Alleen reizen met een minderjarige? Neem het toestemmingsformulier mee!

Binnenkort beginnen de vakanties weer. Veel mensen trekken er op uit. Mensen die alleen reizen met minderjarige kinderen doen er goed aan om goed voorbereid op vakantie te gaan. Zij dienen er rekening mee te houden dat zij door de Koninklijke Marechaussee extra in de gaten worden gehouden.

Kinderen met een andere achternaam dan de alleenreizende ouder of met een enkel ticket maken grote kans vragen te krijgen. Wanneer vervolgens twijfel bestaat over toestemming van de gezaghebbende ouder(s), volgt extra onderzoek. De Marechaussee probeert hiermee te voorkomen dat minderjarige kinderen zonder toestemming door een van de ouders worden meegenomen naar het buitenland. Deze onderzoeken verlopen sneller wanneer de alleenreizende ouder een door de andere gezaghebbende ouder ondertekend toestemmingsformulier bij zich heeft.

Met dit formulier geeft de andere ouder toestemming aan zijn of haar ex-partner om met hun kind op reis te gaan. Dit formulier kunt u hier downloaden.

Gescheiden ouders die alleen op vakantie gaan met hun minderjarige kinderen, doen er verstandig aan om naast het toestemmingsformulier een afschrift van een eventueel ouderschapsplan en/of rechterlijke uitspraak over het gezag en de omgang meet te nemen. Ook het voorhanden hebben van het retourticket van het kind zal de controle versnellen.

Als alleenreizende ouder vooraf de reis goed voor te bereiden kan er voor zorgen dat de (strengere) controle door de Marechaussee niet meer dan een routine controle is en u uw vlucht niet mist.

Hebt u vragen over het alleen reizen met een minderjarige of over omgang en gezag? Neem dan contact met ons op!

Lees meer

Het Westland is weer een Westlandse advocaat rijker!

Op vrijdag 26 augustus 2016 is tijdens een bijzondere zitting van de Rechtbank Den Haag mr. Anouk Korff beëdigd tot advocaat.

Anouk voltooide haar master aan de Tilburg University. Tijdens haar studie heeft Anouk Korff onder andere ervaring opgedaan bij een deurwaarderskantoor, een advocatenkantoor en is zij als buitengriffier werkzaam geweest bij de Rechtbank team kanton. Ook is zij als vrijwilliger aan de slag gegaan bij de Rechtswinkel Westland, waar zij pro deo cliënten bijstond.

Anouk Korff zal zich als advocaat gaan toeleggen op de bijstand aan slachtoffers van personenschade.

Lees meer

Vrouw verspeelt recht op partneralimentatie

Bij een relatiebreuk of echtscheiding is het niet ongebruikelijk dat dit gepaard gaat met de nodige emoties. Uit een recent gewezen arrest van het Gerechtshof Den Haag blijkt echter dat (ook) aan (de uiting van) deze emoties grenzen zijn.

Waar ging de rechtszaak om?

Partijen zijn gehuwd geweest. De vrouw heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend om ten laste van de man partneralimentatie vast te stellen. De rechtbank heeft dit verzoek afgewezen, omdat de man geen draagkracht had. De man komt van deze beschikking in hoger beroep, omdat hij het niet eens is met argumenten van de rechtbank.

Het standpunt van de man

De man stelt zich op het standpunt dat hij geen partneralimentatie hoeft te betalen. De vrouw heeft, aldus de man, zich zodanig grensoverschrijdend gedragen dat daarmee de lotsverbondenheid tussen hen verbroken is. In het arrest worden niet minder dan vijftien (!) gedragingen genoemd, waaruit dit grensoverschrijdende gedrag zou hebben bestaan. De vrouw zou onder meer zelf een valse aangifte bij de politie hebben gedaan en haar kinderen hebben aangezet tot hetzelfde. Daarnaast zou de vrouw via social media de nodige beschuldigingen hebben geuit. Verder heeft de vrouw de werkgever van de man in de discussie betrokken.

Het standpunt van de vrouw

De vrouw verweert zich door er op te wijzen dat zij op alle fronten klem zit. Zij stelt dat haar niet mag worden verweten dat zij zich in juridische procedures verweert om voor de rechten en de belangen van de kinderen en zichzelf op te komen. Daarnaast stelt de vrouw dat de man geen bewijs levert van zijn stellingen. Als er al sprake zou zijn van grievend gedrag, dan leidt dit er – aldus de vrouw – niet zonder meer toe dat de lotsverbondenheid niet langer aanwezig is.

Het oordeel van de rechter

Het gerechtshof overweegt dat voor de vraag of partneralimentatie moet worden betaald alle omstandigheden van het geval van belang zijn. Daaronder vallen ook niet-financiële factoren, zoals gedragingen van de onderhoud verzoekende echtgenoot. Het criterium is of van de alimentatieplichtige in redelijkheid nog kan worden gevergd dat hij of zij bijdraagt in de kosten van de alimentatiegerechtigde.

In uitzonderlijke gevallen kan, aldus het Hof, worden geconcludeerd dat aan de lotsverbondenheid een einde is gekomen omdat de één zich zodanig grievend jegens de ander heeft gedragen dat in redelijkheid betaling van partneralimentatie door die ander niet langer gevergd kan worden. Daarvoor is, zo overweegt het Hof, niet voldoende dat er sprake is van grievend gedrag. Niet iedere vorm van wangedrag dan wel grievend gedrag is aanleiding om de onderhoudsverplichting te matigen. Ook naar objectieve maatstaven bezien moet er sprake zijn van wangedrag, waarbij eveneens de duur van het huwelijk alsmede het wederzijdse gedrag van belang is.

Na deze algemene overwegingen komt het hof tot een beoordeling van de zaak. Het Hof rekent het de vrouw aan dat zij derden, waaronder de werkgever van de man, betrokken heeft in het conflict tussen haar en de man. Door een dergelijk handelen brengt zij de inkomensbron van de man direct in gevaar. Het hof oordeelt dat er geen enkele noodzaak voor de vrouw was om de werkgever van de man te belasten met de onderlinge strijd van partijen, waarbij zij zelfs de werkgever met publiciteit bedreigd heeft. Het hof oordeelt dat de vrouw – daargelaten of het door haar gestelde juist is – bewust zou moeten zijn van de gevolgen voor de man van haar uitlatingen. Zeker omdat de vrouw juriste is. Maar ook de diverse malicieuze aangiftes bij de politie, die allen geseponeerd zijn, worden haar door het hof aangerekend. Dat geldt in het bijzonder voor de melding van de vrouw bij de politie dat zij geschreeuw van haar kinderen hoorde uit de woning van de man. Dit terwijl de politie bleek, bij het bezoek aan de woning, dat de man en de kinderen niet thuis waren. Ook het feit dat de vrouw zich tot de burgemeester had gewend, met het verzoek om de man in bewaring te stellen, vond het hof te ver gaan.

Gelet op het voorgaande bekrachtigt het hof de beschikking van de rechtbank, zij het op andere (namelijk de hiervoor genoemde) gronden. De man hoeft geen partneralimentatie aan de vrouw te betalen.

Commentaar

Echtscheiding en alimentatie brengen emoties met zich, daar hebben alle betrokken partijen rekening mee te houden. Het hof overweegt dan ook terecht dat niet iedere vorm van grievend gedrag daarom (meteen) aanleiding is om de onderhoudsverplichting te matigen. Dit mede gelet op het onherroepelijk karakter van een beëindiging of matiging van de onderhoudsverplichting.

Uit de beschikking blijkt echter duidelijk dat er grenzen zijn aan deze emotie. Het oordeel van het hof is vooral gebaseerd op het feit dat de vrouw derden in de discussie betrok. Dat was de werkgever van de man, waardoor hij zijn bron van inkomen zou kunnen verliezen. Dat was de politie waar de vrouw herhaaldelijk malicieuze aangiften deed, die allen geseponeerd zijn. En dat was bij de burgemeester; aan wie de vrouw gevraagd heeft de man in bewaring te stellen. Met deze gedragingen, die maar een klein deel zijn van hetgeen de man haar verweet, is de vrouw een grens overgegaan. De consequentie daarvan is dat zij om die reden haar recht op partneralimentatie heeft verspeeld.

In dit concrete geval had dit (op korte termijn) geen gevolgen, omdat het inkomen van de man te laag was om draagkracht te hebben. Indien het inkomen van de man zou stijgen, zou de vrouw zonder de beschikking van het hof nog om een wijziging van de alimentatie kunnen vragen. Nu het hof echter heeft geconcludeerd dat er een einde is gekomen aan de lotsverbondenheid van partijen, staat dat aan toewijzing van een nieuw verzoek tot wijziging (lees: verhoging) van de partneralimentatie in de weg.

Vragen?

Hebt u vragen over echtscheiding of alimentatie? Schroom dan niet om contact op te nemen met één van onze gespecialiseerde familierechtadvocaten.

Lees meer

DBA vervangt VAR

Per 1 mei 2016 vervangt de nieuwe wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR).

De VAR werd gehanteerd door opdrachtnemers (ZZP-ers) om richting opdrachtgevers aan te tonen dat sprake was van ondernemerschap. Wanneer een opdrachtnemer in het bezit was van een VAR werd de opdrachtgever in beginsel gevrijwaard van de heffing van loonbelasting. 

De wet BDA heeft tot gevolg dat de fiscus, anders dan nu het geval is, meer mogelijkheden heeft om handhavend op te treden tegen de opdrachtgever. Wanneer (achteraf) blijkt dat er eigenlijk geen sprake was van ondernemerschap maar van een (verkapt) dienstverband dan loopt ook de opdrachtgever een risico door de fiscus te worden aangesproken. Verder beoogt de wet DBA schijnzekerheid te voorkomen en vooraf meer zekerheid te verkrijgen dat de voorgenomen arbeidsrelatie niet kwalificeert als een dienstbetrekking.

Tot 1 mei 2017 hebben opdrachtgevers en opdrachtnemers de tijd om een goede opdrachtovereenkomst op te stellen en zal de fiscus niet handhaven. De overeenkomst zal moeten worden toegespitst op de feitelijke inhoud van de arbeidsrelatie. Er kan gebruik gemaakt worden van de modelovereenkomsten die de fiscus (via haar website) aanbiedt maar dat is niet verplicht. Ook kan de overeenkomst aan de fiscus worden voorgelegd om deze te laten goedkeuren.

Mocht er twijfel zijn over de aard van de arbeidsrelatie of de wijze waarop deze schriftelijk moet worden vastgelegd dan staan de arbeidsrechtspecialisten van VBS advocaten u hierin graag bij.

Lees meer

Is de door ‘Slash’ toegebrachte schade op hem te verhalen?

De afgelopen maanden zuchtte het Westland onder de terreur van ‘Slash’. Slash vernielde sinds de zomer van 2015 inmiddels meer dan 300 autobanden. Daarnaast kraste hij in enkele auto’s een boodschap. Vandaag werd bekend dat de politie een verdachte heeft aangehouden: een 19-jarige ’s-Gravenzander. Inmiddels bereikte ons van meerdere kanten de vraag of de door Slash veroorzaakte schade op hem is te verhalen. Op die vraag geven wij, als Westlands advocatenkantoor, graag antwoord.

Is 'Slash' aansprakelijk?

Die vraag is, als hij zo gesteld wordt, makkelijk te beantwoorden. Degene die een zaak die aan een ander toebehoort beschadigt of kapot maakt handelt onrechtmatig. De wet (art. 6:162 Burgerlijk Wetboek) bepaalt dat degene die jegens een ander onrechtmatig handelt verplicht is om de schade die de ander daardoor lijdt te vergoeden.

De vraag wordt al lastiger als we in de vraag ‘Slash’ vervangen door ‘de verdachte’. Dan wordt het antwoord al genuanceerder. Alleen als het slachtoffer kan aantonen dat zijn band is lek geprikt of zijn auto is bekrast door de verdachte, heeft een aansprakelijkstelling zin.

Het slachtoffer zal als eisende partij niet alleen moeten stellen, maar als dit betwist wordt, ook moeten bewijzen dat de aansprakelijkgestelde de veroorzaker van de schade is. Een verdachte zal, eenmaal aangesproken, al snel stellen dat hij juist deze band of juist deze lakschade niet heeft veroorzaakt. Is er dan geen bewijs van het tegendeel? Dan zal uw vordering worden afgewezen.

