Wie door een ongeval letselschade oploopt, kan recht hebben op een vergoeding voor het verlies van verdienvermogen. Dat is de schade die ontstaat doordat iemand door zijn letsel minder of helemaal niet meer kan werken en daardoor inkomen misloopt. Juist deze vorm van letselschade leidt regelmatig tot discussie. Wat zou een slachtoffer zonder het ongeval hebben verdiend? En welke inkomsten tellen mee bij de berekening van de schade?
De Rechtbank Amsterdam behandelde onlangs een letselschadezaak waarin precies die vragen centraal stonden. Het slachtoffer werkte als verloskundige en verrichtte daarnaast verschillende andere werkzaamheden. Zij vroeg een vergoeding voor meerdere schadeposten, waaronder de schade door verlies van verdienvermogen.
Tijdens de procedure bleek echter dat zij belangrijke informatie over haar arbeidsverleden pas in een laat stadium met de rechtbank had gedeeld. Toch kende de rechtbank een belangrijk deel van haar schade toe. De uitspraak laat twee belangrijke lessen zien. Wie letselschade wil verhalen, moet zijn schade goed onderbouwen. Daarnaast moet een slachtoffer de rechter volledig informeren over de situatie vóór het ongeval. Juist bij een vordering wegens verlies van verdienvermogen kan die informatie doorslaggevend zijn.
De vrouw liep op 3 februari 2023 letsel op bij een ongeval. De rechtbank had eerder al geoordeeld dat de aansprakelijke partijen 60% van haar schade moesten vergoeden. De overige 40% bleef vanwege eigen schuld voor haar rekening. Over dat onderdeel bestond geen discussie meer.
In een eerder tussenvonnis had de rechtbank ook al verschillende schadeposten beoordeeld. Daarbij ging het onder meer om medische kosten, huishoudelijke hulp, verlies van zelfredzaamheid en smartengeld. Alleen de schade door verlies van verdienvermogen stond nog open.
De vrouw werkte als verloskundige. Zij begeleidde echter geen bevallingen meer, maar verrichtte ondersteunende werkzaamheden binnen verloskundigenpraktijken. Daarnaast gaf zij online voorlichting. De rechtbank moest beoordelen hoeveel zij zonder het ongeval waarschijnlijk zou hebben verdiend en welk inkomen zij door haar letsel was misgelopen.
De vrouw stelde dat zij vóór het ongeval volledig was hersteld van eerdere mentale klachten. Volgens haar kon zij haar werkzaamheden daarom weer normaal uitvoeren. De eerdere arbeidsongeschiktheid mocht volgens haar geen rol spelen bij de berekening van de schade.
Zonder het ongeval zou zij haar werkzaamheden voor verschillende opdrachtgevers hebben voortgezet. Zij zou praktijkondersteunend werk blijven doen en daarnaast voorlichting blijven geven. Door het ongeval viel zij eerst volledig uit. Daarna kon zij haar werkzaamheden slechts gedeeltelijk hervatten.
Zij vroeg daarom een vergoeding voor het inkomen dat zij hierdoor misliep. Ook de toekomstige schade door verlies van verdienvermogen wilde zij vergoed krijgen. Binnenkort zou zij opnieuw een operatie moeten ondergaan, waardoor zij tijdelijk opnieuw niet kon werken.
Tijdens de laatste fase van de procedure kwam naar voren dat de vrouw tussen 2019 en 2022 een arbeidsongeschiktheidsuitkering had ontvangen. Zij kreeg deze uitkering wegens mentale en stressgerelateerde klachten. De uitkering stopte op 1 oktober 2022. Daarna hervatte zij haar werkzaamheden.
Volgens de rechtbank had de vrouw deze informatie veel eerder moeten verstrekken. De eerdere arbeidsongeschiktheid was namelijk van belang voor de vraag hoeveel zij zonder het ongeval had kunnen verdienen.
Doordat zij hierover had gezwegen, ontstond een onjuist beeld van haar verdiencapaciteit. De vrouw had de indruk gewekt dat zij in 2022 gemiddeld 15 tot 20 uur per week werkte voor een verloskundigenpraktijk. Uit haar belastingaangifte bleek echter dat zij daar in dat jaar slechts € 2.907 had verdiend. Dat bedrag paste volgens de rechtbank eerder bij ongeveer acht uur werk per week gedurende het laatste kwartaal van 2022.
De aansprakelijke partijen vonden dat de vrouw haar schade te hoog had berekend. Volgens hen betekende het einde van de arbeidsongeschiktheidsuitkering niet automatisch dat zij weer volledig kon werken.
