Smartengeld…?

Wanneer mensen aan letselschade denken, denken ze vaak als eerste aan smartengeld. Smartengeld is een vergoeding voor gederfde levensvreugde en voor pijn en ongemakken. Tegelijk is smartengeld lang niet de enige schadepost die u kunt verhalen. In veel letselschadezaken is juist het verlies van arbeidsvermogen de grootste schadepost: als u door het letsel minder kunt werken of minder verdient, kan dat financieel zwaar wegen. Daarnaast kunnen er extra kosten zijn, bijvoorbeeld voor huishoudelijke hulp, mantelzorg en verlies van zelfwerkzaamheid (dingen die u eerder zelf deed, maar nu niet meer kunt).

Wat is smartengeld?

Smartengeld is een vergoeding voor immateriële schade. Dat klinkt juridisch, maar het gaat om iets heel menselijks: wat het letsel met u doet. Denk aan pijn, verdriet, angst, stress, slaapproblemen, onzekerheid over de toekomst en het verlies van plezier in dagelijkse activiteiten. Ook psychische klachten kunnen meespelen. Smartengeld is dus bedoeld als erkenning en compensatie voor de impact van het letsel op uw leven.

Wanneer heeft u recht op smartengeld?

U kunt recht hebben op smartengeld als u letsel heeft opgelopen en een ander daarvoor aansprakelijk is. Dat kan bijvoorbeeld na een verkeersongeval, een arbeidsongeval, een medische fout, een hondenbeet of geweld. In een letselschadezaak kijken we eerst naar de aansprakelijkheid (wie is verantwoordelijk?) en daarna naar de gevolgen: wat zijn uw klachten, hoe ziet het herstel eruit en welke schade heeft u?

Hoe wordt de hoogte van smartengeld bepaald?

Van de oude methode naar de nieuwe methode

De hoogte van smartengeld is niet “gewoon een rekensom”. Het blijft maatwerk. Maar de manier waarop smartengeld wordt onderbouwd, is wél veranderd. U hoort daarom steeds vaker over twee benaderingen: de oude methode en de nieuwe methode.

De oude methode: vergelijken via de Smartengeldbundel

smartengeldTot voor kort werd de hoogte van smartengeld in Nederland vooral bepaald via de vergelijkingsmethode op basis van de Smartengeldbundel (ook wel bekend via de Smartengeldgids van de ANWB). Dat is de oude methode. Daarbij wordt gekeken naar uitspraken van rechters uit het verleden. Die uitspraken zijn gebundeld, en vervolgens wordt gezocht naar zaken die lijken op die van u. “Lijken” is belangrijk, want geen enkel ongeval en geen enkel letsel is precies hetzelfde. Daarom is het essentieel om niet alleen naar het type letsel te kijken, maar ook naar bijvoorbeeld de ernst, de duur van de klachten, het herstel en de impact op het dagelijks leven.

De oude methode heeft jarenlang houvast gegeven, maar er zat ook een keerzijde aan: doordat uitspraken steeds diverser werden en rechters soms verschillend naar smartengeld keken, werd het beeld onoverzichtelijker. Dat maakte het lastiger om vooraf goed te voorspellen welk bedrag passend is.

De nieuwe methode vanaf 1 januari 2026: de Rotterdamse schaal en aanbevelingen van de Rechtspraak

Sinds 1 januari 2026 hanteert de Rechtspraak aanbevelingen die uitgaan van de Rotterdamse schaal. Dit is de nieuwe methode. De Rotterdamse schaal ordent smartengeldbedragen op basis van de aard en ernst van het letsel (of een ernstige normschending) en werkt met bandbreedtes per categorie. Binnen zo’n bandbreedte kan vervolgens het bedrag worden gekozen dat past bij uw situatie. Afwijken van die bandbreedte kan, maar vraagt om een duidelijke uitleg.

Het doel van de nieuwe methode is helder: meer duidelijkheid, voorspelbaarheid en rechtseenheid bij het vaststellen van smartengeld. Dat is goed nieuws voor slachtoffers, omdat het beter inzicht geeft in wat u redelijkerwijs mag verwachten.