Heeft een eventuele strafzaak civielrechtelijke gevolgen?

Het is te verwachten dat de verdachte te zijner tijd door het Openbaar Ministerie zal worden vervolgd. De Officier van Justitie zal, namens de maatschappij, middels wettig en overtuigend bewijs moeten aantonen dat de verdachte inderdaad degene is die inmiddels meer dan 300 autobanden vernielde en de lak van enkele auto’s beschadigde.

De ervaring leert dat de Officier van Justitie niet alle 300 gevallen in de tenlastelegging zal opnemen. Dat maakt de strafzaak alleen maar nodeloos complex, omdat dan vastgesteld moet worden dat de verdachte inderdaad al deze 300 autobanden heeft lek geprikt. De Officier zal daarom waarschijnlijk enkele goed bewijsbare zaken op de tenlastelegging opnemen.

Is de beschadiging van uw auto door de Officier van Justitie uitgekozen en op de tenlastelegging gezet? Dan kan dat uw vordering makkelijker maken. Komt de strafrechter namelijk in de strafzaak tot het oordeel dat de verdachte inderdaad uw band heeft lek geprikt en/of uw lak beschadigde, dan komt aan dat vonnis van de strafrechter dwingende bewijskracht toe in een civiele rechtszaak. In die rechtszaak mag de verdachte nog wel aantonen dat hij de schade niet toebracht, doch dat bewijs kan doorgaans niet geleverd worden. Zou hij dat wel kunnen, dan zou dat bewijs in de strafzaak al tot een vrijspraak hebben geleid.

Wat kan er gevorderd worden?

Zou de aansprakelijkheid vastgesteld kunnen worden, dan komt de volgende vraag: welk bedrag kan er op de verdachte worden verhaald? Die vraag lijkt makkelijk te beantwoorden: u hebt immers een nieuwe autoband moeten kopen. Mogelijk hebt u daar de factuur nog van. Zo makkelijk is het echter niet. Dat komt omdat een autoband een aan slijtage onderhevig onderdeel van de auto is. Ook wanneer uw band niet lek geprikt wordt, moet om de zoveel tijd de band worden vervangen.

In de rechtspraak wordt dit opgelost door te werken met een ‘aftrek nieuw voor oud’. Dat betekent dat een schade-expert (of de rechter schattingsgewijs) bepaalt hoe ver uw oude, beschadigde, band al versleten was. Werd een gloednieuwe band kapot geprikt, dan ligt het in de rede om de schade vast te stellen op de aanschafprijs van een nieuwe band. Was de beschadigde band echter al voor de helft versleten op het moment dat de band werd lek geprikt? Dan ligt het in de rede om 50% van de aanschafwaarde als ‘aftrek nieuw voor oud’ in mindering te brengen, waardoor de verhaalbare schade 50% van de aanschafwaarde van de nieuwe band bedraagt.

Is uw lak is beschadigd? Dan wordt geen rekening gehouden met een aftrek ‘nieuw voor oud’. Immers, zonder lakbeschadiging zou u uw auto(deel) niet hoeven te laten spuiten. Dat betekent dat u de eventuele herstelkosten van het opnieuw deels spuiten van uw auto wel volledig kunt vorderen.

Heeft het zin om de verdachte, als hij veroordeeld is, aansprakelijk te stellen?

Die vraag is minder eenvoudig te beantwoorden. De eerste vraag die van belang is, mocht deze verdachte inderdaad de dader zijn, of hij voldoende verhaal biedt. Immers gaat het om behoorlijke bedragen. Uitgaande van meer dan 300 banden en een gemiddelde van circa € 125,00 per band nieuwprijs, gaat het in potentie om een schade € 37.500,00 (los van de hiervoor genoemde ‘aftrek nieuw voor oud’) alleen voor de beschadigde banden. Daarnaast is er ook nog van een aantal auto’s de lak beschadigd, waardoor delen van de auto opnieuw gespoten moesten worden. Het heeft alleen zin om moeite te doen om geleden schade te verhalen, als de dader (zo nodig eenmaal veroordeeld) de schade ook daadwerkelijk kan vergoeden. Zelfs al zou de dader een aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren hebben, dan nog biedt deze verzekering geen dekking voor opzettelijk toegebrachte schade.

De tweede vraag die van belang is, is de opstelling van de verdachte zo hij veroordeeld zou worden. Indien hij, na een eventuele strafrechtelijke veroordeling, niet bereid zou zijn om de door hem veroorzaakte schade vrijwillig te vergoeden, dan zult u een civiele rechtszaak moeten aanspannen. Zelfs wanneer u de rechtszaak zelf zou doen, overstijgen de kosten van een rechtszaak de kosten van een autoband al snel. De kosten van de deurwaarder voor het uitbrengen van de dagvaarding zijn namelijk al € 99,87, daarnaast komen de griffierechten voor de rechtbank nog (ad. € 79,00). Waarom zou u een dergelijk bedrag investeren? Het enige voordeel van een rechtszaak is dat wanneer u hebt kunnen bewijzen dat de verdachte de dader was en u de omvang van uw schade hebt kunnen aantonen, het vonnis van de rechter gedurende twintig jaar ten uitvoer kan worden gelegd. Heeft de verdachte nu (nog) niet de middelen om aan het vonnis te voldoen? Dan hebt u nog twintig jaar de tijd.

De beschadiging van mijn auto is door de Officier van Justitie uitgekozen voor de tenlastelegging. Maakt dat verschil?

Los van hetgeen hiervoor al werd geschreven over de bewijskracht van een strafrechtelijk vonnis in een civiele rechtszaak, is er nog een voordeel als de beschadiging van uw auto door de Officier van Justitie op de tenlastelegging wordt opgenomen. Immers bent u in dat geval een benadeelde partij. Dat betekent dat u zich voor de door u geleden schade kunt voegen in de strafzaak. Daarmee wordt aan de strafrechter niet alleen gevraagd om te bepalen of de verdachte ook de dader is, maar wordt tevens aan de strafrechter gevraagd om in dat geval de verschuldigde schadevergoeding vast te stellen.

Als benadeelde partij hoeft u geen kosten te maken voor de rechtszaak. Er hoeft geen dagvaarding te worden opgesteld, noch hoeft u griffierechten te betalen. U hoeft alleen maar een formulier dat het Openbaar Ministerie aan u toezendt ingevuld terug te sturen. Doe daar een kopie van de factuur bij (van de band en eventueel het overspuiten van een deel van de auto) en een verklaring van uw garage hoe ‘versleten’ uw beschadigde band was en de strafrechter kan uw vordering benadeelde partij beoordelen. Komt de strafrechter tot de conclusie dat de verdachte uw band lek prikte en/of uw lak beschadigde, dan is de kans groot dat de strafrechter uw vordering toewijst.

Wijst de strafrechter uw vordering toe en legt de rechter de schadevergoedingsmaatregel op? Dan incasseert het Centraal Justitie Incassobureau voor u de toegewezen schade. Betaalt de veroordeelde de schadevergoeding niet binnen acht maanden nadat de rechterlijke uitspraak onherroepelijk is geworden? Dan schiet de overheid het bedrag (tot maximaal € 5.000) zelfs aan u voor. U krijgt dan het toegewezen bedrag als voorschot van de overheid uitgekeerd, terwijl het Centraal Justitie Incassobureau dit bedrag verhaalt op de veroordeelde.

Doordat u enerzijds geen kosten hoeft te maken en anderzijds de voorschotregeling kan het, indien de beschadiging van uw auto aan de verdachte ten laste gelegd wordt, interessant zijn om u voor de door u geleden schade te voegen in de strafzaak tegen de verdachte. Hebt u hulp nodig bij het indienen van de vordering benadeelde partij? Dan hoeft u geen advocaat in de arm te nemen. U kunt voor (kosteloze) hulp aankloppen bij Slachtofferhulp Nederland.

Lees meer

Minister Asscher past de Wet Werk en Zekerheid aan

Sinds de invoering van de WWZ is er, met name vanuit het MKB, veel kritiek geweest op de verplichting voor werkgevers om een transitievergoeding te betalen aan langdurig zieke werknemers. Veel werkgevers ervaren het als onredelijk dat zij na een langdurige periode van ziekte van een werknemer, hetgeen voor veel werkgevers op zichzelf beschouwd al reeds kostbaar is, bij beëindiging van het dienstverband ook nog een vergoeding aan de werknemer moeten meegeven.

Op 21 april 2016 heeft minister Asscher aangekondigd dat werknemers die langdurig ziek zijn recht houden op een transitievergoeding, maar dat hun werkgever door het UWV wordt gecompenseerd uit het Algemeen werkloosheidsfonds (Awf). Hier zal een verhoging van de (uniforme) premie tegenover staan.

Verder is aangekondigd dat voor werknemers die vanwege natuurlijke of klimatologische omstandigheden maximaal negen maanden per jaar aan het werk kunnen, de tussenpoos in de ketenbepaling bij cao op ten hoogste drie maanden kan worden gesteld in plaats van de wettelijke zes maanden. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan een veel gehoord knelpunt in de WWZ (onder andere voor werkgevers in de recreatiebranche).

Tenslotte gaat de komende jaren het minimumjeugdloon in stappen omhoog, zodat jongeren van 21 jaar het minimumloon (WML) gaan verdienen.

Deze voorstellen worden in de komende periode behandeld door de tweede kamer. Wanneer de maatregelen van kracht zullen zijn is nog niet duidelijk.

Hebt u vragen over het voorgaande? Of hebt u andere arbeidsrechtelijke vragen? Neem dan, als werkgever of werknemer, vrijblijvend contact met ons op.

Lees meer

Rechtsbijstandverzekeraars delven onderspit...

De afgelopen jaren is er het nodige te doen geweest over de vrije advocaatkeuze in de rechtsbijstandverzekering. Art. 4:67, eerste lid, Wet op het financieel toezicht bepaalt, voor zover hier relevant:

"Een rechtsbijstandverzekeraar draagt er zorg voor dat in de overeenkomst inzake de rechtsbijstanddekking uitdrukkelijk wordt bepaald dat het de verzekerde vrij staat een advocaat of een andere rechtens bevoegde deskundige te kiezen:
a. om zijn belangen in een gerechtelijke of administratieve procedure te verdedigen, te vertegenwoordigen of te behartigen; of
b. indien zich een belangenconflict voordoet."


Dit wetsartikel is gebaseerd op een Europese richtlijn. Wanneer er discussie is over de uitleg van dergelijke bepalingen, dan is het aan het Europese Hof om aan te geven wat er met de bewoordingen in de richtlijn wordt bedoeld.

DAS / Sneller

In 2013 bepaalde het Europese Hof in het arrest DAS/ Sneller dat verzekerden met een rechtsbijstandsverzekering het recht hebben zelf een advocaat te kiezen, ook wanneer voor de betreffende procedure geen verplichte procesvertegenwoordiging geldt, zoals in arbeidszaken bij de sector kanton. Daarmee was op dit punt duidelijkheid gecreëerd.

Deze duidelijkheid riep echter weer nieuwe vragen op. Want wat nu als er geen ontbindingsprocedure werd gevoerd, maar een ontslagvergunning werd aangevraagd bij het UWV. Dat een procedure bij de sector kanton een procedure is, is duidelijk. Maar is het voeren van verweer bij het UWV ook een procedure? Het UWV is toch geen rechter! En wat is rechtens wanneer de verzekerde bezwaar wil maken tegen de beslissing van een bestuursorgaan? De bezwaarfase is toch evenmin een procedure? En het bestuursorgaan is toch ook geen rechter?

Die vragen zijn nu door het Europese Hof beantwoord.

Massar / DAS | Ontslagprocedure UWV

Massar had een rechtsbijstandverzekering bij DAS. Op enig moment wordt door de werkgever van Massar bij het UWV een ontslagvergunning aangevraagd voor Massar. Massar meldt de kwestie aan bij DAS en vraagt om vergoeding van de kosten van een externe advocaat, om verweer te voeren tegen dit verzoek.

Dit verzoek wordt door DAS geweigerd. Blijkens het arrest van het Europese Hof stelt DAS zich op het standpunt dat er geen sprake is van een gerechtelijke of administratieve procedure in de zin van de wet en dat Massar daarom alleen aanspraak kan maken op rechtshulp in natura. DAS weigert dan ook de kosten van een externe advocaat te betalen.

