Eerste Kamer stemt in met wetsvoorstel ‘affectieschade’

Geplaatst op 10 april 2018

Op 10 april 2018 is door de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel Affectieschade.  Hierdoor krijgen nabestaanden en naasten van slachtoffers van (verkeers)ongevallen, geweldsmisdrijven of fouten van anderen recht op vergoeding van hun ‘emotionele’ schade: affectieschade.

Voorwaarde is dat het slachtoffer «ernstig en blijvend» letsel heeft of is overleden. Tot op heden konden  naasten geen aanspraak maken op vergoeding van de door hen geleden affectieschade. Op 20 juli 2015 is  door de minister van veiligheid en justitie een wetsvoorstel ingediend bij het parlement, waarin de vergoeding van affectieschade voor het eerst in Nederland mogelijk wordt gemaakt. Eerder, op 9 mei 2017, werd het  wetsvoorstel al met algemene stemmen aangenomen in de Tweede Kamer.

Affectieschade

Voorafgaand aan de stemming in de Eerste Kamer zijn door een aantal partijen stemverklaringen afgelegd. Zowel de fracties van de VVD, SGP en CDA stelden vast dat het opnemen van de mogelijkheid tot vergoeding van affectieschade een principiële stap is. Temeer omdat een eerder voorstel, op 8 maart 2010, nog sneuvelde in de Eerste Kamer De VVD-fractie gaf aan dat nu het voorstel ziet op een beperkte kring van gerechtigden en om vastgestelde bedragen zij haar principiële bezwaren liet varen. De fracties van de SGP en CDA merkten op dat zij gelet op de brede maatschappelijk steun voor dit wetsvoorstel laten deze fracties hun bezwaren varen. Wel hechten deze fracties aan een serieuze evaluatie, over vijf jaar, zoals al in het wetsvoorstel voorzien.  De SP-fractie merkte in haar stemverklaring op dat zij blij is dat nu eindelijk – veel te laat – recht wordt gedaan aan naasten en nabestaanden.

Bij stemming bleek dat het wetsvoorstel kon rekenen op unanieme instemming van de Eerste Kamer.

Ernstig en blijvend letsel

In het wetsvoorstel is gekozen voor een regeling met vaste bedragen als vergoeding voor affectieschade. Naasten hebben alleen recht op vergoeding van de door hen geleden affectieschade, op het moment dat het slachtoffer «ernstig en blijvend» letsel heeft. Aanvankelijk werd in de toelichting bij het wetsvoorstel opgemerkt dat daarvan sprake is wanneer er sprake is van ten minste 70% blijvende functionele invaliditeit. Hiertegen is door diverse belangengroepen bezwaar gemaakt. Er zijn tal van traumata te bedenken die zonder meer kwalificeren als «ernstig en blijvend letsel», zonder dat er sprake is van 70% blijvende functionele invaliditeit. In de nadere memorie van antwoord schreef de minister:

“De AMA-guides kunnen bij de objectivering van het leed behulpzaam zijn. Een functiestoornis van de gekwetste wordt aan de hand hiervan op een objectieve wijze vastgesteld. In de schaderegeling is het uitgaan van percentages functiestoornis gebruikelijk. De weerslag van het letsel op het leven van de gekwetste en de naaste kan ook uit andere omstandigheden blijken dan de functiestoornis alleen (Kamerstukken II 2014/15, 34 257, nr. 3, p. 13). Hersenletsel dat leidt tot ernstige karakter- en gedragsveranderingen van de gekwetste heeft onmiskenbaar grote gevolgen voor zijn naasten. Dit geldt evenzeer voor letsels die leiden tot het verlies of een ernstige verstoring van de mogelijkheid om lichamelijk contact te hebben, zoals derdegraadsbrandwonden over grote delen van het lichaam. Ook kan worden gewezen op het voorbeeld dat de leden van de CDA-fractie geven: (Mentaal) letsel dat ertoe leidt dat iemand onmogelijk nog voor zichzelf kan zorgen valt eveneens onder de kwalificatie «ernstig en blijvend letsel», zoals bedoeld in het wetsvoorstel, ook als sprake zou zijn van een functiestoornis van minder dan 70%.”

Hieruit volgt dat het percentage van 70% niet meer (alleen) richtinggevend is. Belangrijker is de vraag of het (mentale) letsel ertoe leidt dat iemand onmogelijk nog voor zichzelf kan zorgen. Ook dan is er sprake van ernstig en blijvend letsel, ook als er geen sprake is van 70% blijvende invaliditeit gehele persoon. Dat is een hele verbetering van het wetsvoorstel. Deze toevoeging voorkomt dat een hele groep – die wel voor vergoeding van affectieschade in aanmerking zou moeten komen – buiten de boot valt.