Zij wezen erop dat de vrouw al vóór het ongeval geen bevallingen meer begeleidde. Daardoor had zij een beperkter takenpakket en een lagere verdiencapaciteit dan een volledig werkende verloskundige.
Ook wezen zij op de beperkte inkomsten die de vrouw in 2022 daadwerkelijk had verdiend. Volgens hen moest de rechtbank daarom uitgaan van objectieve en controleerbare gegevens, en niet van de verwachtingen die de vrouw zelf had geschetst.

Dat betekende echter niet dat haar vordering werd afgewezen. De rechtbank onderzocht vervolgens per opdrachtgever welk inkomen de vrouw daadwerkelijk was misgelopen.
Voor haar werkzaamheden bij Terra sloot de rechtbank aan bij de inkomsten die uit de belastingaangifte bleken. Een hogere verdiencapaciteit vond de rechtbank onvoldoende onderbouwd. Vervolgens berekende zij hoeveel inkomen de vrouw tijdens haar volledige en gedeeltelijke uitval was misgelopen.
Daarnaast werkte de vrouw voor een andere verloskundigenpraktijk tegen contante betaling. Die inkomsten had zij niet opgegeven aan de Belastingdienst. Toch oordeelde de rechtbank dat ook dergelijke inkomsten onderdeel kunnen zijn van de schade door verlies van verdienvermogen. Een slachtoffer moet dan wel voldoende aannemelijk maken dat die werkzaamheden daadwerkelijk zijn verricht en welke inkomsten daarmee werden verdiend. In deze zaak slaagde de vrouw daarin met verklaringen en andere bewijsstukken. Daarom nam de rechtbank ook deze inkomsten mee in de schadeberekening.
Verder kende de rechtbank een vergoeding toe voor de inkomsten die de vrouw misliep doordat zij tijdelijk geen voorlichting kon geven. Ook hield de rechtbank rekening met de toekomstige uitval als gevolg van een nieuwe operatie. Uiteindelijk stelde de rechtbank de netto schade door verlies van verdienvermogen vast op € 15.378,50. Samen met de eerder vastgestelde schade kwam de totale schade uit op € 37.917,60. Omdat de aansprakelijke partijen slechts voor 60% aansprakelijk waren, moesten zij uiteindelijk € 22.750,56 vergoeden, vermeerderd met wettelijke rente.
Deze uitspraak laat allereerst zien hoe belangrijk volledige openheid is in een letselschadeprocedure. Ook informatie die voor een slachtoffer ongunstig lijkt, moet worden gedeeld. Een eerdere arbeidsongeschiktheid kan immers invloed hebben op de berekening van het verlies van verdienvermogen.
Tegelijkertijd laat de uitspraak zien dat een schending van die informatieplicht niet automatisch betekent dat een slachtoffer geen recht meer heeft op schadevergoeding. De rechtbank keek uiteindelijk vooral naar de objectieve gegevens en berekende op basis daarvan welke schade daadwerkelijk was geleden. Door de onvolledige voorlichting door de vrouw wordt er wel een lagere proceskostenveroordeling toegewezen.
Daarnaast bevestigt deze uitspraak dat ook niet-aangegeven inkomsten onderdeel kunnen uitmaken van een letselschadevordering. Dat betekent niet dat iedere stelling voldoende is. Een slachtoffer moet zulke inkomsten wel met concrete stukken en verklaringen kunnen onderbouwen.
Tot slot maakt de uitspraak duidelijk dat rechters bij letselschade steeds uitgaan van de feitelijke situatie. Belastingaangiften, contracten, verklaringen en gegevens over gewerkte uren wegen daarbij vaak zwaarder dan verwachtingen of aannames.
Deze uitspraak laat zien dat een vordering wegens verlies van verdienvermogen na letselschade vraagt om een zorgvuldige onderbouwing. De rechter kijkt niet alleen naar het letsel, maar ook naar de werk- en inkomenssituatie vóór het ongeval. Wie relevante informatie achterhoudt, loopt het risico dat dit gevolgen heeft voor de procedure en de proceskosten.
Tegelijk bevestigt de uitspraak dat ook minder voor de hand liggende inkomsten, zoals contante inkomsten of inkomsten uit verschillende opdrachtgevers, onderdeel kunnen zijn van de letselschade. Het slachtoffer moet die inkomsten dan wel goed kunnen onderbouwen.
Heeft u letselschade opgelopen door een ongeval en wilt u weten of u recht heeft op een vergoeding voor het verlies van verdienvermogen? Neem dan geheel vrijblijvend contact met ons op. Wij beoordelen uw situatie zorgvuldig en helpen u bij het verhalen van uw letselschade.