Wat houden die aanbevelingen concreet in?

De nieuwe methode geeft niet alleen bandbreedtes, maar ook extra “handvatten” om tot een passend bedrag te komen. Zo is er bij blijvend letsel nadrukkelijk aandacht voor de leeftijd van het slachtoffer. De gedachte daarachter is logisch: hoe jonger iemand is, hoe langer diegene met de gevolgen moet leven. Daarom adviseren de aanbevelingen om bij blijvend letsel het smartengeld te verhogen met 25% voor kinderen tot en met 14 jaar en met 15% voor jongeren en jongvolwassenen van 15 tot en met 29 jaar. Daarbij geldt dat de bovengrens van de bandbreedte geen harde stop hoeft te zijn als de omstandigheden daarom vragen.

Ook de mate van verwijtbaarheid weegt in de nieuwe methode zwaarder en duidelijker mee. Is het letsel veroorzaakt door opzet of door zeer ernstig verwijtbaar gedrag, dan kan het smartengeld worden verhoogd met 10% tot 25% (waarbij het hoogste percentage is bedoeld voor de meest ernstige gevallen). Bij risicoaansprakelijkheid – aansprakelijkheid zonder “schuld” – wordt die verhoging juist niet toegepast.

Verder is er een praktisch uitgangspunt voor situaties waarin iemand meerdere, los van elkaar staande letsels heeft (meervoudig letsel). In zo’n geval telt het zwaarste letsel volledig mee en het tweede letsel voor 50%. Daarna worden die bedragen bij elkaar opgeteld. Een derde of volgend letsel telt niet op dezelfde manier mee. Dat letsel kan wel worden meegenomen als extra factor bij het bepalen van het uiteindelijke smartengeld.

Tot slot is er meer aandacht voor de duur van het letsel. Herstel binnen zes maanden is kortdurend letsel (waarbij een litteken kan achterblijven). Herstel tot twee jaar is langdurig. En als klachten na twee jaar nog bestaan, is sprake van blijvend letsel. Dat helpt om smartengeld beter te laten aansluiten bij de werkelijkheid: niet alleen “wat was het letsel”, maar ook “hoe lang heeft u ermee te maken (gehad)”.

Onze aanpak bij VBS Advocaten: nieuw waar het kan, oud waar het helpt

In de praktijk merkt u dat  rechters steeds vaker redeneren vanuit de Rotterdamse schaal, al stribbelen sommige verzekeraars nog wat tegen. Daarom werken wij in letselschadezaken met de nieuwe methode als basis: we plaatsen uw letsel in de juiste categorie en bandbreedte van de Rotterdamse schaal en onderbouwen vervolgens waar in die bandbreedte uw smartengeld hoort te vallen. Als er redenen zijn voor verhoging (bijvoorbeeld leeftijd, opzet of meervoudig letsel), nemen we die mee volgens de aanbevelingen.

Tegelijk laten we de oude methode niet los. De Smartengeldbundel blijft waardevol als extra onderbouwing, omdat het laat zien welke bedragen in vergelijkbare zaken eerder door rechters zijn toegewezen. Die combinatie kan helpen: de Rotterdamse schaal geeft structuur en duidelijkheid (nieuwe methode), en de Smartengeldbundel geeft concrete vergelijkingszaken die uw claim tastbaar en overtuigend maken (oude methode). Zo vergroten we de kans op een passende regeling, zonder onnodige discussies of vertraging.

Waarom VBS Advocaten?

Het regelen van letselschade en smartengeld vraagt specialistische kennis, zeker als de gevolgen ingrijpend zijn. VBS Advocaten helpt slachtoffers in het Westland bij het verhalen van letselschade en het vaststellen van smartengeld. Aan ons kantoor is bovendien de enige LSA-advocaat in het Westland verbonden. Dat betekent: een erkende specialist in letselschade die u begeleidt van begin tot eind.

Heeft u vragen over smartengeld, letselschade of de Rotterdamse schaal? Neem dan gerust contact op voor een vrijblijvend gesprek. We leggen u in begrijpelijke taal uit wat uw mogelijkheden zijn en welke stappen u kunt zetten om uw schade te verhalen.