Via de Voorzieningenrechter te Amsterdam en de Hoge Raad wordt er een prejudiciële vraag gesteld aan het Europese Hof. Dit Hof oordeelt op 7 april 2016:

"Artikel 4, lid 1, onder a), van richtlijn 87/344/EEG van de Raad van 22 juni 1987 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de rechtsbijstandverzekering, moet aldus worden uitgelegd dat het in die bepaling bedoelde begrip ,,administratieve procedure” mede omvat een procedure die ertoe leidt dat een bestuursorgaan de werkgever vergunning verleent, de voor rechtsbijstand verzekerde werknemer te ontslaan."


Dit betekent dat rechtsbijstandverzekerden in het vervolg ook bij UWV-procedures het recht hebben om zelf een advocaat te kiezen, voor rekening van de rechtsbijstandverzekeraar.

Büyüktipi / Achmea | Bestuursrechtelijke bezwaarprocedure

Büyüktipi had een rechtsbijstandverzekering bij Achmea Rechtsbijstand. Büyüktipi lijdt aan verschillende psychische en fysieke aandoeningen en heeft in november 2013 bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (hierna: "CIZ") een indicatie voor zorg uit hoofde van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) aangevraagd. Bij besluit van 12 december 2013 heeft het CIZ afwijzend op de aanvraag van Büyüktipi van een zorgindicatie beslist. Büyüktipi wenste tegen die weigering bezwaar te maken bij het CIZ en verzocht aan Achmea om met het verzoek dat deze de kosten van een in AWBZ-indicatiezaken gespecialiseerde advocaat van zijn keuze zouden dragen.

Dit verzoek wordt door Achmea geweigerd. Blijkens het arrest van het Europese Hof stelt Achmea zich op het standpunt dat er geen sprake is van een gerechtelijke of administratieve procedure in de zin van de wet.

Het Gerechtshof Amsterdam stelt als prejudiciële vraag aan het Europese Hof of onder 'administratieve procedure' begrepen is de fase van bezwaar bij het CIZ, waarin degene die op een verzoek om een indicatiestelling een afwijzend besluit van het CIZ heeft gekregen een bezwaarschrift indient bij het CIZ met het verzoek het besluit te herzien. Het Europese Hof oordeelt op 7 april 2016:

"Artikel 4, lid 1, onder a), van richtlijn 871344/EEG van de Raad van 22 juni 1987 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de rechtsbijstandverzekering, moet aldus worden uitgelegd dat het in die bepaling bedoelde begrip "administratieve procedure" mede omvat de fase van bezwaar bij een bestuursorgaan waarin dat orgaan een voor beroep in rechte vatbaar besluit geeft."


Dit betekent dat rechtsbijstandverzekerden in het vervolg ook in de bezwaarfase bij een bestuursorgaan het recht hebben om zelf een advocaat te kiezen, voor rekening van de rechtsbijstandverzekeraar.

Consequentie..?

De consequentie van beide arresten is dat rechtsbijstandverzekerden in meer zaken dan voorheen het recht hebben om zelf een eigen advocaat te kiezen. Indien u verweer wil voeren tegen de aanvraag van een ontslagvergunning bij het UWV of bezwaar wil maken bij een bestuursorgaan, dan mag u zelf een advocaat naar keuze kiezen.

Door rechtsbijstandverzekeraars is eerder aangevoerd dat deze - in hun ogen uitbreiding van de vrije advocaatkeuze - de toegang tot het recht beperkt, omdat de grenzen van de verzekerbaarheid van de kosten van advocaten in zicht zouden komen. Die stelling snijdt echter geen hout. AG Spier schreef in de conclusie AG voor het DAS / Sneller-arrest al:

"Naar ik begrijp ligt de premie van rechtsbijstandverzekeringen binnen de EU tussen de € 10 en “over
€ 300”, afhankelijk van de omvang van de dekking. Volgens de brief van het Verbond zou de premie in Nederland liggen tussen € 144 en € 306. Men kan zich moeilijk voorstellen dat rechtsbijstandverzekeraars binnen Europa allemaal de rechtspraak van het Hof van Justitie zouden hebben gemist of hebben genegeerd. Anders gezegd: het lijkt niet onaannemelijk dat in de bestaande dekkingen en de premiestelling daarvoor ten minste voor een deel rekening is gehouden met de uit de richtlijn voortvloeiende rechten van verzekerden. Bij die stand van zaken behoeft gedegen en gedetailleerde toelichting waarom de premies wezenlijk zouden moeten stijgen wanneer het standpunt van DAS onjuist zou worden bevonden. Ik heb op dat punt evenwel niets (laat staan iets nuttigs) aangetroffen. Ik zeg daarmee niet en suggereer evenmin dat de stelling niet juist is; slechts dat zij te vaag is."


De vraag is hoe rechtsbijstandverzekeraars zich gaan opstellen. Is met de drie hiervoor genoemde arresten nu duidelijk in welke gevallen een rechtsbijstandverzekerde vrije advocaatkeuze heeft (dat is bij iedere procedure) of gaan er nog een groot aantal individuele zaken aan de Europese rechter worden voorgelegd?

Hoe het ook zij, rechtsbijstandverzekerden kunnen zich sinds deze arresten in veel meer gevallen laten bijstaan door een gespecialiseerde advocaat. Hebt u vragen over de vrije advocaatkeuze? Of wilt u worden bijgestaan door één van onze gespecialiseerde advocaten? Neem dan contact met ons op!

Polisvoorwaarden rechtsbijstandverzekeringen

Lees meer

Zembla belicht nieuwe misstanden UMC Utrecht

Op 4 november 2015 zond het tv programma Zembla een reportage uit over het UMC Utrecht. Wij hebben u daarover destijds geinformeerd. Op 3 maart 2016 werd door genoemd tv programma opnieuw aandacht besteed aan de zorg in het UMC Utrecht. Uit de rapportage blijkt dat er meerdere behandelingen binnen het KNO-team niet goed zouden gaan.

Op de eerste plaats  heeft het ziekenhuis geen melding gedaan bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) van drie misgelopen operaties van zeer jonge kinderen met een zeldzame schedelafwijking. Tijdens deze operaties waren de daarvoor geeigdende protocollen niet toegepast. Na de operaties hadden de kinderen een scheef, asymmetrisch gezicht. Weliswaar kon, overigens in een ander ziekenhuis, een hersteloperatie worden uitgevoerd. Echter door de tijd die was verloren door de onjuiste ingreep iin het UMC Utrecht het resultaat nog maar maximaal 90% in plaats van 100%. Het zal je kind maar zijn!

Op de tweede plaats werd aandacht besteed aan een groep van negen kinderen. Deze kinderen, die allen een gehoorstoornis hadden, waren onder behandeling in het Erasmus MC. In dit Rotterdamse ziekenhuis was echter geen budget meer om bij deze kinderen een cochleair implantaat (CI) te plaatsen. Daarom werden deze kinderen doorverwezen naar het UMC Utrecht. In Utrecht ging echter het nodig mis. Zo meldden de ouders van één van de kinderen dat zij voorafgaand aan de operatie niet met de opererend arts hebben gesproken. Ondanks dat zij herhaaldelijk om een gesprek hadden gevraagd. Bronnen binnen het ziekenhuis meldden aan Zembla dat stafleden geprotesteerd hebben tegen de overname van deze patiënten, omdat zij zich niet op de gebruikelijke wijze op de operaties konden voorbereiden. Maar het toenmalig afdelingshoofd zou deze bezwaren terzijde hebben geschoven. Uit een intern rapport, waarop Zembla de hand wist te leggen, blijkt dat het hoofd audiologie binnen de KNO-afdeling van het UMC Utrecht rapporteerde dat binnen deze afdeling steeds meer de nadruk komt te liggen op het "vlot verloop van de implantatieprocedure." Dit blijkt ook wel uit de wijze waarop de operatie is uitgevoerd. Internationaal is er een protocol hoe een cochleair implantaat het best geplaatst kan worden. Tijdens de operatie wordt de huid achter het oor opgelicht en een opening in het bot geboord die de oorchirurg via het middenoor toegang moet geven tot het slakkenhuis. Via het ronde venster van het slakkenhuis wordt de elektrode voorzichtig naar binnen geschoven. Tenslotte wordt de ontvanger van het CI geplaatst in een tijdens de operatie uitgefreesde groeve in het schedelbot achter het oor. Na het dichthechten van de huid kan het inwendige deel van het CI (de ontvanger en de elektroden) niet meer verschuiven. Bovendien zal tijdens de eerste maanden na de operatie rondom dit deel van het implantaat littekenweefsel ontstaan dat het implantaat nog steviger op zijn plaats houdt. In het UMC Utrecht werd echter een andere methode gebruikt. Een methode die weliswaar sneller is, maar meer kans op complicaties geeft. Zo kan het cochleair implantaat bij die methode wel verzakken, hetgeen bij één van de patiënten ook gebeurde. Ook kunnen de elektroden niet goed geplaatst worden of beschadigd raken.  In de uitzending verklaarde zowel de Rotterdamse KNO-arts Van der Schroeff als de Antwerpse KNO-arts Offeciers dat de in het UMC Utrecht toegepaste techniek belangrijke nadelen heeft, die ook op latere leeftijd tot problemen kunnen leiden.

Wat in de uitzending minder aandacht krijgt is de juridische kant van deze kwestie. Wat is de status van een medisch protocol? Een arts heeft de plicht om te handelen zoals een redelijk bekwaam en redelijk handelend zorgverlener. Deze norm impliceert dat de patiënt op zodanige wijze geneeskundig wordt behandeld dat hem geen (extra) gezondheidsschade wordt toegebracht. Doorgaans worden protocollen opgesteld door een beroepsvereniging van medisch specialisten. Een dergelijk protocol is bedoeld om de kennis van de aan deze vereniging verbonden artsen te bundelen. Omdat zo'n protocol geacht wordt te zijn gebaseerd op  consensus met betrekking tot medisch verantwoord handelen, vloeit daaruit voort dat een dergelijk protocol een weerslag is van de medisch professionele standaard. Daarom maakt dit protocol onderdeel uit van de geneeskundige behandelovereenkomst. Immers mag de patiënt verwachten dat hij conform protocol zal worden behandeld (ook wanneer de patiënt het protocol niet kent). De Hoge Raad heeft in de zogenoemde protocolarresten bepaald dat een protocol inzake medisch handelen moet worden nageleefd. Alleen wanneer dit in het belang van de patiënt is, kan hiervan worden afgeweken. Een dergelijke afwijking moet met de patiënt worden besproken en kan alleen als dit beargumenteerd gebeurd. Indien een protocol niet is nageleefd zonder dat dit in het belang van de patiëntenzorg is en kan worden gemotiveerd, en er ontstaat schade waartegen het protocol nu juist beoogt een bescherming te bieden, dan betekent dit dat de arts (en daarmee het ziekenhuis) toerekenbaar tekortschiet. In dat geval is de arts c.q. het ziekenhuis schadeplichtig.

Bent u slachtoffer van een medische fout en hebt u hulp nodig bij het verhalen van uw schade? Neem dan vrijblijvend contact met ons op!

Lees meer

Wij wensen u...

een gezond, succesvol en rechtvaardig 2016 toe. Ook in 2016 staan wij voor u klaar om u met raad en daad bij te staan!

Wij wensen u een succesvol 2016

Lees meer

Hoge Raad: "Het verdient aanbeveling dat rechter alimentatieberekening bijvoegt bij beschikking"

Als partijen procederen over de hoogte van de alimentatie, dan schrijven de procesreglementen voor dat partijen een draagkrachtberekening dienen over te leggen. Uit deze berekening blijkt wat de draagkracht is van beide partijen. Daaraan ligt de gedachte ten grondslag dat partijen niet alleen aan de rechter maar ook aan elkaar inzichtelijk dienen te maken waarom de door hen bepleite uitgangspunten leiden tot het door hen verdedigde alimentatiebedrag.