Affectieschade: ook na een medische fout

Uit de nadere memorie van antwoord blijkt dat een medische aansprakelijkheidsverzekeraar, CentraMed, tevergeefs heeft geprobeerd om een uitzonderingspositie te creëeren voor naasten en nabestaanden van slachtoffers van een medische fout. De nadere toelichting meldt:

“Centramed, een medische aansprakelijkheidsverzekeraar van hoofdzakelijk ziekenhuizen en GGZ-instellingen, adviseert lagere vergoedingen toe te kennen in het geval van medische aansprakelijkheid ofwel de zorgsector uit te zonderen voor zover het de vergoeding van affectieschade betreft, met het oog op de verzekeringspremies van ziekenhuizen. Een paar ziekenhuizen en een GGZ-instelling onderschrijven dit advies van Centramed. Van een uitzonderingspositie voor de medische sector is afgezien, gelet op het overstijgende belang van naasten van gekwetsten. Het wetsvoorstel kent naasten een schadevergoeding toe, als een onrechtmatige daad tot ernstig en blijvend letsel of overlijden leidt. Het betreft gevallen die zo ingrijpend zijn voor de naasten, dat de vergoeding van affectieschade gerechtvaardigd is. Of het letsel of overlijden nu is veroorzaakt door een fout van arts of door een fout van een verkeersdeelnemer, doet niet af aan het verdriet dat dit letsel of overlijden meebrengt voor naasten. Vanuit het perspectief van de naasten van gekwetsten zou rechtsongelijkheid ontstaan wanneer voor onrechtmatig handelen door zorgaanbieders een uitzondering wordt gemaakt. De erkenning en genoegdoening van het verdriet zou dan aan deze naasten worden onthouden.”

Het is terecht dat de minister niet is meegegaan in het betoog van deze verzekeraar. Het zou, maatschappelijk gezien, wel erg raar zijn wanneer naasten en nabestaanden recht hebben op affectieschade na een verkeersongeval, een arbeidsongeval of zeg een geweldsmisdrijf maar niet wanneer het slachtoffer door een medische fout «ernstig en blijvend letsel» opliep of overleed.

Vaste categorieën van rechthebbenden en bedragen

In het voorstel is gekozen voor een regeling met vaste bedragen als vergoeding van de affectieschade. Niet iedereen kan aanspraak maken op vergoeding van affectieschade. Alleen de in de wet genoemde kring van gerechtigde kan aanspraak maken op vergoeding. Door per categorie te variëren in bedragen, houdt het systeem rekening met de persoonlijke omstandigheden van de naasten of nabestaanden. In een Algemene Maatregel van Bestuur zijn de volgende bedragen vastgelegd:

Kring van gerechtigdenLetselOverlijdenLetsel
(misdrijf)
Overlijden
(misdrijf)
echtgenoten en geregistreerde partners (a)€ 15.000€ 17.500€ 17.500€ 20.000
levensgezellen (b)€ 15.000€ 17.500€ 17.500€ 20.000
minderjarige kinderen en ouders (c en d)€ 15.000€ 17.500€ 17.500€ 20.000
meerderjarige thuiswonende kinderen en ouders (c)€ 15.000€ 17.500€ 17.500€ 20.000
pleegkinderen en ouders (e en f)€ 15.000€ 17.500€ 17.500€ 20.000
meerderjarige niet-thuiswonende kinderen en ouders (c en d)€ 12.500€ 15.000€ 15.000€ 17.500
zorg in gezinsverband (e en f)€ 15.000€ 17.500€ 17.500€ 20.000
overige nauwe persoonlijke relaties (g)€ 12.500€ 15.000€ 15.000€ 17.500

Achter de in de eerste kolom beschreven relaties staat tussen haakjes de letters van de daarmee corresponderende in art. 6:107, lid 2, BW en art. 6:108, lid 4=, BW omschreven naasten c.q. nabestaanden.

Vanaf wanneer gaat de wet in?

In het wetsvoorstel zelf is niets gezegd over het overgangsrecht. Het overgangsrecht is met name van belang voor de vraag vanaf wanneer er recht op vergoeding van affectieschade bestaat.

Doordat het wetsvoorstel niet voorziet in overgangsrecht, is het ‘gewone’ overgangsrecht van toepassing. Weliswaar zijn er verschillende wetsartikelen van toepassing op de situatie dat een naaste affectieschade lijdt door «ernstig en blijvend letsel» bij het slachtoffer of de situatie dat iemand nabestaande is, maar de uitkomst is hetzelfde: dit wetsvoorstel heeft pas gevolgen ten aanzien van gebeurtenissen (=oorzaken) die plaatsvinden na de inwerkingtreding van het wetsvoorstel.

De inwerkingtreding van dit voorstel wordt bepaald bij Koninklijk Besluit. Is de oorzaak van het letsel of overlijden gelegen voor de datum van inwerkingtreding? Dan heeft u geen recht op vergoeding van de affectieschade.

Zodra deze wet in werking treedt zullen wij u daarover informeren. Wilt u meer weten over letselschade of overlijdensschade? Kijk dan op onze pagina letsel- en overlijdensschade of neem vrijblijvend contact met ons op!

Terug naar het nieuws overzicht