Een ogenschijnlijk onschuldig moment kan grote gevolgen hebben. Dat blijkt uit het vonnis van de rechtbank van Amsterdam van 26 november 2025. Daarin deed de rechtbank uitspraak in een zaak waar een vrouw omver was gerend door spelende honden. De vraag die centraal stond was wie is aansprakelijk voor het letsel en de schade die de vrouw had opgelopen. In deze blog bespreek ik de relevante punten uit dat vonnis.
Op 3 februari 2023 liet een vrouw haar hond uit op een grasstrook. Zij stond met twee andere hondeneigenaren te praten, terwijl de honden – zonder lijn – met elkaar speelden. Op dat moment rende een van de honden in volle vaart tegen haar linkerbeen, waardoor zij hard ten val kwam.
De gevolgen waren fors. In het ziekenhuis werd een complexe breuk van het linker scheenbeen vastgesteld (tibia plateau fractuur). Anderhalf jaar later was zij nog altijd niet volledig hersteld.
Het slachtoffer stelde de eigenaren van de betrokken Labrador aansprakelijk voor haar letselschade. Volgens het slachtoffer was het de Labrador van het stel die tegen haar been aan was gerend, waardoor zij ten val kwam. Volgens het echtpaar was het echter haar eigen hond die tegen haar been aan was gerend! Zij wezen de verantwoordelijkheid voor het ongeval af.
Daarom stapte het slachtoffer naar de rechter en verzocht zij de rechtbank onder meer om de hoofdelijke aansprakelijkheid van het echtpaar voor haar schade vast te stellen. Grondslag voor haar vordering was onder andere artikel 6:179 BW: risicoaansprakelijk voor de gedragingen van een door het dier aangerichte schade.
Het stel voerde verweer en betwisten de toedracht van het ongeval. Daarnaast was volgens hen sprake van eigen schuld, omdat het slachtoffer de aanlijnplicht had overtreden en daarmee had bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval. Daarom zou op grond van art. 6:101 BW de schadevergoedingsplicht moeten worden verminderd.
Voordat de rechter uitspraak kon doen over de aansprakelijkheid en de schadevergoeding, moest er duidelijkheid komen over de toedracht. Welke hond was tegen de vrouw aan gerend? Om dat vast te stellen, werd een voorlopig getuigenverhoor bij de rechter gelast. Daar werden onder andere eiseres, het echtpaar en een buurvrouw gehoord.
Het slachtoffer verklaarde onder andere:
“Ineens zie ik [de Labrador] recht op mij af komen. In een split second denk ik nog: moet ik aan de kant springen, maar daar was denk ik achteraf geen tijd voor geweest. [de Labrador] loopt recht door mij heen alsof ik glas was. Zij liep keihard tegen mijn linkerbeen aan. Ik val voorover met [hond slachtoffer] onder mij als een soort worst. […] Ik had meteen heel veel pijn en voelde dat ik niet meer kon staan. […]”
De buurvrouw had het ongeval direct zien gebeuren. Zij verklaarde onder andere:
“Ik zag dat de zwarte labrador rende en daarachter rende de hond van [eiseres]. [eiseres] en ik stonden vlak bij elkaar met elkaar te praten. Ik zag dat de voorste hond, de zwarte labrador, recht op de onderbenen van [eiseres] afrende waardoor zij viel. […] “
Daartegenover stonden verklaringen van de hondeneigenaren zelf. Het echtpaar verklaarde:
“Ik zag ze aankomen en deed een stapje naar achter. Mevrouw bleef staan en stapte niet weg. [de Labrador] en [hond slachtoffer] waren aan het rennen. [hond slachtoffer] rende tegen de benen van [eiseres] aan. Dat ging zo hard dat haar benen omhoog schoten. Dus eigenlijk rende [hond slachtoffer] onder haar door. Door was wellicht niet het juiste woord. De hond liep op mevrouw [eiseres] in. [hond slachtoffer] liep iets voor [de Labrador] en liep door mevrouw [eiseres] heen, waardoor mevrouw [eiseres] viel over [de Labrador] heen. [hond slachtoffer] liep door. […]”
En:
“[hond slachtoffer] rende tegen het rechterbeen van mevrouw aan waardoor zij viel. Mevrouw [eiseres] viel op mijn hond. [de Labrador] zat vast onder mevrouw. […] [hond slachtoffer] raakte mevrouw [eiseres] en daardoor viel ze.”
De rechtbank vond de verklaringen van het echtpaar minder overtuigend. Eén van hen stond verder van het incident af en verklaarde bovendien onjuist over welk been werd geraakt. Dat tastte de betrouwbaarheid van die lezing aan. De rechtbank concludeerde op basis van de verklaringen van de buurvrouw en het slachtoffer dat vaststaat dat de hond van het echtpaar de vrouw omver liep. Daarmee zijn volgens de rechtbank de eigenaren op grond van artikel 6:179 BW hoofdelijk aansprakelijk voor de daardoor ontstane schade.
Daarmee was de kous echter niet af. De rechtbank boog zich vervolgens over de vraag of sprake was van eigen schuld bij het slachtoffer. Ook die vraag werd bevestigend beantwoord. Vaststond dat beide partijen hun honden los lieten lopen op een plek waar een aanlijnplicht gold. Ook stond vast dat de eigen hond van de benadeelde achter de andere hond aan rende en zo het spel – en daarmee het risico – versterkte. Volgens de rechtbank kon het gedrag van de hond van de wederpartij niet los worden gezien van het gedrag van de eigen hond van de benadeelde. Dat betekent dat het ongeval mede binnen haar eigen risicosfeer lag. De schade werd daarom verdeeld: 60% komt voor rekening van het echtpaar, 40% blijft voor rekening van het slachtoffer zelf. De rechtbank zag géén aanleiding om op grond van de billijkheid tot een andere verdeling te komen.
Concluderend stelt de rechtbank vast dat het echtpaar aansprakelijk is voor de door het slachtoffer ontstane letsel en de daardoor geleden schade. Wel vermindert de rechtbank de schadevergoedingsverplichting van het echtpaar naar 60% van de totale schade.
Enerzijds laat het vonnis zien dat de aansprakelijkheid voor dieren streng is. Wie een hond heeft, draagt het risico voor de gevolgen van de gedragingen daarvan. Daarbij laat het vonnis zien dat het mogelijk is om via voorlopig getuigenverhoor duidelijkheid te krijgen over de exacte toedracht van het ongeval.
Anderzijds wordt van slachtoffers ook verwacht dat zij rekening houden met voorzienbare risico’s, zeker als zij zelf bijdragen aan de situatie zoals het aanlijnen van de honden. Honden los laten spelen lijkt onschuldig, maar kan verstrekkende gevolgen hebben voor de eventuele schadevergoedingsverplichting bij een ongeval.
Bent u slachtoffer van een ongeval met een (huis)dier en hebt u letsel? Onze gespecialiseerde advocaten schieten u graag hulp! Bel ons op 0174-444 880 of stuur een bericht via het contactformulier. Wij staan voor u klaar.