Op 4 december 2015 heeft de Hoge Raad een interessant arrest gewezen. In dit arrest wees de Hoge Raad erop dat het algemeen bekend is dat de door partijen overgelegde berekeningen meestal gebaseerd zijn op het Rapport Alimentatienormen, en dat ook de feitenrechters – hoewel daartoe niet gehouden – veelal aan de hand van dat rapport berekeningen maken met behulp waarvan zij tot een beslissing met betrekking tot het verschuldigde bedrag aan alimentatie komen. De Hoge Raad benadruk dat zijn deze berekeningen niet bepalend voor hetgeen overeenstemt met de wettelijke maatstaven. De rechter is namelijk vrij af te wijken van het resultaat van de door hem gebruikte berekeningen, als de rechter meent dat dit in de situatie waarover hij moet oordelen aangewezen is. Daarom bestaat ruimte te besluiten tot een afwijking van de rekenkundige uitkomst van de berekeningen, mede omdat bepaalde aspecten die niet in het Rapport Alimentatienormen zijn verdisconteerd, van belang kunnen zijn voor de vaststelling van het bedrag aan alimentatie.

De Hoge Raad overweegt echter dat dit evenwel niet wegneemt dat partijen in een alimentatiegeding er belang bij hebben te kunnen nagaan met behulp van welke berekening(en) de feitenrechter tot de vaststelling van een bepaald bedrag aan alimentatie is gekomen. Dat maakt de beslissing immers beter controleerbaar en aanvaardbaar. Daarnaast komt dit, zo oordeelt de Hoge Raad, in een eventueel hoger beroep het debat tussen partijen en de beoordeling in hoger beroep ten goede.

In het licht van het voorgaande verdient het, zo overweegt de Hoge Raad, aanbeveling dat de rechtbanken en gerechtshoven – in navolging van de door een aantal gerechten reeds gevolgde praktijk – (een) berekening(en) als bijlage bij hun alimentatiebeschikkingen voegen aan de hand waarvan zij tot de vaststelling van de te betalen alimentatie zijn gekomen, in voorkomend geval met vermelding van de redenen waarom zij afwijken van de uitkomst van die berekening(en).

Wat hebt u hier als partij aan? Op de eerste plaats zal het voor u, voorgelicht door uw advocaat, duidelijker worden hoe de rechter aan een bepaald alimentatiebedrag komt. Daarnaast, mocht er een ommissie zitten in de berekening van de rechter, dan is dit sneller zichtbaar. Daarnaast geeft deze berekening meer duidelijkheid over de vraag of een hoger beroep zinvol is.

Heeft u vragen over kinderalimentatie, partneralimentatie of andere familierechtelijke onderwerpen? Neem dan vrijblijvend contact met ons op!

Lees meer

"Albin B. tot acht jaar veroordeeld, nabestaanden hebben levenslang" 

Albin B. krijgt acht jaar cel voor het doden van zijn zwager, Hagenaar Clif Kooke. Dat heeft de rechter vrijdag 4 december 2015 besloten. Kooke werd op woensdag 8 april tien keer gestoken op de Laan van Waalhaven in de Haagse wijk Ypenburg. Daarvoor had hij al een klap met een klauwhamer gehad.

De twee mannen hadden een verhuisbedrijfje en kregen ruzie over geld. Volgens de rechtbank is doodslag bewezen. B. meldde zich namelijk zelf bij de politie en ook zat er bloed van zijn zwager op zijn schoenen en shirt. De politie vermoedde dat B. ook geld had gestolen van Kooke, minimaal 80 euro. De rechtbank vindt dat daar onvoldoende bewijs voor is. Justitie had 11 jaar cel geëist.

De advocaat van de nabestaanden, Edwin Bosch, verklaarde tegenover Omroep West, namens de vriendin van het slachtoffer: "Hij krijgt weliswaar acht jaar, maar ik - en vooral mijn kinderen - hebben levenslang. En daar weegt acht of elf jaar niet tegenop." De verdachte heeft spijt heeft betuigd op de zitting. Dat is voor de nabestaande echter geen geruststelling. Mr. Bosch: "Mijn cliënte twijfelt heel erg of de spijt wel oprecht is. Wat mijn cliënte opvalt is dat hij vrij emotieloos is geweest. Zij had graag gezien dat de verdachte onderzocht zou zijn om te kijken hoe het in zijn bovenkamer werkt. Mijn cliënte is er niet van overtuigd dat als deze meneer straks weer vrijkomt, dat hij nooit meer zoiets zal doen. Dat is iets wat haar beangstigd."

De reactie namens de nabestaanden is ook te zien in onderstaand item van Omroep West. Inmiddels is bekend dat noch de verdachte noch het Openbaar Ministerie in hoger beroep is gegaan. Daarmee is het vonnis van de rechtbank onherroepelijk geworden.

Lees meer

Indexering van alimentatie per 1 januari 2016

Ieder jaar worden de alimentatiebedragen verhoogd, ter compensatie van de geldontwaarding ('inflatie'). De verhoging wordt vastgesteld en bekend gemaakt door de Minister van Veiligheid en Justitie. Het besluit van Minister Van der Steur is in de staatscourant gepubliceerd.

Met ingang van 1 januari 2016 worden de alimentatiebedragen van rechtswege verhoogd met 1,3 procent. De verhoging van de kinder- en partneralimentatie geldt automatisch. Dit tenzij de wettelijke indexering bij overeenkomst of door een rechterlijke uitspraak is uitgesloten.

U berekent het nieuwe alimentatiebedrag door de maandelijkse alimentatie die u in 2015 ontvangt of betaalt te vermenigvuldigen met 1,013.

Heeft u vragen over (de indexering) van de kinder- en partneralimentatie neemt u dan gerust contact met ons op.

Lees meer

Rechtbank wijst record bedrag aan smartengeld toe

Op 11 november 2015 is door de rechtbank Gelderland in een drietal vonnissen, tegen drie verdachten, een record bedrag aan smartengeld toegewezen: € 200.000.

Waar ging het om in deze zaak?

In de nacht van 3 op 4 september 2014 is er bij een woning in Velp een steen door een raam gegooid. Vervolgens is er door het gebroken raam een zogenoemde Molotov-coctail (brandbom) naar binnen gegooid. Deze is terecht gekomen in een kamer waar een man en vrouw in bed lagen te slapen. De steen en delen van de fles waar de brandbom van gemaakt was, zijn later in het bed aangetroffen. Door de brandbom is er brand uitgebroken in de slaapkamer. Als gevolg van de brand is het lichaam van de man voor 78,5% van de totale huidoppervlakte verband, waarvan 41% tweedegraads en 37,5% derdegraads verbrandingen. Het lichaam van de vrouw is als gevolg van de brand voor 55,2% van de totale huidoppervlakte verbrand, waarvan 25,7 tweedegraads en 29,5% derdegraadsverbrandingen.

De procedure

Tegen de drie verdachten is strafvervolging in gesteld door de officier van justitie.

De benadeelde partijen hebben zich gevoegd in de strafzaak als benadeelde partij. Namens de man werd een vordering ingediend van € 1.010.223,90. Namens de vrouw werd er € 930.066,50 gevorderd. 

De uitspraak van de rechter

De rechter heeft alle drie de verdachten veroordeeld. De eerste verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 14 jaar. Verdachte twee, die verminderd toerekeningsvatbaar was, kreeg 12 jaar opgelegd.  De derde verdachte, die volgens de rechtbank de brandbom heeft gegooid, is veroordeeld tot 14 jaar gevangenisstraf, met daarnaast de TBS-maatregel.

Minstens net zo belangrijk is dat de rechtbank de verdachten, hoofdelijk, heeft veroordeeld om aan het mannelijke slachtoffer een schadevergoeding te betalen van € 396.062,29 (waarvan € 200.000,00 aan smartengeld) en aan het vrouwelijke slachtoffer € 226.041,50 (waarvan € 150.000,00 aan smartengeld).

Waarom is dit vonnis bijzonder?

Weliswaar is aan beide slachtoffers aanmerkelijk minder schadevergoeding toegekend dan gevorderd, doch dit is (deels) te wijten aan het feit dat de vordering benadeelde partij geen onevenredige belasting mag zijn voor de strafzaak. Daarnaast heeft de rechtbank bepaalde stellingen van de benadeelde partijen niet gevolgd.Dit vonnis is echter bijzonder omdat voor het eerst in Nederland door een rechter een smartengeldvergoeding is opgelegd van € 200.000,00. Weliswaar zijn er in het verleden in minnelijke schikkingen wel eens vergoedingen in deze orde van grootte betaald, maar nimmer werd een dergelijk bedrag door een rechter toegewezen. Dat een rechtbank, nota bene in een strafzaak, de moed heeft gehad om deze horde te slechten is prijzenswaardig.

Nogal eens wordt gezegd dat wij in Nederland geen 'Amerikaanse toestanden' willen. Echter liep de hoogte van het smartengeld in Nederland ook ten opzichte van de rest van Europa uit de pas. Dit wordt niet alleen betoogd door slachtofferadvocaten, maar ook wetenschappers hebben dit eerder aangekaart. Daarnaast zijn er enkele rechterlijke uitspraken waarin de rechter tot eenzelfde conclusie kwam. Doordat het hoogst toegewezen bedrag in Nederland nu op € 200.000,00 ligt, is het plafond verhoogd. Daardoor zal ook het smartengeld in de lagere categoriën kunnen stijgen. Daarom is dit vonnis een mijlpaal, zelfs als de verdachten in hoger beroep zouden gaan (hetgeen ten tijden van het schrijven van dit bericht nog niet bekend is). 

Ook in het NRC werd aandacht besteed aan deze zaak, klik hier voor het artikel.  

Bent u slachtoffer van een misdrijf en hebt u door dit misdrijf letselschade? Neem dan vrijblijvend contact met ons op!

Lees meer

UMC Utrecht meldt dodelijke calamiteiten niet bij inspectie

Als letselschade advocaten worden wij geregeld geconfronteerd met medische aansprakelijkheid. Over het algemeen zijn dit moeilijke zaken, omdat er altijd discussie is over de vraag of een minder gewenste uitkomst van een behandeling nu een complicatie is (die niet verwijtbaar is) dan wel een fout (die uiteraard wel verwijtbaar is). Daarom moet er zorgvuldig worden gekeken naar de oorzaak van de minder gewenste uitkomst. Veelal is het medisch dossier, waarin de arts alle (be)handelingen heeft beschreven, het uitgangspunt voor de zaak.

Op 4 november jl. zond het televisieprogramma Zembla een reportage uit, die om meer dan één reden zorgwekkend is. In deze reportage werd aangetoond dat de werksfeer binnen de afdeling KNO van het UMC Utrecht minst genomen slecht was. In juni 2014 is er een anonieme melding gedaan bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) waarin werd gesproken over een angstcultuur, een onveilig opleidingsklimaat en dat artsen tegen elkaar zouden worden uitgespeeld. Waartoe dit kan leiden bleek ook uit deze anonieme melding. Tijdens operaties zouden zich "ernstige, dodelijke complicaties" hebben voorgedaan, waarbij twijfel bestaat over de "vermijdbaarheid en verwijtbaarheid" van die complicaties. Deze anonieme melding is door de IGZ voorgelegd aan de Raad van het Bestuur van het UMC. In de reactie van de Raad van Bestuur wordt gemeld: "Ten aanzien van de calamiteiten geldt dat sinds 2012 geen enkel incident tot een calamiteitenmelding aan u heeft moeten leiden."

Uit knap onderzoek van Zembla blijkt dat dit antwoord feitelijk onjuist is, omdat op 13 november 2013, zich wel degelijk een calamiteit heeft voorgedaan tijdens een operatie, waarbij - zoals uit het medisch dossier blijkt dat Zembla in bezit heeft - "per ongeluk" de halsslager werd doorgehaald. In de uitzending is dit voorgelegd aan de voorzitter van de Nederlandse KNO-vereniging: Prof. Kremer. "Als een halsslager tijdens een operatie wordt doorgehaald, is dat een levensgevaarlijke situatie.", aldus Kremer. Desgevraagd geeft hij aan geen enkel plausibel argument te kunnen bedenken waarom deze calamiteit niet zou moeten worden gemeld bij de IGZ. Voor de goede orde: een calamiteit is een onvoorziene gebeurtenis tijdens een operatie, die ernstige gevolgen heeft voor de patient zoals blijvend letsel of de dood. Ook wanneer de calamiteit niet verwijtbaar is, rust er op de zorginstelling een wettelijke plicht om calamiteiten te melden bij de IGZ. Bij monde van prof. Roes, directeur Kwaliteit en Patiëntveiligheid is dit door het UMC Utrecht eerst gedaan, nadat zij bekend waren met het onderzoek van Zembla. Het voorgaande geldt ook voor een calamiteit die plaatsvond op 17 mei 2014, waarbij bij een neusoperatie een slagaderlijke bloeding ontstond. In de uitzending zegt prof. Roes: "Terugkijkend was het verstandig geweest het te melden bij de Inspectie. En dat is ook precies de reden waarom we nu besloten hebben om het te doen".

