door mr. E.W. (Edwin) Bosch

Sporten moet veilig zijn. Toch kan een sportieve avond eindigen in een ongeval met zeer ernstige letselschade. In Haarlem gebeurde dat bij een basiscursus toprope klimmen. Een cursist viel twaalf meter naar beneden en liep ernstig letsel op. Het Gerechtshof Amsterdam oordeelde in augustus 2025 dat de klimhal aansprakelijk is en daarom de letselschade moet vergoeden.

De vrouw volgde een cursus van vier lessen in een klimhal. In les drie mocht ze een moeilijke route proberen, met bovenin een overhang. Ze werd gezekerd door een medecursist die een zogenoemde ’tuber’ gebruikte. Voor niet-klimmers: dat is een klein metalen plaatje waar het touw doorheen loopt. Het apparaat remt een val, maar alleen als de zekeraar de remhand strak op de juiste plek houdt.

Op het moment dat de cursist losliet, hield haar zekeraar de remhand te hoog. Het touw gleed door de handen en de val werd daardoor niet gestopt. Ze kwam vanaf twaalf meter op de grond terecht en liep meerdere botbreuken op.

Het standpunt van het slachtoffer

De klimmer stelde dat de organisator van de cursus tekortschiet. De organisatie liet beginnende cursisten in de derde les al moeilijke routes klimmen. Er was geen instructeur die actief toezicht hield. Ook was er geen tweede zekeraar die kon ingrijpen. Bovendien was er een groot verschil in gewicht tussen klimmer en zekeraar. Volgens de eigen regels van de cursusorganisatie mocht dat verschil maximaal vijftien kilo zijn. In dit geval lag het verschil veel hoger.

Het verweer van de klimhal

De organisatie voerde aan dat sportklimmen niet gevaarlijk is als deelnemers de basisregels volgen. Fouten horen bij het leerproces en zijn volgens de klimhal niet te vermijden. Cursisten zouden na twee of drie lessen al zelfstandig kunnen zekeren. Een back-up zekeraar vond de organisatie niet nodig, behalve in uitzonderlijke gevallen. Ook verwees de klimhal naar algemene voorwaarden waarin aansprakelijkheid was beperkt.

De rechtbank oordeelde eerder dat Klimmuur Haarlem geen gevaarzettende situatie in het leven heeft geroepen en dat niet kan worden vastgesteld dat Klimmuur Haarlem zich naar maatstaven van maatschappelijke zorgvuldigheid anders had behoren te gedragen dan zij heeft gedaan. Met dit oordeel was het slachtoffer het niet eens. Zij ging daarom in hoger beroep.

Het oordeel van het hof

Het hof kwam tot een ander oordeel en wees het verweer van de hand. Volgens het hof gaat het hier niet om een gelijkwaardige sport- en spelsituatie tussen twee deelnemers. Het is een cursus waarin de cursusaanbieder en de instructeurs een duidelijke zorgplicht hebben.

Het hof keek naar de risico’s en de ernst van de gevolgen. Hij toetste aan de zogenoemde Kelderluikcriteria. Die criteria bestaan al sinds een uitspraak van de Hoge Raad uit 1965 en worden nog steeds gebruikt om te bepalen of iemand voldoende voorzichtig is geweest. Kort gezegd kijkt de rechter naar de kans dat mensen even niet opletten, de kans dat daardoor een ongeval ontstaat, hoe ernstig de gevolgen kunnen zijn en hoe lastig het is om extra maatregelen te nemen. Hoe groter de kans op ongelukken en hoe zwaarder de mogelijke gevolgen, hoe meer van de organisator mag worden verwacht om voorzorgsmaatregelen te treffen. Het hof weegt deze criteria en overweegt dat een val van twaalf meter is levensgevaarlijk. Het risico was duidelijk aanwezig. Maatregelen zoals toezicht of een back-up zekeraar waren eenvoudig te organiseren. Dat had het ongeval waarschijnlijk voorkomen.

Ook keek het hof naar de opzet van de cursus. Die duurde vier lessen en het certificaat werd pas ná afloop verstrekt. Deelnemers mochten in les drie dus nog niet als volledig zelfstandig worden behandeld. Toch gebeurde dat wel. Daarmee hield de klimhal zich niet aan de eigen regels.

Daarnaast was er het gewichtsverschil. De organisatie vroeg niet actief naar het gewicht van de deelnemers, dat had wel gemoeten. Het verschil in gewicht tussen de beide cursisten was te groot. Daarmee werd het risico dat een val niet kon worden opgevangen nog groter.

Het beroep op de algemene voorwaarden hielp de klimhal niet. Die waren niet juist overeengekomen.

Waarom deze uitspraak belangrijk is

Deze uitspraak laat zien dat aanbieders van sportcursussen een grote verantwoordelijkheid hebben. Zij moeten rekening houden met fouten van beginners. Dat geldt zeker als de gevolgen van die fouten ernstig kunnen zijn.

Het hof benadrukte dat eenvoudige maatregelen vaak genoeg zijn. Actief toezicht door een instructeur, een back-up zekeraar of een zorgvuldige routekeuze kunnen een groot verschil maken. Hetzelfde geldt voor het koppelen van cursisten met een verantwoord gewichtsverschil.

Opvallend is ook dat de rechter de eigen regels van de organisatie meeweegt. Wie een vierlessencursus verkoopt, mag deelnemers in de derde les niet behandelen als zelfstandige klimmers. Wat je belooft in je cursusopzet, schept verplichtingen.

Ten slotte maakt de uitspraak duidelijk dat algemene voorwaarden niet zomaar bescherming bieden. Als deelnemers die voorwaarden niet vooraf en duidelijk hebben geaccepteerd, kan een aanbieder zich er niet achter verschuilen.

Conclusie

Het Gerechtshof Amsterdam houdt de klimhal aansprakelijk voor het ongeval en de letselschade. Voor de klimmer betekent dat erkenning en uitzicht op vergoeding van diens letselschade. Voor de sector is het een duidelijke waarschuwing: veiligheid moet voorop staan, vooral bij beginnende sporters.

Heeft u zelf letselschade opgelopen door een ongeval tijdens een sportcursus of activiteit? Neem gerust vrijblijvend contact met ons op. Wij beoordelen uw situatie en helpen u bij het verhalen van uw schade.

Edwin Bosch
Gepubliceerd op 10 september 2025 door: mr. E.W. (Edwin) Bosch