Rechtsbijstandverzekeraars delven onderspit…

Geplaatst op 13 april 2016

De afgelopen jaren is er het nodige te doen geweest over de vrije advocaatkeuze in de rechtsbijstandverzekering. Art. 4:67, eerste lid, Wet op het financieel toezicht bepaalt, voor zover hier relevant:

“Een rechtsbijstandverzekeraar draagt er zorg voor dat in de overeenkomst inzake de rechtsbijstanddekking uitdrukkelijk wordt bepaald dat het de verzekerde vrij staat een advocaat of een andere rechtens bevoegde deskundige te kiezen:
a. om zijn belangen in een gerechtelijke of administratieve procedure te verdedigen, te vertegenwoordigen of te behartigen; of
b. indien zich een belangenconflict voordoet.”

Dit wetsartikel is gebaseerd op een Europese richtlijn. Wanneer er discussie is over de uitleg van dergelijke bepalingen, dan is het aan het Europese Hof om aan te geven wat er met de bewoordingen in de richtlijn wordt bedoeld.

DAS / Sneller

In 2013 bepaalde het Europese Hof in het arrest DAS/ Sneller dat verzekerden met een rechtsbijstandsverzekering het recht hebben zelf een advocaat te kiezen, ook wanneer voor de betreffende procedure geen verplichte procesvertegenwoordiging geldt, zoals in arbeidszaken bij de sector kanton. Daarmee was op dit punt duidelijkheid gecreëerd.

Deze duidelijkheid riep echter weer nieuwe vragen op. Want wat nu als er geen ontbindingsprocedure werd gevoerd, maar een ontslagvergunning werd aangevraagd bij het UWV. Dat een procedure bij de sector kanton een procedure is, is duidelijk. Maar is het voeren van verweer bij het UWV ook een procedure? Het UWV is toch geen rechter! En wat is rechtens wanneer de verzekerde bezwaar wil maken tegen de beslissing van een bestuursorgaan? De bezwaarfase is toch evenmin een procedure? En het bestuursorgaan is toch ook geen rechter?

Die vragen zijn nu door het Europese Hof beantwoord.

Massar / DAS | Ontslagprocedure UWV

Massar had een rechtsbijstandverzekering bij DAS. Op enig moment wordt door de werkgever van Massar bij het UWV een ontslagvergunning aangevraagd voor Massar. Massar meldt de kwestie aan bij DAS en vraagt om vergoeding van de kosten van een externe advocaat, om verweer te voeren tegen dit verzoek.

Dit verzoek wordt door DAS geweigerd. Blijkens het arrest van het Europese Hof stelt DAS zich op het standpunt dat er geen sprake is van een gerechtelijke of administratieve procedure in de zin van de wet en dat Massar daarom alleen aanspraak kan maken op rechtshulp in natura. DAS weigert dan ook de kosten van een externe advocaat te betalen.

Via de Voorzieningenrechter te Amsterdam en de Hoge Raad wordt er een prejudiciële vraag gesteld aan het Europese Hof. Dit Hof oordeelt op 7 april 2016:

“Artikel 4, lid 1, onder a), van richtlijn 87/344/EEG van de Raad van 22 juni 1987 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de rechtsbijstandverzekering, moet aldus worden uitgelegd dat het in die bepaling bedoelde begrip ,,administratieve procedure” mede omvat een procedure die ertoe leidt dat een bestuursorgaan de werkgever vergunning verleent, de voor rechtsbijstand verzekerde werknemer te ontslaan.”

Dit betekent dat rechtsbijstandverzekerden in het vervolg ook bij UWV-procedures het recht hebben om zelf een advocaat te kiezen, voor rekening van de rechtsbijstandverzekeraar.

Büyüktipi / Achmea | Bestuursrechtelijke bezwaarprocedure

Büyüktipi had een rechtsbijstandverzekering bij Achmea Rechtsbijstand. Büyüktipi lijdt aan verschillende psychische en fysieke aandoeningen en heeft in november 2013 bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (hierna: “CIZ”) een indicatie voor zorg uit hoofde van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) aangevraagd. Bij besluit van 12 december 2013 heeft het CIZ afwijzend op de aanvraag van Büyüktipi van een zorgindicatie beslist. Büyüktipi wenste tegen die weigering bezwaar te maken bij het CIZ en verzocht aan Achmea om met het verzoek dat deze de kosten van een in AWBZ-indicatiezaken gespecialiseerde advocaat van zijn keuze zouden dragen.