Alsof het voorgaande nog niet erg genoeg was, blijkt dat in één geval er ook ten onrechte een verklaring natuurlijke dood is afgegeven. Uit het medisch dossier van de patiënt die op 13 november 2013 werd geopereerd blijkt dat hij daags na de operatie is overleden, als gevolg van een herseninfarct dat optrad ná de operatie. In het dossier is te lezen, aldus Zembla, dat er "in overleg met de gemeentelijk lijkschouwer" een overlijdensverklaring wordt afgegeven "als natuurlijke dood als gevolg van complicatie van de operatie". Een complicatie dus én daarmee geen fout. Vreemd genoeg blijkt vervolgens in de uitzending dat er op de betreffende datum helemaal geen gemeentelijke lijkschouwer in het UMC Utrecht is geweest. En dat terwijl een gemeentelijk lijkschouwer alleen een verklaring van natuurlijke dood kan afgeven op het moment dat hij het lichaam zelf heeft gezien ("geschouwd").

In de uitzending komt vervolgens forensisch patholoog Frank van de Goot aan het woord. Hij ziet een verband tussen de doorgesneden halsslagader en het herseninfarct waaraan de patiënt is overleden. "Uitgaande van grote vaatschade met grote bloeding en meteen daarna hersenschade, dan komt bij mij de causaliteit naar boven toe. Als dan ook de KNO-chirurgen aangeven dat een dergelijke complicatie eigenlijk niet te verwachten is, dan zit je in de categorie 'niet natuurlijk overlijden', aldus Van de Goot in Zembla. Daarna komt ook hoogleraar Patiëntveiligheid aan de TU Delft Jan Klein aan het woord in de uitzending. Hij zegt over de verklaring van natuurlijke dood: "Dat is valsheid in geschrifte met als doel partijen op het verkeerde been te zetten. Dat is bijzonder ernstig. Niet alleen omdat het valsheid in geschrifte is, maar waarschijnlijk is dit vervolgens onder het tapijt geveegd met als consequentie dat er niet geleerd van kan worden." Inmiddels is de IGZ een (nader) onderzoek begonnen.

De aflevering van Zembla is hier terug te kijken.

Inderdaad is het zeer ernstig als een arts willens en wetens onjuiste informatie opneemt in het  Medische aansprakelijkheidmedisch dossier. Het is ronduit schokkend dat een meldingswaardige calamiteit niet gemeld wordt bij de IGZ. Het is nog schokkender wanneer er ten onrechte een verklaring 'natuurlijk overlijden' wordt afgegeven, terwijl er wellicht van een complicatie geen sprake is, maar van een medisch misser. Niet alleen omdat de organisatie daarvan niet kan leren en niet alleen omdat de IGZ haar werk niet kan doen.

Maar bovenal voor de patiënt en zijn nabestaanden. Immers, ook voor hen is het medisch dossier het startpunt van een zoektocht naar de waarheid. Ja, de waarheid: want daar is het de meeste nabestaanden om te doen! En dat dan ook financiele consequenties heeft, als de arts inderdaad verwijtbaar heeft gehandeld, dat is dan niet anders. Het is de vraag of de nabestaanden van de twee betrokken patiënten (destijds) wel adequaat zijn geïnformeerd. 

Hebt u vragen over medische aansprakelijkheid? Neem dan gerust vrijblijvend contact met ons op.

Lees meer

Presentatie op het jaarcongres van LANGZS

Ieder jaar organiseert het Landelijke Advocaten Netwerk voor Gewelds- en Zedenslachtoffers een jaarcongres. Tijdens het jaarcongres 2015, op 9 oktober 2015 gehouden in De Munt in Utrecht, is door mr. Bosch van Vogelaar Bosch Spijer Advocaten, een presentatie gegeven: "Wordt de abstracte schade concreet of de concrete schade abstract berekend"?

De tijdens deze workshop gebruikte powerpointpresentatie treft u onderstaand als filmpje aan.

 

Lees meer

Kinderalimentatie: geen verlaging met kindgebonden budget

De Hoge Raad heeft vandaag een belangrijke uitspraak gedaan over het kindgebonden budget bij de berekening van kinderalimentatie.

Waar ging het om? Begin dit jaar zijn door het kabinet een aantal wijzingen doorgevoerd in de kindregelingen. Zo is de alleenstaande ouderkorting voor de inkomstenbelasting afgeschaft en is in plaats daarvan een inkomensafhankelijke aanvulling gekomen op het kindgebonden budget; de zogenaamde alleenstaande ouderkop.

Voor de bepaling van de behoefte van het kind aan levensonderhoud bij kinderalimentatie wordt het netto inkomen van beide ouders voor de scheiding inclusief het kindgebonden budget op dat moment bij elkaar opgeteld. Aan de hand van dat bedrag wordt aan de hand van de leeftijd van de kinderen met een tabel het bedrag bepaald dat beschikbaar moet zijn voor de kinderen. Voorheen werd het kindgebonden budget dat de verzorgende ouder ontvangt in mindering gebracht op dit tabelbedrag, waarna de ouders in verhouding tot hun draagkracht moeten bijdragen in het bedrag aan levensonderhoud dat resteert.

Als gevolg van de verhoging van het kindgebonden budget met de alleenstaande ouderkop begin dit jaar resteerde er soms niets meer na vermindering op dit tabelbedrag. Het gevolg kon zijn dat er soms helemaal geen kinderalimentatie meer betaald hoefde te worden. Dit terwijl de verzorgende ouder het recht op alleenstaande ouderkorting kwijtraakte en er in feite niet op voorruit ging.

Er ontstond daardoor discussie of het kindgebonden budget in aanmerking genomen moest worden bij de berekening van de behoefte van het kind en aldus in mindering moest komen op het tabelbedrag, dan wel of dit opgeteld moest worden bij de draagkracht van de ouder die de kinderalimentatie ontvangt. Rechtbanken gingen hier uiteenlopend mee om.

De Hoge Raad heeft vandaag daarom duidelijkheid gegeven in deze discussie en heeft bepaald dat het kindgebonden budget niet meer in mindering komt op het tabelbedrag, maar dat dit moet worden opgeteld bij het inkomen van de verzorgende ouder ter bepaling van de draagkracht.

Welke gevolgen kan dit hebben? Vele berekeningen van kinderalimentatie zullen nu opnieuw moeten plaats vinden omdat de kinderalimentatie te laag is. De ouder die de kinderalimentatie ontvangt zal er op vooruitgaan.

Bij gescheiden ouders waar ook sprake is van betaling van partneralimentatie kan dit overigens ook gevolgen hebben voor die partneralimentatie. Als gevolg van deze uitspraak kan de aanvullende behoefte aan partneralimentatie omlaag gaan, omdat het inkomen van die ouder wordt aangevuld met het kindgebonden budget en omdat de resterende draagkracht voor partneralimentatie van de betalende ouder als gevolg van de hogere kinderalimentatie omlaag zal gaan.

Wilt u de hoogte van de alimentatie (opnieuw) laten beoordelen, neem dan contact met ons op 0174 - 614 656.

Lees meer

Krijgen naasten recht op vergoeding van affectieschade...?

Nabestaanden en naasten van slachtoffers van ongevallen, geweldsmisdrijven of fouten van anderen krijgen mogelijk recht op een vergoeding van hun 'emotionele' schade. Tot op heden kunnen naasten van slachtoffers geen aanspraak maken op vergoeding van de door hun geleden affectieschade (dat is smartengeld voor naasten van het feitelijke slachtoffer). Op 20 juli jl. heeft de Minister van Justitie echter een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend, waarin vergoeding van affectieschade mogelijk wordt gemaakt. 

Dit is de tweede poging om in Nederland vergoeding van affectieschade mogelijk te maken. In 2010 verwierp de Eerste Kamer nog een wetsvoorstel dat ouders, kinderen en partners smartengeld wilde toekennen, doordat de VVD en het CDA tegen stemden. Het belangrijkste bezwaar van de VVD was destijds dat er een claimcultuur zou kunnen ontstaan, terwijl het CDA daaraan toevoegde dat het aan familie, vrienden, buren, collega's, kerken en lotgenoten is om 'hen die getroffen worden door leed tot steun en toeverlaat te zijn'.

Uit onderzoek is echter gebleken dat toekenning van affectieschade wel degelijk helpt bij de verwerking van een noodlottige gebeurtenis. Prof. Lindenbergh, hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, merkt in de Volkskrant op dat geld het leed niet wegneemt, maar het kan de pijn wel verzachten. Hij wijst erop dat in België, en trouwens in de meeste Europese landen, naasten allang affectieschade vergoed krijgen. Uit onderzoek is gebleken dat naasten daar baat bij hebben. Naasten zoeken vaak een hele concrete besteding: bijvoorbeeld een jaarlijks weekend met de familie om het slachtoffer te gedenken.

In het wetsvoorstel is gekozen voor een regeling met vaste bedragen als vergoeding voor de affectieschade. Door te variëren in categorieën en in de omvang van de vergoeding voor affectieschade, houdt het systeem rekening met de persoonlijke omstandigheden van nabestaanden en naasten. Niet iedereen komt in aanmerking voor vergoeding van affectieschade. Het wetsvoorstel gaat uit van een vaste kring van gerechtigden: de partner van het slachtoffer, zijn kinderen en ouders. Uit de Memorie van Toelichting blijkt dat de Minister voornemens is om de bedragen als volgt vast te stellen:

Overzicht affectieschade

Achter de in de eerste kolom omschreven relaties staan tussen haakjes de letters van de daarmee corresponderende in de artikelen artikelen 6:107, tweede lid, en 6:108 BW, vierde lid, BW omschreven categorieën naasten.

Deze wet treedt, nadat deze is goedgekeurd door zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Uiteraard houden wij u op de hoogte van de voortgang van dit wetsvoorstel. Wilt u meer weten over letselschade? Kijk dan op onze pagina 'letsel- en overlijdensschade'.

Lees meer

Alimentatie: pas op met emotie!

Echtscheiding en alimentatie brengen emotie met zich. Dat is normaal. Uit een wat ouder vonnis uit 2012, dat pas in juni 2015 is gepubliceerd, blijkt echter dat men moet oppassen om vanuit emotie te handelen.

Waar ging de rechtszaak om?

Partijen waren gehuwd geweest, hadden dit huwelijk laten omzetten in een geregistreerd partnerschap en hebben in 2002 hun geregistreerd partnerschap beëindigd. Bij beschikking van het gerechtshof uit 2008 is de partneralimentatie bepaald op € 418,00 per maand.

Op 4 november 2011 stuurde de vrouw aan de man een sms-bericht, met de volgende tekst:

"per 1 januari kan je stoppen met de alimentatie de drie maanden die ik nog tegoed heb moet je nog voldoen en dan ben je van mij af"


De man heeft de genoemde drie maanden betaald en is toen gestopt met het betalen van partneralimentatie. Enkele maanden later stond er bij de man echter in eens een deurwaarder voor de deur, die hem sommeerde om de achterstallige alimentatie alsnog te betalen. De man maakt bezwaar tegen deze sommatie, waarna de deurwaarder de man bericht:

"Ingevolge uw e-mailbericht (...) delen wij u mede dat onze opdrachtgever niet meer afziet van partneralimentatie"


Het standpunt van de man

De man wendt zich tot de voorzieningenrechter en vordert in kort geding staking van de executie van de alimentatiebeschikking. De man stelde daartoe dat de vrouw met haar sms-bericht hem een aanbod had gedaan, welk aanbod hij aanvaard had. Daardoor was er sprake van een (beëindigings)overeenkomst.

Het standpunt van de vrouw

De vrouw erkende het sms-bericht te hebben verzonden. Zij had dit bericht verzonden omdat de man de alimentatie niet altijd op tijd betaalde en dat zij het zat was om er steeds om te moeten vragen. Voorts was de vrouw van mening dat zij in haar eigen levensonderhoud kon voorzien. Toen zij echter haar baan verloor, een lage werkeloosheidsuitkering kreeg en van de gemeente geen aanvullende bijstand kreeg omdat zij, volgens de gemeente, recht had op partneralimentatie, had zij geen andere keuze dan terug te komen op haar besluit om af te zien van verdere alimentatie aanspraken.

