Gewasschade: 100 % sluitend bewijs is niet altijd nodig!

Geplaatst op 22 oktober 2021 door mr. ing. J.A.J. (Jeroen) Hendriks

U heeft schade in uw gewas en wilt dit verhalen op de veroorzaker. U weet hoe en door wie de schade is veroorzaakt. Sluitend bewijs heeft u echter niet. U vraagt zich daarom af of een rechtszaak over de aansprakelijkheid zinvol is.

Hoofdregel wie stelt die bewijst

In ons recht geldt; wie stelt die bewijst. Als u dus stelt dat uw gewas beschadigd is door een fout van een ander, zult u dit moeten bewijzen. Dit volgt uit artikel 150 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering. Kunt u het bewijs niet leveren, dan is deze derde niet aansprakelijk.

Uitzondering niet of niet voldoende betwist

Artikel 149 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering is ook van belang. Daarin staat, dat als u in een procedure de feiten stelt waarop u baseert dat een ander aansprakelijk is voor uw schade en de ander dit niet of niet voldoende gemotiveerd betwist, de rechter die feiten als vaststaand beschouwt.

Dit is aldus een belangrijke uitzondering op de regel; ‘wie stelt die bewijst’. De rechter kan dus op basis van aangedragen feiten tot de conclusie komen dat iemand aansprakelijk is. Dat zal echter niet het geval zijn als uw wederpartij voldoende gemotiveerd betwist dat hij aansprakelijk is. U neemt dus een risico als u zonder sluitend bewijs een procedure begint.

Onderzoek door deskundige

Soms kan het zinvol zijn om de rechter te verzoeken een deskundige te benoemen. Deze deskundige kan dan onderzoeken of de schade daadwerkelijk veroorzaakt is door de derde. De rechter kan dit echter in een procedure weigeren. U verliest dan, als het tegen zit, de procedure omdat uw wederpartij de feiten voldoende gemotiveerd betwist. De rechter dient deugdelijk te motiveren waarom hij het onderzoek door een deskundige weigert. Het is daarom van belang dat u onderbouwt waarom een onderzoek door een deskundige van belang is.

Gewasschade Tulpenbollen

De Rechtbank Noord-Holland heeft begin dit jaar een dergelijk onderzoek door een deskundige gelast. In een veld met Tulpen was schade ontstaan. Een loonspuiter had bespuitingen uitgevoerd in dit gewas. De teler is er van overtuigd dat de loonspuiter de schuldige is. De teler kon echter niet stellen wat nu de exacte toedracht is. De loonspuiter betwist niet dat er schade is in het gewas. Maar hij stelt dat hij dat niet heeft veroorzaakt. De loonspuiter betwist de stelling van de teler ook gemotiveerd. Hij voert namelijk een aantal alternatieve scenario’s aan voor het ontstaan van de schade.

De bevindingen van de deskundige

De deskundige stelt vast dat de schade niet het gevolg kan zijn van alternatieve oorzaken. Zoals extreme weersomstandigheden of bijvoorbeeld inspoeling van bestrijdingsmiddelen. De deskundige stelt dat het schadebeeld tussen de verschillende gewassen in dat geval niet zo sterk zou zijn afgetekend. De deskundige komt daarom tot de conclusie dat er sprake is van spuitschade. Of de schade veroorzaakt is door een doseerfout of residuen van bijvoorbeeld een herbicide, kan de deskundige achteraf niet vaststellen.

De rechtbank

De rechtbank acht de loonspuiter aansprakelijk voor de gewasschade. Dit ondanks dat niet met 100 % zekerheid vastgesteld kan worden hoe de schade is ontstaan.

Daarover zegt de rechtbank;

Het feit dat de deskundige niet met zekerheid kan vaststellen welke van de genoemde fouten door de loonspuiter zijn gemaakt doet er niet aan af dat uit het rapport duidelijk blijkt dat de schade is veroorzaakt door handelen van de loonspuiter”.

100 % Zekerheid is niet vereist

Zoals blijkt behoeft het geen belemmering te zijn dat exacte schadeoorzaak niet vastgesteld kan worden bij gewasschade. Als mogelijke alternatieve oorzaken maar voldoende kunnen worden uitgesloten. Immers, dan staat vast dat maar één partij de schade heeft veroorzaakt. Ook als u niet met zekerheid de exacte schadeoorzaak aan kunt wijzen, kan het zinvol zijn om toch te procederen.  Hebt u vragen of hebt u hulp nodig? Neem dan vrijblijvend contact met ons op!

Jeroen Hendriks
Gepubliceerd op 22 oktober 2021 door: mr. ing. J.A.J. (Jeroen) Hendriks