Dit verzoek wordt door Achmea geweigerd. Blijkens het arrest van het Europese Hof stelt Achmea zich op het standpunt dat er geen sprake is van een gerechtelijke of administratieve procedure in de zin van de wet.

Het Gerechtshof Amsterdam stelt als prejudiciële vraag aan het Europese Hof of onder ‘administratieve procedure’ begrepen is de fase van bezwaar bij het CIZ, waarin degene die op een verzoek om een indicatiestelling een afwijzend besluit van het CIZ heeft gekregen een bezwaarschrift indient bij het CIZ met het verzoek het besluit te herzien. Het Europese Hof oordeelt op 7 april 2016:

“Artikel 4, lid 1, onder a), van richtlijn 871344/EEG van de Raad van 22 juni 1987 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de rechtsbijstandverzekering, moet aldus worden uitgelegd dat het in die bepaling bedoelde begrip “administratieve procedure” mede omvat de fase van bezwaar bij een bestuursorgaan waarin dat orgaan een voor beroep in rechte vatbaar besluit geeft.”

Dit betekent dat rechtsbijstandverzekerden in het vervolg ook in de bezwaarfase bij een bestuursorgaan het recht hebben om zelf een advocaat te kiezen, voor rekening van de rechtsbijstandverzekeraar.

Consequentie..?

De consequentie van beide arresten is dat rechtsbijstandverzekerden in meer zaken dan voorheen het recht hebben om zelf een eigen advocaat te kiezen. Indien u verweer wil voeren tegen de aanvraag van een ontslagvergunning bij het UWV of bezwaar wil maken bij een bestuursorgaan, dan mag u zelf een advocaat naar keuze kiezen.

Door rechtsbijstandverzekeraars is eerder aangevoerd dat deze – in hun ogen uitbreiding van de vrije advocaatkeuze – de toegang tot het recht beperkt, omdat de grenzen van de verzekerbaarheid van de kosten van advocaten in zicht zouden komen. Die stelling snijdt echter geen hout. AG Spier schreef in de conclusie AG voor het DAS / Sneller-arrest al:

“Naar ik begrijp ligt de premie van rechtsbijstandverzekeringen binnen de EU tussen de € 10 en “over
€ 300”, afhankelijk van de omvang van de dekking. Volgens de brief van het Verbond zou de premie in Nederland liggen tussen € 144 en € 306. Men kan zich moeilijk voorstellen dat rechtsbijstandverzekeraars binnen Europa allemaal de rechtspraak van het Hof van Justitie zouden hebben gemist of hebben genegeerd. Anders gezegd: het lijkt niet onaannemelijk dat in de bestaande dekkingen en de premiestelling daarvoor ten minste voor een deel rekening is gehouden met de uit de richtlijn voortvloeiende rechten van verzekerden. Bij die stand van zaken behoeft gedegen en gedetailleerde toelichting waarom de premies wezenlijk zouden moeten stijgen wanneer het standpunt van DAS onjuist zou worden bevonden. Ik heb op dat punt evenwel niets (laat staan iets nuttigs) aangetroffen. Ik zeg daarmee niet en suggereer evenmin dat de stelling niet juist is; slechts dat zij te vaag is.”

De vraag is hoe rechtsbijstandverzekeraars zich gaan opstellen. Is met de drie hiervoor genoemde arresten nu duidelijk in welke gevallen een rechtsbijstandverzekerde vrije advocaatkeuze heeft (dat is bij iedere procedure) of gaan er nog een groot aantal individuele zaken aan de Europese rechter worden voorgelegd?

Hoe het ook zij, rechtsbijstandverzekerden kunnen zich sinds deze arresten in veel meer gevallen laten bijstaan door een gespecialiseerde advocaat. Hebt u vragen over de vrije advocaatkeuze? Of wilt u worden bijgestaan door één van onze gespecialiseerde advocaten? Neem dan contact met ons op!