Het oordeel van de rechter

De rechter overweegt dat op grond van de wet (art. 1:157 BW) partijen bij overeenkomst afstand kunnen doen van alimentatie. Op deze overeenkomst zijn de normale regels voor overeenkomsten van toepassing. Dat betekent dat een overeenkomst vormvrij is en totstandkomt door aanbod en aanvaarding. Omdat vast is komen te staan dat de vrouw het sms-bericht heeft verzonden met de bedoeling om de partneralimentatie te beëindigen en de man dit aanbod heeft aanvaard, is er aldus een overeenkomst tot stand gekomen waarin de vrouw afstand van haar alimentatie heeft gedaan. Daarom wordt het vordering van de man, tot staking van de executie, toegewezen. Hij hoeft dan ook geen alimentatie meer te betalen.

Commentaar

Echtscheiding en alimentatie brengen emoties met zich. In die emotie is een e-mail of sms zo verstuurd. Het versturen van een dergelijk bericht kan echter - zoals uit voorgaand vonnis blijkt - verstrekkende gevolgen hebben. Het is daarom verstandig om op te passen met het versturen van e-mails of sms-berichten.
Opmerkelijk is dat de vrouw er voor gekozen heeft om in dit kort geding zelf verweer te voeren, dus zonder hulp van een advocaat. Als verweerder in kort geding is dat toegestaan, maar of het verstandig is?

Hebt u vragen over echtscheiding of alimentatie? Schroom dan niet om contact op te nemen met één van onze gespecialiseerde familierechtadvocaten. 

Lees meer

Kinderalimentatie: exit Haagse lijn!

Bij de berekening van de kinderalimentatie wordt op de eerste plaats gekeken wat het minderjarige kind voor diens verzorging nodig heeft. Op dit bedrag wordt het kindgebonden budget in mindering gebracht, omdat dit budget bedoeld is om in de behoefte van het kind te voorzien. Het benodigde bedrag min het kindgebonden budget is de behoefte van het kind. Sinds 1 januari 2015 hebben alleenstaande ouders recht op een aanvulling op het kindgebonden budget: de zogenoemde 'alleenstaande ouderkop'.

Door de Expertgroep Alimentatienormen is geadviseerd om het kindgebonden budget inclusief de alleenstaande ouderkop in mindering te brengen op de behoefte van het kind bij de berekening van de alimentatie. De rechtbank Den Haag week tot op heden af van de aanbevelingen van de Expertgroep. De rechtbank Den Haag achtte het in strijd met de doelstelling van de wet om de alleenstaande ouderkop in mindering te brengen op de behoefte van een kind. Dit werd wel de 'Haagse lijn' genoemd.

Uit een beschikking van 22 mei 2015 blijkt dat de Rechtbank Den Haag zich voortaan, in beginsel, zal voegen naar de genoemde aanbevelingen. Gelet op het feit dat de expertgroep recent de aanbeveling in een vergadering heeft bevestigd en er binnen afzienbare tijd zogenaamde prejudiciële vragen zullen worden gesteld aan de Hoge Raad over de toepassing van de alleenstaande ouderkop bij het bepalen van de kinderalimentatie, heeft de Haagse rechtbank geoordeeld dat het in het kader van de rechtseenheid niet opportuun is om in zijn algemeenheid nog langer af te wijken van de aanbeveling. Dat kan, zo overweegt de rechtbank, nog wel gebeuren indien de bijzondere omstandigheden van een zaak daartoe aanleiding geven. Daarmee komt de rechtbank terug op de door haar geformuleerde 'Haagse lijn'.

Uit de hiervoor genoemde beschikking blijkt wat de gevolgen zijn van deze verandering. In het concrete geval waarin mr. J.A.J. Hendriks voor de aangesproken cliënt optrad, stelde de rechtbank de behoefte van het kind vast op € 301,00 per maand. Het kind verbleef bij de moeder, die maandelijks € 340,00 ontving aan kindgeboden budget (inclusief alleenstaande ouderkop). Omdat het kindgebonden budget inclusief de alleenstaande ouderkop meer was dan het kind nodig had, was er geen behoefte en hoefde de vader geen kinderalimentatie te betalen.

De beleidswijziging van de rechtbank kan grote gevolgen hebben voor ouders die kinderalimentatie betalen voor een kind dat door een alleenstaande ex-partner wordt verzorgd. De bijdrage zou wel eens flink omlaag kunnen gaan of zelfs, zoals in het hiervoor besproken geval, nihil kunnen worden.

Heeft u vragen over kinderalimentatie of wilt u weten of ook u minder alimentatie kunt gaan betalen? Neem dan vrijblijvend contact met ons op!

Lees meer

Lancering Landelijke Organisatie Verkeersslachtoffers

Op 21 mei 2015 vindt de lancering plaats van de Landelijke Organisatie Verkeersslachtoffers. De Landelijke Organisatie Verkeersslachtoffers is opgezet door een groep mensen die steeds meer te maken kreeg met verkeersslachtoffers en nabestaanden die na een aanrijding tussen de wal en het schip dreigden te geraken of daarin de weg niet goed wisten te vinden. 

LOV reikt de verkeersslachtoffers en nabestaanden de helpende hand. Daarnaast zenden zij signalen, die zij opvangen, uit naar hulpverleners en de politiek én maken zij zich hard voor betere verkeerssituaties en maatschappelijk gewenste juridische maatregelen.

Het Fonds Slachtofferhulp financiert de Landelijke Organisatie Verkeersslachtoffers.

Bekijk voor meer informatie over LOV en het aanmelden voor de lanceringsbijeenkomst de website en de Facebookpagina van de Landelijke Organisatie Verkeersslachtoffers.

Edwin Bosch, letselschade advocaat bij Vogelaar Bosch Spijer Advocaten, ondersteunt LOV als juridisch adviseur. Hij adviseert het bestuur bij zaken waarbij letselschade aan de orde is. Dit kan zijn ten aanzien van specifieke onderwerpen en hoe hierin verandering aan te brengen, maar ook het doen van second opinions in letselschadedossiers van leden van de vereniging.

Lees meer

Letselschadebureau Effort & Support failliet

Bij vonnis van 16 april jl. 2015 is letselschadebureau Effort & Support uit Wijk bij Duurstede failliet verklaard. Eerder al bleek het letselschadebureau (telefonisch) niet meer bereikbaar en was de website uit de lucht. Op internet wordt er melding van gemaakt dat het bureau gelden die voor cliënten waren bestemd achterhield.

Helaas blijken sommige belangenbehartigers niet zo betrouwbaar. Dat is voor de branche vervelend, maar voor een slachtoffer pas echt een drama. Waar kunt u op letten? Een teken aan de wand is als de belangenbehartiger schadebetalingen voor het slachtoffer via zijn eigen rekening laat lopen. Die betalingen horen namelijk zo veel als mogelijk echtstreeks aan het slachtoffer te worden overgemaakt. Een ander teken aan de wand is als (het kantoor van) een belangenbehartiger niet goed bereikbaar is.

Letselschadebureau Effort & Support was laatstelijk gevestigd aan de Markt 28, 3961 BC Wijk bij Duurstede. 

Werden uw belangen behartigd door Letselschadebureau Effort & Support? Kijkt u dan op de site van de Vereniging van Advocaten voor Slachtoffers van Personenschade voor een advocatenkantoor bij u in de buurt, zodat een ervaren letselschade advocaat uw belangen verder kan behartigen. Woont u in (de omgeving van) het Westland? Neem dan vrijblijvend contact met ons op, dan kunnen wij u (verder) helpen! Laat vooral uw belangen niet versloffen.

Lees meer

Het alcoholslot: wat is er veranderd?

Wie met teveel drank op achter het stuur kruipt en wordt betrapt, kan een reactie van de overheid verwachten. Tot voor kort konden dat twee reacties zijn.

Het CBR kon bestuursrechtelijk een alcoholslot aan deze bestuurder opleggen. Daardoor moest de bestuurder, op eigen kosten, een alcoholslot laten inbouwen in zijn of haar auto. Het Openbaar Ministerie kon de bestuurder echter ook strafrechtelijk vervolgen. Een uitgangspunt in het Nederlandse recht is echter dat iemand niet twee keer gestraft mag worden, voor één feit.

Recent hebben zowel de Hoge Raad, de hoogste strafrechter in Nederland, als de Raad van State, de hoogste bestuursrechter in Nederland, een uitspraak gedaan over het alcoholslotAlcoholslot

De Hoge Raad heeft op 3 maart 2015 geoordeeld dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is in de strafvervolging, indien en voor zover aan de verdachte ook al een alcoholslot is opgelegd door het CBR. De Hoge Raad oordeelt namelijk dat een alcoholslot weliswaar een bestuursrechtelijke maatregel is, maar dat deze maatregel erg lijkt op de situatie dat een rechter de betrokkene bestraft. Dat kan dus, volgens de Hoge Raad, inderdaad worden gezien als een dubbele bestraffing. Daarom kan iemand die al moet deelnemen aan het alcoholslotprogramma niet ook nog strafrechtelijk worden vervolgd. Het gevolg van deze uitspraak is dat strafzaken tegen verdachten die al een alcoholslot opgelegd hebben gekregen, geseponeerd worden door het Openbaar Ministerie. Het Openbaar Ministerie heeft bekend gemaakt dat het om ongeveer 1.000 zaken gaat.

Een dag later heeft de hoogste bestuursrechter geoordeeld dat het verplicht opleggen van een alcoholslotprogramma in de praktijk leidt tot ongelijkheid en willekeur, omdat zo'n slot voor de één veel ernstiger gevolgen heeft dan voor de ander. De Afdeling bestuursrechtspraak onderkent weliswaar het grote belang van een regeling die kan bijdragen aan het terugdringen van het aantal verkeersslachtoffers door alcohol in het verkeer. Het is echter aan de minister of aan de wetgever, zo oordeelt de Raad van State, om te beoordelen in welke gevallen het alcoholslotprogramma aanvaardbaar is. Het CBR mag gelet op deze uitspraak het alcoholslot in de huidige vorm niet meer opleggen. In de uitspraak heeft de Raad enkele voorbeelden genoemd, zoals een meer gedifferentieerde regeling of verlaging van de kosten van een alcoholslotprogramma, waardoor een dergelijk programma wel acceptabel zou kunnen zijn. De uitspraken worden nu, zo schrijft het CBR op haar website, verder bestudeerd door de ministeries van Infrastructuur en Milieu en Veiligheid en Justitie. Het streven is om zo snel mogelijk duidelijkheid te bieden over het vervolg. Mensen van wie hun zaak is aangehouden, krijgen zodra er duidelijkheid is per brief bericht van het CBR.

Wilt u meer weten? Of hebt u bijstand nodig in een strafzaak? Neem dan vrijblijvend contact met ons op!

Lees meer

Defensie treft regeling voor chroom-6 slachtoffers

Chroom-6 is een stof in de verf en lak waarvan tanks en gevechtsvliegtuigen in een aantal werkplaatsen van Defensie werden voorzien. Een groot aantal medewerkers van defensie die met deze stof in aanraking zijn gekomen, zijn vervolgens ziek geworden.

Het Ministerie heeft opdracht gegeven aan een onderzoekscommissie om een onderzoek te doen naar de schadelijke gevolgen van blootstelling aan chroom-6. Helaas zal het nog enige tijd duren voordat dit onderzoek is afgerond. Pas na afronding van dit onderzoek zal blijken of het Ministerie aansprakelijk is voor de door de slachtoffers geleden schade.

Het Ministerie van Defensie heeft samen met de militaire vakbonden een voorlopige regeling opgesteld voor (voormalig) defensiemedewerkers die mogelijk ernstig ziek zijn geworden door blootstelling aan chroom-6 houdende stoffen. Op de site van vakbond VBM is de precieze regeling na te lezen. Hieruit blijkt dat de aandoeningen in categorieën zijn ingedeeld, waarbij per categorie een bedrag is vastgesteld:

  • Categorie 1 (longkanker en/of neuskanker) € 15.000,00
  • Categorie 2 (een aantal huidziekten en -allergieën € 5.000,00
  • Categorie 3 (maagkanker en nieraandoeningen, of chronische longziektes) € 7.500,00
  • Categorie 4 (immunologische aandoeningen (zoals auto-immuunziektes) € 3.000,00


De vergoedingen gelden alleen mensen die meer dan twaalf maanden met chroom-6 hebben gewerkt. Mocht de medewerker zijn overleden, dan kunnen nabestaanden aanspraak maken op de vergoeding.

Het gaat om een voorlopige tegemoetkoming. Mocht later vast komen te staan dat iemands ziekte niet is veroorzaakt door blootstelling ana chroom-6 dan vordert het Ministerie het bedrag niet terug. 

Alhoewel toe te juichen is dat het Ministerie de getroffen medewerkers hangende het onderzoek tegemoet komt, het gaat echter wel om een druppel op de gloeiende plaat. Te verwachten is dat de door de betrokken medewerkers geleden schade aanmerkelijk groter is.

Wilt u meer weten of beroepsziekten? Kijk dan op onze pagina over beroepsziekten. Wilt u weten wat onze gespecialiseerde advocaten voor u kunnen betekenen, kijk dan hier.

 

Lees meer

Whiplash: verzekeraar 'over de knie' bij de Hoge Raad

Op 13 februari jl. heeft de Hoge Raad, de hoogste rechter in Nederland, uitspraak gedaan in een zaak tussen een letselschadeslachtoffer en London Verzekering. De uitspraak van de Hoge Raad was weinig interessant. De Raad overweegt slechts dat de door London naar voren gebrachte argumenten niet tot cassatie kunnen leiden. Omdat de door London aangevoerde klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling behoeft dit oordeel, op grond van art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering.

In zaken die worden voorgelegd aan de Hoge Raad wordt door een Advocaat-Generaal (AG), die werkt voor het Openbaar Ministerie, een advies gegeven. In deze zaak werd het advies gegeven door AG mr. J. Spier. Anders dan het arrest van de Hoge Raad is deze conclusie wel erg lezenswaardig, omdat de AG zeer kritisch is over de opstelling van verzekeraars in het algemeen en die van London in deze zaak, waarin het slachtoffer een whiplash had, in het bijzonder.

Zo merkt de AG op in zijn inleidende opmerkingen (rn. 3.2):

"...London heeft zich geroepen gevoeld om een reeks niet erg nuttige (want m.i. op voorhand kansloze) verweren te voeren. Het Hof heeft deze telkens van tafel geveegd. In 's Hofs arrest en ook in het bericht van de door het Hof als deskundige benoemde psychiater ligt besloten dat een deel van de psychische klachten en problemen moet worden geschreven op het conto van London. Ik memoreer in dat verband het bescheiden voorschot dat zij heeft verstrekt; de al vermelde vele nutteloze verweren roepen bij een slachtoffer en al helemaal een kwetsbaar slachtoffer als [verweerder] allicht en voorzienbaar een gevoel van machteloosheid en hulpeloosheid wakker..."

 

En bij de bespreking van het fenomeen whiplash: (rn. 4.2):

"...Zij stofferen deze wijsheid [over het fenomeen whiplash] met een verwijzing naar "bijv." één juridische auteur. De betrokken auteur schrijft dat inderdaad, zij het zonder enige bronvermelding. De stelling van London heeft dus wel een heel magere feitelijke basis. De ervaring, ook heel recente ervaringen, hebben geleerd dat grote voorzichtigheid past bij losse stellingen die verzekeraars menen te moeten etaleren. Dat geldt al helemaal in dit soort zaken. Anders dan (de meeste) slachtoffers beschikken verzekeraars over voldoende financiële middelen om onderzoek te (laten) doen ter onderbouwing van door hen nuttig of nodig geachte beweringen van feitelijke aard. Wanneer zij dan volstaan met niet in enig opzicht onderbouwde beweringen verdienen deze in beginsel geen geloof..."

 

AG Spier vervolgt in zijn conclusie, waar hij de stelling van London bespreekt dat het hier om een principiële kwestie gaat (rn. 5.11):

"...Ruime ervaring heeft me geleerd dat verzekeraars in voorkomende gevallen niet terugschrikken voor het oproepen van in geen enkel opzicht onderbouwde en soms aantoonbaar onjuiste spookbeelden. In sommige gevallen – zoals de omvang van de dekking van rechtsbijstandverzekeringen – zouden zij daarmee hun eigen graf (hebben) kunnen graven, wat dan weer allerlei hoogst interessante aansprakelijkheidsvragen zou kunnen oproepen; vragen die niet zouden behoeven te rijzen wanneer verzekeraars hun als principieel opgediste zaken beter zouden presenteren. Zeker van een industrie die zou moeten inzetten op preventie van schade zou mogen worden verwacht dat eens het inzicht veld wint dat het roer om moet en dat het niet zinvol is om principiële procedures te voeren die worden gebouwd op drijfzand..."

 

En zijn afronding schrijft hij (rn. 7.69):

"...Ik kom tot een afronding. London heeft hoog spel gespeeld. Als Uw Raad mee zou gaan in hetgeen hiervoor werd betoogd, zal zij vermoedelijk niet geheel ontevreden zijn. Maar voor de meeste door haar bepleite regels valt niets of hooguit weinig te zeggen..."

 

Slachtoffers en hun advocaten klagen al langer over de opstelling van sommige verzekeraars, met name in whiplashzaken. Deze klachten vinden nu steun in deze conclusie van AG Spier. Ook de AG constateert dat London een groot aantal zinledige verweren voert, ondertussen te weinig voorschotten verstrekt waardoor een kwetsbaar slachtoffer secundaire victimisatie ten deel valt. Dit zelfs ondanks de (mede) door verzekeraars opgetuigde Gedragscode Behandeling Letselschade. Het is nu tijd voor daden in plaats van mooie woorden....

Bent u slachtoffer van een letselschade en hebt u deskundige hulp nodig bij het verhalen van uw letselschade? Kijk dan hier hoe wij u kunnen helpen of neem meteen vrijblijvend contact met ons op.

Lees meer

Indexering van alimentatie per 1 januari 2015

Jaarlijks wordt de alimentatie conform een door de Staatssecretaris vastgesteld indexeringspercentage verhoogd. Het indexeringspercentage waarmee de alimentatie met ingang van 1 januari 2015 wordt verhoogd is recent door de Staatssecretaris bekend gemaakt.

De alimentatie wordt per 1 januari a.s. verhoogd met 0,8%. U berekent het nieuwe alimentatiebedrag voor 2015 door de maandelijkse alimentatie die u in 2014 ontvangt te vermenigvuldigen met 1,008.

De verhoging geldt automatisch vanaf 1 januari 2015. U hoeft hiervoor dus niet bij de rechter om een wijziging te verzoeken. Het is echter wel raadzaam om uw ex-partner te attenderen op het nieuwe bedrag.

Hebt u vragen over (de indexering van) alimentatie neemt u dan gerust contact met ons op.

Lees meer

Vliegramp Malaysia Airlines MH17: de juridische kant

Een groter contrast is bijna niet mogelijk. Van het ene op het andere moment verandert een vakantie, een zakenreis of de reis naar huis in een ramp voor (de nabestaanden van) de 283 passagiers en 15 bemanningsleden. Vogelaar Bosch Spijer Advocaten betuigt haar medeleven aan de nabestaanden, familie, vrienden en kennissen van de slachtoffers van deze ramp.

1e prioriteit: duidelijkheid voor de nabestaanden

Na een vliegramp is het van het grootste belang dat nabestaanden zo snel en adequaat mogelijk worden geïnformeerd. Voor nabestaanden is niets zo belangrijk als informatie. Zat mijn dierbare in het vliegtuig? Wat is er gebeurd? Is mijn dierbare geïdentificeerd?
Het is goed dat er inmiddels uitgebreid onderzoek is ingesteld naar de toedracht van deze ramp, zodat al op zo veel mogelijk vragen van nabestaanden een antwoord wordt gevonden.

De luchtvaartmaatschappij is verplicht nabestaanden te ondersteunen

De luchtvaartmaatschappij is op grond van internationale verdragen verplicht om aan nabestaanden de nodige ondersteuning te bieden. Deze ondersteuning bestaat niet alleen uit het geven van adequate informatie, maar ziet ook op de eerste hulp aan nabestaanden en het, desgewenst, vervoeren van de nabestaanden naar de rampplek. Malaysia Airlines heeft op 18 juli 2014 aangekondigd om aan nabestaanden een voorschot te verlenen van $ 5.000,00 voor de eerste kosten. Voorts heeft Malaysia Airlines aangekondigd dat alle nabestaanden van een slachtoffer een forfaitaire vergoeding van € 37.000,00 krijgen. Daarvoor moet wel het nodige papierwerk worden ingevuld.

Schadevergoeding

Na de eerste schok komen ook de vragen over de mogelijkheid om de geleden en nog te lijden schade te claimen. Ook ons bereiken hierover de eerste vragen. Het is van belang op te merken dat een schadeclaim geen haast heeft. Als nabestaande hebt u dan ook nog alle tijd om een claim in te dienen. U kunt zich dan ook vooralsnog volledig richten op praktische zaken en de verwerking van het vreselijke nieuws. Indien u hieraan behoefte hebt, kunt u voor steun contact opnemen met Slachtofferhulp Nederland.

Juridisch kader

Het juridisch kader in het geval van een luchtvaartramp is het Verdrag van Montreal. Op grond van dit verdrag is de luchtvaartmaatschappij risicoaansprakelijk voor de schade door een ramp. Deze risicoaansprakelijkheid is beperkt. In de media circuleren verschillende bedragen, tot welke de luchtvaartmaatschappij risicoaansprakelijk is. Dit komt doordat deze vorm van aansprakelijkheid beperkt is tot 100.000 SDR (=special drawings right; een rekeneenheid). Dit staat thans gelijk aan ongeveer € 113.947,78. Tot dit bedrag kan de luchtvaartmaatschappij geen beroep doen op overmacht ('wij konden er niets aan doen'). Voor schade boven de 100.000 SDR is een beroep op overmacht wél mogelijk. Het is echter de vraag of Malaysia Airlines een beroep op overmacht toekomt. Immers heeft zij, anders dan een aantal andere luchtvaartmaatschappijen, er voor gekozen om over oorlogsgebied te vliegen.

Een groot aantal Nederlandse passagiers had de vlucht geboekt bij KLM. Vlucht MH17 was dan ook een gecombineerde vlucht. Veel Nederlandse passagiers hadden vluchtnummer KL4103 op hun ticket staan. Voor de nabestaanden van deze passagiers is KLM de aan te spreken luchtvaartmaatschappij.

Welke schade vergoed moet worden, hangt af van de vraag welk recht van toepassing wordt verklaard. Dit kan Nederlands recht zijn, maar bijvoorbeeld ook het recht van het land van bestemming. Bij de vliegramp in Tripoli is uiteindelijk gekozen voor een combinatie van rechtsstelsels van verschillende landen. Naar Nederlands recht moeten de begrafeniskosten en het gederfde levensonderhoud vergoed worden. Met dit laatste wordt niet alleen bedoeld het wegvallen van het inkomen van de overledene, maar ook de overige bijdragen die de overledene had in het gezin (denk aan het doen van het huishouden of het klussen in huis).

Anders dan in sommige media wordt gesuggereerd is het niet zo dat iedere nabestaande standaard aanspraak kan maken op € 114.000,00. De schade van iedere nabestaande moet afzonderlijk worden berekend. Een dergelijke vordering moet, op grond van internationale verdragen zijn ingediend binnen twee jaar na de datum van het ongeval.

Indien en voor zover de vlucht was geboekt in het kader van een pakketreis (vlucht + hotel en/of toeristische attracties) bij een Nederlandse reisorganisatie (zoals Fox of D-Reizen), dan is het onder omstandigheden ook mogelijk om de Nederlandse reisorganisatie met succes aansprakelijk te stellen. Hiervoor geldt echter dat een dergelijke vordering verjaart na één jaar. Veelal zijn namelijk op dergelijke reizen de algemene reisvoorwaarden van de ANVR van toepassing. Deze voorwaarden bevatten een bepaling dat een vordering binnen deze termijn moet zijn ingesteld.

Rechtsbijstand

Ervaringen bij eerdere (vlieg)rampen hebben ons geleerd dat in de dagen na de (vlieg)ramp een veelheid aan juridische dienstverleners hun diensten aanbieden aan nabestaanden. Vaak met oneigenlijke argumenten als zou er snel gehandeld moeten worden. Zoals u hiervoor gelezen hebt, is dat niet het geval. U hebt, afhankelijk van uw wederpartij, één tot twee jaar de tijd om een claim in te dienen. Er is dan ook geen enkele noodzaak om op korte termijn juridische actie te ondernemen. U kunt hiermee wachten totdat u hieraan toe bent.

Zodra u, als nabestaande, juridische stappen wenst te ondernemen, is het goed u te wenden tot een erkende letselschade advocaat, die is aangesloten bij de Vereniging van Letselschade Advocaten (LSA) en/of de Vereniging van Advocaten voor Slachtoffers van Personenschade (ASP). Dan weet u zeker dat u een terzake kundige belangenbehartiger hebt, die aan de hoogste kwaliteitseisen voldoet. Daarnaast coördineren deze vereniging de hulpverlening door de bij hen aangesloten advocaten. Inmiddels is er door de LSA en ASP een kernteam van advocaten geformeerd, die de zaaksoverstijgende discussies met Malaysia Airlines en haar advocaten voeren. Voor individuele bijstand kunnen nabestaanden zich wenden tot één van de advocaten die beschikbaar zijn voor bijstand in deze kwestie. Deze advocaten kunt u vinden op een lijst, die u hier kunt vinden.

Indien u behoefte hebt aan meer informatie of aan een vrijblijvend gesprek, dan kunt u daarvoor contact opnemen met onze ervaren (LSA/ASP-) advocaat mr. E.W. Bosch.

Lees meer

"Moeder van Gosia Orszulik voelt zich door Rechtbank gehoord" 

De moeder van Gosia Orszulik is heel blij met de veroordeling van Maciej O., de man die volgens de rechtbank haar dochter heeft gedood. Dat zegt ze bij monde van haar advocaat Edwin Bosch tegen Omroep West. O. werd veroordeeld tot vijftien jaar cel.

'Het was spannend of de rechtbank bij het eerste feit, het vermoorden van haar dochter, tot een bewezenverklaring zou komen. Ze stelt het erg op prijs dat de rechtbank in een heel goed gemotiveerd vonnis tot een bewezenverklaring is gekomen, waarin de rechtbank met name de opstelling van de verdachte -waaraan zij zich tijdens de zitting heeft gestoord- heeft meegewogen in het strafoordeel', aldus Bosch.

Moord acht de rechtbank, evenals de officier van justitie, niet bewezen. Volgens Gosia's moeder heeft Maciej haar wel met voorbedachten rade gedood en dus zou moord eruit moeten rollen. Ze is heel blij dat de rechtbank de eis van het Openbaar Ministerie met één jaar heeft verhoogd. 'Het gaat niet om dat ene jaar maar wel om het signaal dat de rechtbank heeft afgegeven. Dat vindt mijn cliënt heel sterk.'

Pijnlijk blijft het dat de moeder van Gosia Orszulik nog steeds niet weet hoe haar dochter in de nacht van 18 op 19 mei 2013 om het leven is gekomen. 'Ze wilde hem horen zeggen wat er is gebeurd. Juist op dat cruciale punt heeft hij niks willen verklaren.' Maciej O. beweert te lijden aan geheugenverlies, maar volgens de rechtbank zei hij dat alleen maar om geen verklaring te hoeven afgeven. 'Dat steekt.'

Bron: Alphen Stad FM

[Opmerking: het hoger beroep van de verdachte in deze zaak loopt nog]

Lees meer

Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd op de schop?!

Op dit moment is de Wet Werk en Zekerheid aanhangig bij de Eerste Kamer. Indien deze wet door de Eerste Kamer wordt aangenomen, verandert er per 1 juli 2014 het nodige voor de arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. Alhoewel het vooralsnog 'slechts' om een wetsvoorstel gaat, informeren wij u reeds nu zodat u op de inwerkingtreding daarvan kunt voorsorteren. Indien de wet wordt aangenomen gelden vanaf 1 juli 2014 de volgende uitgangspunten:

  • Bij arbeidsovereenkomsten van maximaal zes maanden mag geen proeftijd meer worden afgesproken.
    Een eventueel overeengekomen proeftijd is nietig.

  • Bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is het in principe niet toegestaan om een concurrentiebeding op te leggen aan de werknemer.
    Ook een relatiebeding is een concurrentiebeding.  
    Er geldt alleen een uitzondering wanneer een werkgever gemotiveerd in de arbeidsovereenkomst aangeeft welke zwaarwichtige bedrijfsbelangen een concurrentiebeding vereisen. Deze belangen kunnen door de rechter worden getoetst.
    Zonder deze motivering is het beding nietig. 

  • Bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, die zes maanden of langer duurt, moet de werkgever ten minste een maand vóór het einde van de overeenkomst de werknemer schriftelijk mededelen wat hij na afloop van de overeenkomst doet: een nieuwe arbeidsovereenkomst aanbieden (en zo ja, onder welke voorwaarden) of de lopende overeenkomst van rechtswege laten eindigen. Deze verplichting wordt de 'aanzegtermijn' genoemd.
    Doet de werkgever de mededeling niet (tijdig)? Voor iedere dag dat hij te laat is, is hij een boete verschuldigd gelijk aan het salaris per dag, tot maximaal één maandsalaris.
    Deze verplichting voor de werkgever geldt niet indien de arbeidsovereenkomst niet op een bepaalde datum afloopt, maar bijvoorbeeld aan het einde van een project of bij ziektevervanging. 

  • Het wetsvoorstel voorziet ook in wijzigingen in de ketenbepalingen. De eerste wijziging is dat opvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd bij elkaar opgeteld niet langer dan 24 maanden mogen duren (dit was 36 maanden!). De tweede wijziging is dat om de keten van opvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd te doorbreken, een werknemer ten minste zes maanden uit dienst moet zijn geweest (dit was drie maanden), hiervan mag niet meer bij CAO worden afgeweken. Door een amendement dat door de Tweede Kamer is aangenomen gelden deze wijzigingen echter pas met ingang van 1 juli 2015.

Menig werkgever heeft vaste sjablonen voor arbeidsovereenkomsten. Gelet op het grote aantal wijzigingen is dit hét moment om uw standaard arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd door te laten lichten door één van onze gespecialiseerde advocaten. Zoals uit het voorgaande blijkt kunnen de gevolgen, wanneer uw arbeidsovereenkomsten niet voldoen aan de regels, groot zijn. U kunt onbedoeld de bescherming van een concurrentiebeding verliezen en/of een boete krijgen omdat u niet tijdig aan uw aanzegplicht hebt voldaan.

Update 10 juni 2014: Het wetsvoorstel is door de Eerste Kamer aangenomen. De inwerkingtreding van de hiervoor genoemde wijzigingen is door minister, op verzoek van de Eerste Kamer, opgeschoven naar 1 januari 2015.

Hebt u vragen? Of wilt u uw standaard arbeidsovereenkomst laten controleren? Neemt u dan contact met ons op!

Lees meer

Recht op advocaat tijdens het politieverhoor: wetgever aan zet.

Elke verdachte heeft het recht om voorafgaand aan het politieverhoor met een advocaat te overleggen. Tijdens het verhoor zelf mag de advocaat doorgaans niet aanwezig zijn, hoewel de rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in een andere richting wijst. In haar uitspraak van 1 april jl. heeft de Hoge Raad zich hierover uitgesproken. De Hoge Raad concludeerde dat het nog te vroeg is om dit recht aan elke verdachte toe te kennen. Volgens de Hoge Raad moet er eerst een goede wettelijke regeling komen. Kortom: werk aan de winkel voor de wetgever!

Wordt u zelf opgeroepen om op het bureau te verschijnen? Aarzel dan niet en neem contact op met ons voor overleg.

Lees meer

Lesbisch Ouderschap

Onder het oude recht was het voor de duomoeder (de moeder uit wie het kind niet geboren is) alleen mogelijk om via adoptie de juridische moeder van haar kind te worden. Door het wetsvoorstel 'Lesbisch Ouderschap' is hier verandering in gekomen.

Met de inwerkingtreding van deze wet is het voor lesbische stellen vanaf 1 april 2014 mogelijk om  zonder tussenkomst van de rechter op eenvoudige wijze te regelen dat de duomoeder haar kind kan erkennen.

De duomoeder kan mits zij gehuwd is met de geboortemoeder en mits er gebruik is gemaakt van een anonieme donor van rechtswege de juridische ouder van haar kind worden. In alle andere gevallen kan de duomoeder haar kind erkennen bij de gemeente.

Hebt u vragen over dit onderwerp, schroom dan niet om contact op te nemen met mr. P.L. van 't Veer, zij is afgestudeerd op dit onderwerp.

Lees meer

Verplicht ouderschapsplan levert alleen maar meer ruzie op

In de Trouw van 26 februari 2014 staat een artikel over het aantal toegenomen vechtscheidingen sinds het verplicht stellen van het ouderschapsplan.

Sinds 1 maart 2009 geldt de 'Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding'. Scheidende ouders, getrouwd of samenwonend, zijn sindsdien verplicht afspraken vast te leggen over zorg, omgang en opvoeding van hun kinderen en moeten dit voorleggen aan de rechter. In de wet is opgenomen dat elk kind recht heeft op 'gelijkwaardig ouderschap na scheiding'. Juist dat punt zorgt voor problemen. Onderzoeker Spruijt:

"Mensen gaan op hun strepen staan en willen allebei de helft van de opvoeding op zich nemen, ook al deden ze dat voor de scheiding niet. Voor de kinderen maakt de verdeling niks uit, blijkt uit onderzoek. Wel geldt: hoe meer veranderingen hoe slechter. En vooral: hoe meer ruzie, hoe slechter."

Chronisch ouderlijk gekissebis leidt bij kinderen tot problemen op school en met het aangaan van relaties. Geen van de doelstellingen van het ouderschapsplan wordt gehaald, zegt onderzoeker Spruijt.

"Er zijn meer conflicten tussen de ouders, de band met de vader is na de scheiding slechter en de problemen bij de kinderen zijn groter dan voor 2009." 

Komen u en uw partner er niet uit? Neem dan contact met ons op.

Lees meer

Metronieuws: Echtscheidingsgolf in eerste maand 2014

Metro Nieuws kopt in de krant van 12 februari jl. dat er in januari 2014 een echtscheidingsgolf was. De krant schrijft dit toe aan het feit dat na de feestdagen veel echtgenoten definitief op elkaar zijn uitgekeken. In de krant wordt een woordvoerder van DAS Rechtsbijstand geciteerd:

"Mensen hebben het tijdens de feestmaand nog een keer geprobeerd en zijn definitief op elkaar uitgekeken. Of ze hebben de beslissing over de feestmaanden heen getild en zetten in het nieuwe jaar dan uiteindelijk de stap."

Het artikel is hier te vinden.

Hebt u vragen over echtscheiding, alimentatie of ouderschapsplan? Neem dan contact op met één van onze specialisten.

Lees meer

Workshop aansprakelijkheid, verzekering en (letsel)schade voor tussenpersonen

Op 15 januari a.s. organiseren wij, speciaal voor assurantietussenpersonen in onze regio, een workshop. Tijdens deze workshop praten wij u in ongeveer één tot anderhalf uur bij over de voor u relevante jurisprudentie en ontwikkelingen in 2013, op het gebied van het aansprakelijkheidsrecht, verzekeringsrecht en (letsel)schade. Aansluitend kan onder het genot van een hapje en een drankje verder worden (bij)gepraat. Bent u geïnteresseerd? Aanmelden kan via bosch@vbsadvocaten.nl

Lees meer

Een nieuwe naam en een nieuwe website!

Sinds 1 januari 2014 gaat Everts Vogelaar Spijer Advocaten verder onder een nieuwe naam: Vogelaar Bosch Spijer Advocaten. Wij hebben in goed overleg en op collegiale wijze afscheid genomen van één van de oprichters en onze partner Ronald Everts. Hij wordt als partner opgevolgd door Edwin Bosch.

Deze naamsverandering was een mooie aanleiding de website in een nieuw jasje te steken. Wij hopen dat u zo een nog beter beeld heeft van de dienstverlening van ons kantoor. Onze medewerkers staan voor u klaar om u te ondersteunen bij alle juridische kwesties waar u hulp bij nodig heeft. Wij verwelkomen u graag!

Lees meer